ECLI:NL:RBMNE:2026:3743

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
11210155_MC_EXPL_26-2297
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:233 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand met afwijzing incassokosten

Hoorne Vastgoed vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning wegens een huurachterstand van €7.314,52, vermeerderd met rente en incassokosten. De huurders betwisten de hoogte van de achterstand, maar erkennen een restant van €7.314,52. Tijdens de zitting is gebleken dat zij zicht hebben op verbetering van hun financiële situatie en reeds een forse aflossing hebben gedaan.

De kantonrechter oordeelt dat de omvang van de huurachterstand in beginsel ontbinding rechtvaardigt, maar gezien de persoonlijke omstandigheden en betalingsinspanningen wordt ontbinding slechts voorwaardelijk toegewezen. De huurders moeten de lopende huur tot oktober 2026 tijdig betalen en de achterstand uiterlijk 1 oktober 2026 volledig voldoen, anders volgt ontbinding en ontruiming.

Het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden wordt ambtshalve vernietigd omdat het onredelijk bezwarend is en afwijkt van het wettelijke Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Daarom worden de gevorderde incassokosten afgewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen omdat de huur te laat is betaald.

De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, rente en proceskosten. Bij niet-nakoming volgt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming binnen veertien dagen na betekening. Tevens moeten zij een gebruiksvergoeding betalen vanaf ontbinding tot daadwerkelijke ontruiming. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot betaling van huurachterstand en rente, incassokosten worden afgewezen, en ontbinding en ontruiming worden voorwaardelijk toegewezen bij niet-nakoming.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12210155 \ MC EXPL 26-2297 / 68749
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
HOORNE VASTGOED B.V.,
gevestigd in Uitgeest,
eisende partij,
hierna te noemen: Hoorne Vastgoed,
gemachtigde: Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

wonend in [woonplaats] ,

2.2. [gedaagde sub 2] ,

wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ,
procederend in persoon.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Hoorne Vastgoed heeft [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben op de dagvaarding gereageerd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden.
1.2
De zaak is bij de kantonrechter besproken op 4 juni 2026. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling was aan de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] alleen [gedaagde sub 2] aanwezig.
1.3
Hoorne Vastgoed heeft tijdens de mondelinge behandeling nog een specificatie van de huurachterstand overgelegd.
1.4
De kantonrechter heeft bepaald dat zij schriftelijk uitspraak doet.

2.Waar het in deze zaak om gaat

2.1
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] huren sinds 8 maart 2021 de woning aan het adres [adres] in [plaats] van Hoorne Vastgoed. De huur bedraagt (op dit moment) € 1.602,22 per maand en moet worden vooruitbetaald. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben een huurachterstand.
2.2
Hoorne Vastgoed vordert – kort gezegd – ontbinding van de huurovereenkomst tussen Hoorne Vastgoed en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] en ontruiming van de woning. Ook eist zij betaling van de huurachterstand met rente en kosten.
2.3
Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] klopt de hoogte van de betalingsachterstand niet. Zij hebben nog nadere betalingen gedaan. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn het er niet mee eens dat de huurovereenkomst wordt beëindigd en dat zij de woning moeten ontruimen. Zij konden door financiële en andere persoonlijke omstandigheden de huur niet betalen.

3.De beoordeling

De huurachterstand
3.1
Hoorne Vastgoed noemt in de tijdens de mondelinge behandeling overgelegde specificatie een huurachterstand van € 11.726,09. Deze huurachterstand is berekend tot en met de maand juni 2026. Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] klopt die huurachterstand niet. [gedaagde sub 2] heeft tijdens de zitting verklaard dat er nog drie betalingen zijn verricht van in totaal € 6.013.79 (€ 1.602,22, € 4.000,- en € 411,57). De gemachtigde van Hoorne Vastgoed heeft aangegeven dat het bedrag van € 1.602,22 al op de specificatie is meegenomen. Tijdens de schorsing heeft de gemachtigde van Hoorne Vastgoed bij Hoorne Vastgoed geverifieerd dat zij het bedrag van € 4.000,- heeft ontvangen. [gedaagde sub 2] heeft na de schorsing aan de gemachtigde van Hoorne Vastgoed de bankafschrijving van het bedrag van € 411,57 laten zien. De gemachtigde van Hoorne Vastgoed heeft bevestigd dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ook het bedrag van € 411,57 aan Hoorne Vastgoed hebben betaald. Partijen zijn het erover eens dat er een huurachterstand overblijft van € 7.314,52. De kantonrechter zal daarom [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] veroordelen om het nog openstaande bedrag van € 7.314,52 aan Hoorne Vastgoed te betalen.
Voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning
3.2
De omvang van de huurachterstand (ruim viereneenhalve maand) is zodanig dat de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning in beginsel toewijsbaar is, maar de kantonrechter ziet aanleiding om hiervan af te wijken. Door persoonlijke omstandigheden hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een tijd lang financiële problemen gehad. [gedaagde sub 2] heeft tijdens de zitting aangegeven dat er zicht is op een betere financiële situatie. Daarnaast hebben [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] afgelopen maand een forse aflossing gedaan, zoals [gedaagde sub 2] tijdens de rolzitting van 6 mei 2026 had beloofd. [gedaagde sub 2] geeft aan de huurachterstand de komende maanden in te kunnen lopen. Gelet op deze omstandigheden komt de kantonrechter tot het oordeel dat een veroordeling tot ontruiming op dit moment te ingrijpend is. De kantonrechter zal de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning daarom slechts voorwaardelijk toewijzen.
3.3
Zolang [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zich aan de volgende voorwaarden houden, zal de huurovereenkomst in stand blijven en mag Hoorne Vastgoed niet overgaan tot ontruiming:
De lopende huur van juli 2026 tot met oktober 2026 wordt elke maand op tijd betaald, en
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben vóór 1 oktober 2026 de huurachterstand volledig betaald.
Zodra [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] één van de maanden lopende huur tot en met oktober 2026 niet op tijd betalen en/of zij de huurachterstand op 1 oktober 2026 niet volledig hebben betaald, wordt de huurovereenkomst ontbonden en kan Hoorne Vastgoed tot ontruiming van de woning overgaan.
Gebruiksvergoeding
3.4.
Wanneer de ontbinding van de huurovereenkomst en de veroordeling tot ontruiming ten uitvoer gelegd worden, moeten [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot de ontruiming ook dezelfde vergoeding aan Hoorne Vastgoed betalen (eventueel geïndexeerd) die [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ook vóór de ontbinding maandelijks betaalden.
Ambtshalve toetsing bedingen
3.5.
De overeenkomst is gesloten tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf (Hoorne Vastgoed) en een consument ( [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ). Een huurder wordt hiervoor gelijk gesteld aan een consument. Op zo’n overeenkomst zijn consument-beschermende bepalingen van toepassing. Sommige consument-beschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Zo moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de huurovereenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen (‘bedingen’) staan die relevant zijn voor de beoordeling van de (verschillende onderdelen van de) vordering. Als dergelijke bedingen op zichzelf, of in combinatie met andere relevante bedingen voor consumenten onredelijk bezwarend zijn als bedoeld in artikel 6:233 sub a van Pro het Burgerlijk Wetboek, moet de kantonrechter de betreffende bedingen ambtshalve vernietigen en de daarmee verband houdende onderdelen van de vordering afwijzen. In deze procedure gaat het met name om het beding over incassokosten.
Het incassokostenbeding
3.6.
Hoorne Vastgoed vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. In artikel 25.2 van de toepasselijke algemene voorwaarden is een beding opgenomen over de vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Dit beding wijkt in het nadeel van consumenten af van de wet en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het besluit) en dat mag niet. Consumenten zijn namelijk slechts de (gemaximeerde) kosten als bedoeld in het besluit verschuldigd, voor zover is voldaan aan een aantal wettelijke eisen. Eén van die eisen is dat de consument eerst door middel van een aanmaningsbrief de mogelijkheid moet hebben gekregen om binnen een termijn van veertien dagen de vordering alsnog te voldoen zonder bijkomende kosten.
3.7.
Het beding verwijst weliswaar naar de wettelijke bepalingen, maar dat neemt niet weg dat de gedaagde partij op grond van dat beding in principe verplicht is om bij niet nakoming van de huurovereenkomst alle in dat verband door de eisende partij gemaakte kosten te voldoen onbegrensd in omvang en zonder voorafgaande kosteloze aanmaningsbrief. Het beding heeft dus een aanzienlijk bredere strekking dan wat aan de consumenten op grond van de wet in rekening mag worden gebracht, tenminste de bewoording van het beding maakt onvoldoende duidelijk dat niet wordt afgeweken van dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen. Het beding is daarmee onredelijk bezwarend en wordt vernietigd.
De gevolgen van de ambtshalve toetsing voor de vordering
3.8.
Omdat sprake is van een onredelijk bezwarend beding, is volgens Europese rechtspraak terugvallen op de wettelijke regeling niet toegestaan. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten volledig moeten worden afgewezen.
De wettelijke rente
3.9.
Hoorne Vastgoed vordert € 364,09 aan rente tot 28 april 2026 en de wettelijke rente vanaf 28 april 2026 tot aan de dag waarop de achterstand helemaal is betaald. In de algemene voorwaarden is geen beding opgenomen over de rente en/of algemeen boetebeding. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben geen bezwaar gemaakt tegen de rente. Omdat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de huur te laat betaald hebben, moeten ze de wettelijke rente over de huurachterstand betalen.
De proceskosten
3.10.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hoorne Vastgoed worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
155,60
- griffierecht
559,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.578,60
Hoofdelijkheid
3.11.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat van iedere veroordeelde kan worden verlangd dat hij of zij het hele bedrag betaalt. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om te betalen aan Hoorne Vastgoed € 7.314,52 aan achterstallige huur tot en met juni 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding (28 april 2026) tot aan de dag waarop de achterstand helemaal is betaald;
4.2
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om te betalen aan Hoorne Vastgoed € 364,09 aan rente tot 28 april 2026;
en in het geval dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] met ingang van 1 juli 2026 tot en met 1 oktober 2026 de lopende huur niet tijdig voldoen en/of de huurachterstand van € 7.314,52 niet uiterlijk voor 1 oktober 2026 hebben betaald:
4.3
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst voor de woning aan het adres [adres] in [plaats] vanaf de eerste dag van de maand na die waarin [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de hiervoor opgenomen betalingsverplichtingen en zoals weergegeven onder overweging 3.3 niet nakomen;
4.4
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, maar niet eerder dan dat zij zich niet houden aan de hiervoor opgenomen betalingsverplichtingen en zoals weergegeven onder overweging 3.3., te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] toebehoren en niet aan Hoorne Vastgoed, en om deze woning met afgifte van de sleutels en het geheel ter vrije beschikking van Hoorne Vastgoed te stellen;
4.5
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan Hoorne Vastgoed te betalen een bedrag gelijk aan de maandelijkse huurprijs, onder voorbehoud van (wettelijk) toegestane huurverhogingen, vanaf de ontbinding tot en met het einde van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden;
en in elk geval:
4.6
veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de proceskosten van € 1.578,60, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
4.7
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.8
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.