ECLI:NL:RBMNE:2026:3749

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
12108817 \ MC EXPL 26-949
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:230m BWArt. 6:230v BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling van eindafrekening energie na voortijdige opzegging overeenkomst

In deze zaak vordert eiseres betaling van een eindafrekening van €1.010,08 voor geleverde energie aan gedaagde. Gedaagde betwist de vordering onder meer met het argument dat hij de overeenkomst niet heeft gesloten en dat hij bezwaar heeft tegen een verhoging van het termijnbedrag en de opzegboete.

De kantonrechter stelt vast dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen via een online aanmelding en bevestiging per e-mail. Gedaagde heeft geen gebruik gemaakt van het recht op annulering binnen 14 dagen en heeft betalingen verricht en de overeenkomst opgezegd, wat het bestaan van de overeenkomst bevestigt.

De kantonrechter gaat voorbij aan de bezwaren van gedaagde over de verhoging van het termijnbedrag en de opzegboete, omdat deze conform de algemene voorwaarden en de overeenkomst zijn toegepast. Verder is niet gebleken dat gedaagde alle geleverde energie heeft betaald.

De vordering tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de eindafrekening energie, inclusief rente en kosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12108817 \ MC EXPL 26-949
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V., handelende onder de naam [handelsnaam],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 februari 2026 met producties 1 tot en met 8;
- de mondelinge conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek;
- de mondelinge conclusie van dupliek.
1.2
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.

2.De kern van de zaak

2.1
Deze zaak gaat over betaling van de eindafrekening voor de levering van energie. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] zich online op de website van ‘ [website] .nl’ aangemeld en heeft [gedaagde] verzocht om een overeenkomst voor de levering van energie voor één jaar. [eiseres] heeft de aanvraag van [gedaagde] op 20 januari 2025 bevestigd. De looptijd van de overeenkomst was van 19 februari 2025 tot 19 februari 2026. [eiseres] heeft vanaf 19 februari 2025 energie aan het (woon)adres van [gedaagde] geleverd. Met ingang van 1 juni 2025 is [gedaagde] overgestapt naar een andere energieleverancier en is de overeenkomst tussen partijen opgezegd. [eiseres] heeft naar aanleiding van deze opzegging de eindafrekening voor het gasverbruik opgemaakt. Op 5 juni 2025 heeft [eiseres] [gedaagde] de eindafrekening van
€ 1.010,08 voor het gasverbruik naar [gedaagde] gezonden. [gedaagde] heeft de eindafrekening niet betaald. [eiseres] wil dat [gedaagde] de eindafrekening, met rente en kosten, alsnog betaalt. [gedaagde] is het om verschillende redenen niet eens met de vorderingen van [gedaagde] .
2.2
De kantonrechter geeft [eiseres] gelijk en wijst de vorderingen van [eiseres] toe. Dit betekent dat [gedaagde] de eindafrekening van € 1.010,08, met rente en kosten, aan [eiseres] moet betalen.

3.De beoordeling

De overeenkomst
3.1
[gedaagde] meent dat hij de eindafrekening niet hoeft te betalen. Hij heeft namelijk de overeenkomst niet gesloten. Volgens [gedaagde] heeft zijn vrouw de overeenkomst telefonisch gesloten. De kantonrechter gaat voorbij aan dit deel van het verweer van [gedaagde] en hij overweegt daartoe als volgt.
3.2
[eiseres] heeft onderbouwd gesteld dat tussen partijen wel degelijk een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan zij energie aan [gedaagde] heeft geleverd. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] op 19 januari 2025 online op de website van de ‘ [website] .nl’ zich aangemeld bij [eiseres] en heeft hij verzocht om een overeenkomst voor levering van energie door [eiseres] . Naar aanleiding van die aanvraag heeft [eiseres] op 20 januari 2025 de aanvraag van [gedaagde] per e-mail bevestigd (zie productie 5 bij dagvaarding). Die bevestiging is verzonden naar het e-mailadres ‘
[e-mailadres] .nl’. Niet gesteld en/of is gebleken dat dit e-mailadres niet van [gedaagde] is. Ook heeft [gedaagde] niet betwist dat hij de bevestigingsemail van [eiseres] heeft ontvangen. In de bevestigingsemail heeft [eiseres] [gedaagde] erop gewezen dat hij de overeenkomst binnen 14 dagen na ontvangst kosteloos kon annuleren. [gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van dit recht. [eiseres] mocht er dan ook vertrouwen dat [gedaagde] klant bij [eiseres] wilde worden en aldus een overeenkomst bij haar heeft willen afsluiten. Dat [gedaagde] ook vanuit is gegaan dat hij klant bij [eiseres] was, blijkt uit de betaling(en), die [gedaagde] aan [eiseres] heeft verricht, voor de geleverde energie en de opzegging die door of namens [gedaagde] is gedaan. Opzegging van de overeenkomst zou anders in zijn geheel niet aan de orde zijn geweest, aldus [eiseres] .
3.3
Tegenover deze gemotiveerde betwisting van [eiseres] heeft [gedaagde] enkel gesteld dat hij de overeenkomst niet heeft gesloten, maar dat is onvoldoende. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn standpunt op dit punt nader te onderbouwen. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. De kantonrechter stelt op basis van het voorgaande dan ook vast dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. [gedaagde] moet dan ook voldaan aan de verplichtingen uit de overeenkomst.
De toepasselijkheid van de algemene voorwaarden
3.4
[gedaagde] stelt dat hij het reglement van [eiseres] niet heeft gelezen. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] hiermee bedoelt dat hij de algemene voorwaarden van [eiseres] niet heeft gelezen en dat de algemene voorwaarden daarom niet van toepassing zouden zijn. Ook aan dit deel van het verweer van [gedaagde] gaat de kantonrechter voorbij en hij overweegt daartoe als volgt.
3.5
De toepasselijkheid van algemene voorwaarden kan worden aangenomen, als zij door de gebruiker ( [eiseres] ) is voorgesteld en door de wederpartij ( [gedaagde] ) is aanvaard. Hierbij is het niet noodzakelijk dat de wederpartij de inhoud van de algemene voorwaarden kent. Voldoende is dat voor of bij het sluiten van de overeenkomst naar de algemene voorwaarden wordt verwezen. Bij het sluiten van de overeenkomst heeft [eiseres] de algemene voorwaarden van toepassing verklaard (zie productie 1 bij dagvaarding). [gedaagde] heeft bij het aangaan van de overeenkomst niet kenbaar bezwaar gemaakt tegen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en heeft derhalve de toepasselijkheid van die voorwaarden aanvaard. Gelet hierop staat vast dat partijen de algemene voorwaarden van [eiseres] als toepasselijke voorwaarden zijn overeengekomen.
Ambtshalve toetsing
3.6
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf ( [eiseres] ) en een consument ( [gedaagde] ). Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Zo niet, dan moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. Daarbij moet worden gedacht aan een (gedeeltelijke) afwijzing van de vordering.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
3.7
Op de overeenkomst zijn de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing. De kantonrechter heeft geconstateerd dat aan de essentiële informatieplichten is voldaan.
Ambtshalve toets van algemene voorwaarden
3.8
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of [eiseres] in de overeenkomst of in de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden ten aanzien van de verschillende onderdelen van de vordering een of meerdere regelingen heeft opgenomen, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen daarover dat de consument ( [gedaagde] ) daardoor aanzienlijk wordt benadeeld, maar dat blijkt niet het geval
De hoofdsom
3.9
[eiseres] vordert betaling van de eindafrekening van € 1.010,08. Volgens [eiseres] heeft zij de energie aan [gedaagde] geleverd en betreft de eindafrekening de kosten van het daadwerkelijk verbruik door [gedaagde] . [gedaagde] is dan ook gehouden om de eindafrekening te betalen. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van deze eindafrekening betwist. [gedaagde] heeft daartoe verschillende redenen aangevoerd. Deze redenen leiden er chter niet toe dat [gedaagde] de eindafrekening niet hoeft te betalen. Dit wordt hierna uitgelegd.
Verhoging van het maandelijkse termijnbedrag (voorschotbedrag)
3.1
[gedaagde] stelt dat maandelijks het termijnbedrag automatisch werd afgeschreven. Echter, na driekwart jaar kreeg hij het bericht dat hij niet (maandelijks) € 190,00, maar € 400,00 moest betalen. Hij heeft nooit akkoord gegeven voor die verhoging. Hij heeft bovendien minder energie dan normaal gebruikt. Daarom heeft hij bezwaar daartegen gemaakt. De kantonrechter gaat voorbij aan dit deel van het verweer van [gedaagde] en hij overweegt daartoe als volgt.
3.11
[eiseres] heeft gesteld dat het standpunt van [gedaagde] – dat het termijnbedrag na driekwart jaar zou zijn verhoogd – onjuist is. Het termijnbedrag is kort na de start van de levering van energie op 1 april 2025 verhoogd. Redengevend daarvoor was, dat [eiseres] controleert of het bij aanmelding opgegeven verbruik overeenkomt met het eerder bij de netbeheerder bekende verbruik. [eiseres] was genoodzaakt het termijnbedrag aan te passen, omdat [gedaagde] bij aanmelding verkeerde informatie over zijn energieverbruik op de website van ‘ [website] .nl’ had ongevuld. [gedaagde] had namelijk bij aanmelding aangegeven dat zijn jaarverbruik voor gas 1.590 m³ was, terwijl de netbeheerder kenbaar had gemaakt dat het verbruik op jaarbasis op 1.878 m³ zou zijn uitkomen. Daarom heeft [eiseres] termijnbedrag aangepast op grond van artikel 12.2. van de algemene voorwaarden (hierna: artikel 12.2.) , waarin staat:

12.2. Wij mogen u vragen in termijnbedragen te betalen. Wij spreken met u af wanneer u de termijnbedragen gaat betalen. Wij bepalen de hoogte van deze termijnbedragen. Wilt u een ander termijnbedrag betalen? Neem dan met ons contact op.
Het oorspronkelijke termijnbedrag voor het gas werd per 1 april 2025 daarom verhoogd van € 209,00 naar € 305,00. De verhoging heeft [eiseres] aan [gedaagde] bekend gemaakt. Anders dan [gedaagde] heeft gesteld, heeft [eiseres] geen bezwaar van [gedaagde] tegen de verhoging van het termijnbedrag ontvangen. [eiseres] betwist dan ook dat [gedaagde] bezwaar heeft gemaakt tegen de verhoging. Bovendien had [gedaagde] , als [gedaagde] het niet eens was met de verhoging van het termijnbedrag, contact met [eiseres] kunnen opnemen zoals in artikel 12.2. is vermeld. Dat heeft [gedaagde] echter niet gedaan. [gedaagde] heeft dit alles bij conclusie van dupliek onvoldoende betwist, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van wat [eiseres] naar voren heeft gebracht.
De opzegboete
3.12
[gedaagde] betwist de verschuldigdheid van de opzegboete van € 188,92, die in de eindafrekening is vermeld. Volgens [gedaagde] is hij nooit akkoord gegaan met een boete. De kantonrechter gaat ook voorbij aan dit deel van het verweer van [gedaagde] en hij overweegt daartoe als volgt.
3.13
In de overeenkomst is opgenomen dat [eiseres] een opzegvergoeding in rekening mag brengen in het geval de overeenkomst na de bedenktijd én voordat de overeengekomen looptijd is verstreken wordt beëindigd. De hoogte van de opzegvergoeding is afhankelijk van het verschil tussen de tarieven in de overeenkomst en de actuele tarieven van hetzelfde type overeenkomst zoals door [eiseres] is aangeboden en het verwachte verbruik voor de resterende looptijd van de overeenkomst. De looptijd van de overeenkomst was van 19 februari 2025 tot 19 februari 2026. Door of namens [gedaagde] is de overeenkomst tussen partijen per 1 juni 2026 opgezegd. Dus voor het einde van de looptijd. [eiseres] mocht op grond van de overeenkomst, nu die voortijdig is opgezegd, de opzegvergoeding/opzegboete in rekening bij [gedaagde] brengen. [eiseres] heeft de opzegvergoeding/opzegboete gespecificeerd in haar afrekening (zie productie 2 bij dagvaarding). [gedaagde] heeft de hoogte en de juistheid van de berekening niet betwist, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de door [eiseres] in rekening gebrachte opzegvergoeding/opzegboete. De opzegvergoeding/opzegboete moet [gedaagde] dan ook betalen.
De betalingen
3.14
[gedaagde] stelt dat hij de geleverde energie heeft betaald. Hij zou niet meer hebben verbruikt. [eiseres] heeft betwist dat [gedaagde] alle geleverde energie heeft betaald. Deze betwisting van [eiseres] slaagt en de kantonrechter overweegt daartoe als volgt.
3.15
Uit de eindafrekening van [eiseres] in productie 2 bij dagvaarding volgt dat [gedaagde] slechts één termijnbedrag van € 209,00 (voor de periode van maart 2025) aan [eiseres] heeft betaald. Dat [gedaagde] meer heeft betaald, is de kantonrechter niet gebleken en is verder ook door [gedaagde] niet onderbouwd met betaalbewijzen. Dat het door [eiseres] in rekening gebrachte gasverbruik niet juist zou zijn, is de kantonrechter eveneens niet gebleken en is verder ook door [gedaagde] niet onderbouwd. De kantonrechter stelt vast dat niet vast is komen te staan dat [gedaagde] alle aan hem geleverde energie heeft betaald. Ook is niet vast komen te staan dat [gedaagde] de door [eiseres] aan hem in rekening gebrachte en geleverde energie niet juist zou zijn.
Conclusie
3.16
Het voorgaande leidt er toe dat de gevorderde hoofdsom van € 1.010.08 wordt toegewezen. [gedaagde] moet dit bedrag dan ook aan [eiseres] betalen.
De wettelijke rente
3.17
[eiseres] vordert betaling van de wettelijke rente tot 28 januari 2026 van € 35,53. [gedaagde] heeft tegen deze vordering geen afzonderlijk verweer gevoerd. Dit deel van de vordering wordt daarom ook toegewezen evenals de nadien verschenen rente over de toewijsbare hoofdsom vanaf 9 februari 2026 tot de volledige betaling.
De buitengerechtelijke incassokosten
3.18
[eiseres] vordert een vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 151,51. Voor vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, moet [eiseres] een aanmaning sturen die een juiste termijn vermeldt en ten hoogste de maximaal te vragen kosten in rekening brengt na die termijn (artikel 6:96 lid 5 en Pro 6 BW). Ook dit moet de kantonrechter ambtshalve toetsen.
3.19
In dit geval is een goede brief verstuurd en klopt de hoogte van de gevorderde kosten. De gevorderde vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 151,51 wordt toegewezen.
De proceskosten
3.2
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
127,08
- griffierecht
350,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
837,08
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.21
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals gevorderd.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 1.197,12, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 1.010,08 vanaf 9 februari 2026 tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 837,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op
17 juni 2026.
HHt/37278