Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 februari 2026, met producties
- de exceptie van onbevoegdheid en conclusie van antwoord, met productie
- de conclusie van antwoord in het incident.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak tussen buren gaat het om een geschil over het verwijderen van een erfafscheiding en het in bezit nemen van een deel van een berm. Gedaagden hebben de inrit verbreed en daarbij een haag verwijderd. Eiser vordert herstel van de erfafscheiding en veroordeling van gedaagden tot terugplaatsing van de haag en herstel van de berm.
Gedaagden vorderen in een incident dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaart omdat de vorderingen van onbepaalde waarde zouden zijn. De kantonrechter toetst de bevoegdheid aan de hand van de totale waarde van de vorderingen en de wettelijke grens van €25.000.
Eiser doet afstand van zijn eerste vordering, die geen zelfstandig belang heeft, en onderbouwt de waarde van de herstelvordering met een offerte van €3.045,50. De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen onder de grens blijven en verklaart zich bevoegd. De incidentvordering wordt afgewezen en de kosten worden gecompenseerd. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich bevoegd en wijst de vordering in het incident af; hoofdzaak wordt verwezen naar rol voor verdere behandeling.