ECLI:NL:RBMNE:2026:3741

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
12214837_MC_EXPL_26-2380
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling huurachterstand na oplevering woning

De zaak betreft een vordering van de verhuurder tegen de huurder voor betaling van een huurachterstand over de periode tot en met maart 2026. De huurder had sinds 1 november 2023 een woning gehuurd en betaalde de huur niet volledig. De verhuurder had aanvankelijk ook ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, incassokosten en rente gevorderd, maar deze vorderingen werden ingetrokken omdat de woning al was opgeleverd en de algemene voorwaarden niet voldeden.

Tijdens de mondelinge behandeling erkende de huurder de huurachterstand. De kantonrechter stelde vast dat de huurachterstand €12.388,66 bedroeg en veroordeelde de huurder tot betaling van dit bedrag aan de verhuurder. De huurder bood aan een betalingsregeling te treffen, maar de kantonrechter gaf aan dat dit een zaak is voor partijen onderling.

Daarnaast werd de huurder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van in totaal €2.638,46, inclusief dagvaardingskosten, griffierecht, salaris gemachtigde en nakosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 17 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van €12.388,66 huurachterstand en proceskosten van €2.638,46.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12214837 \ MC EXPL 26-2380 / 68749
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: [gemachtigde] , werkzaam bij mr. J.M. Koppert,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.Het verloop van de procedure

1.1
[eiser] heeft [gedaagde] gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde] heeft op de dagvaarding gereageerd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden. [eiser] heeft, vóórdat de zaak met de kantonrechter is besproken, nog een nader stuk opgestuurd en daarbij haar eis gewijzigd.
1.2
De zaak is bij de kantonrechter besproken op 4 juni 2026. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3
De kantonrechter heeft bepaald dat zij schriftelijk uitspraak doet.

2.Waar het in deze zaak om gaat

2.1
[gedaagde] huurt sinds 1 november 2023 de woning aan het adres [adres] in [plaats] . De huur bedraagt € 1.061,13 per maand en moet vooruit worden betaald. [gedaagde] heeft een huurachterstand.
2.2
[eiser] vordert – kort gezegd en na eisvermindering – betaling van de huurachterstand. Uit de akte van [eiser] blijkt dat [eiser] niet langer ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vordert, omdat de woning al door [gedaagde] is opgeleverd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] de eis verder verminderd door aan te geven dat zij geen buitengerechtelijke incassokosten en rente meer vordert, omdat de algemene voorwaarden niet voldoen. Volgens [gedaagde] klopt het dat er een huurachterstand is.

3.De beoordeling

De huurachterstand
3.1
[eiser] noemt in de specificatie een huurachterstand van € 12.388,66. Deze huurachterstand is berekend tot en met de maand maart 2026. Volgens [gedaagde] klopt de huurachterstand. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen om dit bedrag aan [eiser] te betalen.
3.2
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangeboden om een betalingsregeling te treffen. De gemachtigde van [eiser] gaf aan dat hij daarover eerst met de verhuurder moet overleggen. Partijen kunnen alleen samen in overleg een betalingsregeling afspreken. De kantonrechter kan daar niet over beslissen. De Jong heeft namens [eiser] aangegeven dat [gedaagde] langs kan komen op het kantoor van de gemachtigde van [eiser] om tot een betalingsregeling komen.
Proceskosten
3.3
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
126,46
- griffierecht
1.504,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.638,46

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser] € 12.388,66 aan achterstallige huur tot en met maart 2026;
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.638,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.