Uitspraak
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
“Waarom is het meenemen van huisdieren belangijker voor jullie dan mijn welzijn?”
- [verzoekende partij] heeft [verwerende partij] , noch een van de andere collega’s geïnformeerd over de komst van een nieuwe werknemer die dagelijks zijn hulphond mee zou nemen
- [verzoekende partij] heeft besloten honden (structureel) de op de werkvloer toe te laten zonder te inventariseren wat dat zou betekenen voor de rest van het personeel
- Toen duidelijk werd dat [verwerende partij] bang is van honden en tegen allerlei bezwaren op de werkplek aanliep
- [verzoekende partij] heeft niet onderkend dat het voorval op 12 december 2025 voor [verwerende partij] extra beangstigend was omdat hond [naam] hapte naar een collega die niet bang is voor honden.
- [verzoekende partij] vindt dat [verwerende partij] eerder een open gesprek met haar leidinggevende en [A] had moeten voeren over de haar (oplopende) angst voor honden. Zij ziet daarbij over het hoofd dat het voor [verwerende partij] niet vanzelfsprekend is [A] (de baas) in vertrouwen te nemen. [verwerende partij] heeft uitgelegd dat meerdere leden van het MT zelf hun hond regelmatig mee naar kantoor nemen en haar angst niet begrijpen. Als de leidinggevenden hun hond meenemen en die het voor het zeggen hebben, wat moet je dan als ondergeschikte doen? Bovendien heeft [verzoekende partij] zelf toegelicht dat er een roerige tijd achter de rug was, vanwege een dominante voorgaande bestuursvoorzitter die mensen afrekende op gedrag dat haar niet aanstond. Dat heeft destijds de sfeer op kantoor getekend en maakt nog meer begrijpelijk dat [verwerende partij] niet de confrontatie met [A] heeft aangedurfd.