ECLI:NL:RBMNE:2026:3729

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
28 juni 2026
Zaaknummer
C/16/605979 / HA ZA 26-45
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 2 sub b BWArt. 6:119 BWArt. 225 WvSrArt. 326 WvSrArt. 420bis WvSr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige daad gewaarborgde hulp bij pgb-fraude en terugvordering zorgkantoor

In deze civiele procedure staat centraal of eiseres onrechtmatig heeft gehandeld jegens Zilveren Kruis door haar rol als gewaarborgde hulp bij het beheer van het persoonsgebonden budget (pgb) van haar moeder, budgethouder A. Zilveren Kruis vordert terugbetaling van het volledige uitgekeerde Wlz-pgb van €35.640,00 wegens onvoldoende naleving van pgb-verplichtingen en betrokkenheid bij fraude met pgb-gelden.

De rechtbank stelt vast dat eiseres de pgb-administratie niet deugdelijk heeft gevoerd en deze taak onterecht heeft overgedragen aan een onderneming die strafrechtelijk is veroordeeld voor pgb-fraude. Hierdoor kon Zilveren Kruis niet controleren of de pgb-gelden doelmatig en rechtmatig zijn besteed. Eiseres heeft haar verplichtingen als gewaarborgde hulp verzaakt, ondanks haar persoonlijke omstandigheden.

De rechtbank wijst het verweer van eiseres af dat zij niet verplicht was bepaalde documenten te bewaren en benadrukt dat het niet bijhouden van een volledige administratie onrechtmatig is. Omdat eiseres niet heeft onderbouwd welke zorg daadwerkelijk is geleverd, wordt het volledige bedrag van €35.640,00 als schade vastgesteld. Daarnaast wordt eiseres veroordeeld tot betaling van onderzoekskosten en proceskosten, inclusief wettelijke rente vanaf 31 december 2018.

Uitkomst: Eiseres wordt veroordeeld tot terugbetaling van €35.640 aan Zilveren Kruis wegens onrechtmatig handelen als gewaarborgde hulp.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/605979 / HA ZA 26-45
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. R. Kaya,
tegen
ZILVEREN KRUIS ZORGKANTOOR N.V.,
te Leiden,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Zilveren Kruis,
advocaat: mr. H.J. Arnold.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 september 2025 met 24 producties,
- het verstekvonnis van 12 november 2025,
- de verzetdagvaarding,
- de drie nagezonden producties van [eiseres] ,
- de mondelinge behandeling van 6 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de spreekaantekeningen van Zilveren Kruis.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1
Het gaat in deze zaak om de vraag of [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Zilveren Kruis. Zilveren Kruis heeft een ‘persoonsgebonden budget’ (hierna: Wlz-pgb) aan mevrouw [A] , de moeder van [eiseres] , uitgekeerd om aan zorg te besteden. [eiseres] trad hierbij op als haar gewaarborgde hulp. De zorg zou worden verleend door [onderneming] B.V. (hierna: [onderneming] ). [onderneming] en haar bestuurders zijn in 2019 strafrechtelijk veroordeeld voor fraude met pgb-gelden. Bij de fraude werd samengewerkt met cliënten (budgethouders). De gegenereerde opbrengsten werden namelijk tussen [onderneming] en de budgethouders gedeeld.
2.2
Zilveren Kruis verwijt [eiseres] dat zij als gewaarborgde hulp budgethouder [A] onvoldoende hulp heeft geboden bij het nakomen van haar pgb-verplichtingen door niet deugdelijk de pgb-administratie voor haar moeder te beheren. Ook verwijt Zilveren Kruis dat [eiseres] pgb-gelden heeft verdeeld en ontvangen van [onderneming] . Zilveren Kruis vordert daarom (primair) het volledig aan [A] uitgekeerde Wlz-pgb terug van [eiseres] (€ 35.640,00).
2.3
De rechtbank komt tot de conclusie dat [eiseres] onrechtmatig jegens Zilveren Kruis heeft gehandeld. [eiseres] wordt daarom veroordeeld tot betaling aan Zilveren Kruis van € 35.640,00.

3.De achtergrond van het geschil

De rol van Zilveren Kruis
3.1
Op 1 januari 2015 is de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz) in werking getreden. Op basis van de Wlz kunnen zorgkantoren aan iemand met een zorgindicatie een pgb verlenen. De persoon aan wie het pgb is verleend en die dus zorg nodig heeft wordt de budgethouder genoemd. Met het pgb kan de budgethouder zelf zorg inkopen bij een zorgverlener. Zilveren Kruis is vanaf 1 januari 2016 het zorgkantoor belast met de uitvoering en de controle van de Wlz in de regio Utrecht.
Het Wlz-pgb van [A]
3.2
Op 14 juli 2017 heeft [A] per 1 juli 2017 een zorgovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten met [onderneming] , op grond waarvan [onderneming] voor 22,5 uur per week zorg aan [A] leverde.
3.3
Op 24 augustus 2017 heeft [A] een aanvraagformulier Wlz-pgb voor het inkopen van begeleiding en persoonlijke zorg bij Zilveren Kruis ingediend. Ook heeft [A] een verklaring ondertekend en aan Zilveren Kruis verstrekt, waarmee zij zich akkoord heeft verklaard op de hoogte te zijn van de rechten en plichten die horen bij een pgb. Deze rechten en plichten staan ook vermeld op dit formulier, waaronder de plicht om de zorgovereenkomsten, zorgbeschrijvingen, declaraties en het budgetplan 5 jaar te bewaren en deze, indien daarom wordt gevraagd, op te sturen naar het zorgkantoor.
3.4
Op 24 augustus 2017 hebben [A] en [eiseres] ook een Verklaring Gewaarborgd Hulp ondertekend en aan Zilveren Kruis verstrekt. [eiseres] heeft hiermee verklaard namens de budgethouder in te staan voor het nakomen van de pgb-verplichtingen, waaronder het voeren van de pgb-administratie. [eiseres] heeft op de verklaring geschreven dat zij de administratie goed moet bewaken, dat ze declaraties moet controleren en overeenkomsten moet maken.
3.5
Op 30 augustus 2017 heeft tussen Zilveren Kruis, [A] en [eiseres] een Bewuste Keuze Gesprek plaatsgevonden in het kader van de Wlz-pgb aanvraag van [A] . Uit het gespreksverslag blijkt onder meer dat [eiseres] als gewaarborgde hulp de pgb-administratie zal voeren en dat zij al jaren het pgb beheerd.
3.6
Zilveren Kruis heeft Wlz-pgb toegekend aan [A] voor de periode van 30 juni 2017 tot en met 31 december 2017 en daarna voor de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018. In totaal heeft Zilveren Kruis (via de SVB) € 35.640,00 aan [A] uitgekeerd.
Pgb-fraude bij [onderneming]
3.7
Er is een strafrechtelijk onderzoek naar [onderneming] gestart, nadat de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid in juli 2017 een melding kreeg over pgb-fraude bij [onderneming] . [onderneming] maakte gedurende de gehele onderzoeksperiode (1 januari 2015 t/m 31 maart 2018) maandelijks (valse) facturen op voor zorg die in werkelijkheid niet (volledig) was geleverd aan de budgethouders. Deze facturen werden door Zilveren Kruis vergoed met pgb-gelden, waarna de budgethouders deze gelden aan [onderneming] betaalden. Vervolgens kregen budgethouders een percentage hiervan (contant) terug op basis van gemaakte afspraken.
Met betrekking tot het fraudeonderzoek zijn tijdens een doorzoeking in het pand van [onderneming] lijsten aangetroffen waarop per budgethouder een verdeling is weergegeven van het maandelijkse factuurbedrag en het tussen [onderneming] en de budgethouder gedeelde geldbedrag (hierna: de verdeellijsten).
3.8
[onderneming] en haar bestuurders zouden voor in totaal € 4.673.959,00 hebben gefraudeerd. Zij werden verdacht van meerdere strafbare feiten: valsheid in geschrifte (artikel 225 WvSr Pro), oplichting (artikel 326 WvSr Pro) en witwassen (artikel 420bis WvSr). In vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland van 28 november 2019 [1] zijn [onderneming] en haar bestuurders veroordeeld voor valsheid in geschrifte, oplichting en gewoontewitwassen.
Onderzoek naar [A]
3.9
Naar aanleiding van het onderzoek naar [onderneming] is Zilveren Kruis ook fraudeonderzoeken gestart ten aanzien van de budgethouders. Uit het strafrechtelijk onderzoek volgde dat ook [A] op de verdeellijsten voorkwam en dat er met (mensen in de omgeving van) haar gelden zijn gedeeld.
3.1
In het kader van het fraudeonderzoek heeft Zilveren Kruis op 20 april 2018 [A] op de hoogte gesteld van het lopende fraudeonderzoek naar [onderneming] , heeft zij de uitkering van het pgb opgeschort en heeft zij [A] verzocht om de pgb-administratie te overleggen (zoals kopieën van facturen, urenregistraties en bankafschriften). Na een herinneringsbrief van 7 mei 2018 heeft [A] op 14 mei 2018 verschillende documenten aan Zilveren Kruis verstrekt. Facturen, werkbriefjes over de relevante periode
(juli 2017 t/m maart 2018) en evaluatieverslagen heeft [A] niet verstrekt.
3.11
Bij beschikking van 19 juli 2018 heeft Zilveren Kruis het pgb van [A] ingetrokken en het over 2017 en 2018 aan haar betaalde pgb teruggevorderd. [A] heeft bezwaar gemaakt tegen deze intrekkingsbeschikking. Dat bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens heeft [A] tegen het besluit op bezwaar beroep ingesteld. Tijdens de beroepsprocedure is [A] , op [overlijdensdatum] 2021, overleden. Het beroep is op 8 maart 2022 door de rechtbank Midden-Nederland niet-ontvankelijk verklaard.
3.12
Zilveren Kruis spreekt [eiseres] in deze procedure aan op grond van onrechtmatige daad. Zilveren Kruis vordert dat [eiseres] (primair) € 35.640,00, namelijk het Wlz-pgb dat aan [A] is betaald, moet betalen aan Zilveren Kruis.

4.De beoordeling

[eiseres] heeft onrechtmatig gehandeld jegens Zilveren Kruis
4.1
Centraal in deze zaak staat de vraag of [eiseres] onrechtmatig jegens Zilveren Kruis heeft gehandeld, zoals Zilveren Kruis stelt, en of zij de door Zilveren Kruis hierdoor geleden schade dient te vergoeden. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.
4.2
De rechtbank stelt voorop dat de grondslag van de vordering van Zilveren Kruis onrechtmatige daad is. Anders dan [eiseres] heeft aangevoerd, is het voor een civielrechtelijke vordering op grond van een onrechtmatige daad niet vereist dat sprake is van een strafrechtelijke veroordeling (voor fraude met pgb-gelden). Dat er vanuit het Openbaar Ministerie nooit onderzoek is verricht naar het pgb van [A] , betekent niet dat Zilveren Kruis geen civielrechtelijke vordering op grond van onrechtmatige daad, zoals in deze procedure het geval is, zou kunnen instellen jegens [eiseres] .
4.3
De rechtbank oordeelt dat [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met de Wlz-pgb verplichtingen geen deugdelijke pgb-administratie te voeren. Het is gebleken dat [eiseres] als gewaarborgde hulp optrad voor haar moeder en dat zij heeft verklaard voor haar moeder in te staan voor het nakomen van de pgb-verplichtingen, waaronder het voeren de pgb-administratie. Dit volgt uit de Verklaring Gewaarborgde Hulp en uit het gesprekverslag van het Bewuste Keuze Gesprek. [eiseres] heeft echter erkend dat zij, in strijd met deze verplichting, geen administratie van het Wlz-pgb heeft bijgehouden. Ook heeft [eiseres] niet alle opgevraagde stukken overgelegd. Daarnaast heeft [eiseres] verklaard dat zij de pgb-administratie uit handen heeft gegeven aan [onderneming] , die voor haar de administratie is gaan beheren. Het was [eiseres] bekend, althans haar had bekend moeten zijn, dat zij zelf de pgb-administratie moest voeren en dat het haar niet was toegestaan dit door [onderneming] te laten doen. [A] kan worden geacht op de hoogte te zijn geweest van haar administratieplicht omdat dit blijkt uit de Verklaring Gewaarborgde Hulp en uit het gespreksverslag van het Bewuste Keuze Gesprek, waaruit volgt dat deze verplichting toen met haar is besproken. [eiseres] heeft toegezegd de pgb-administratie te gaan beheren, op grond waarvan Zilveren Kruis ervoor heeft gekozen om het Wlz-pgb te verstrekken aan [A] . [eiseres] heeft nog aangevoerd dat het in 2017 en 2018 niet verplicht was om bij een vast maandbedrag urenbriefjes en werkbriefjes in te dienen en dat dit zou blijken uit de website van de SVB. [eiseres] heeft dit echter onvoldoende – met stukken – concreet gemaakt en hiervoor geen onderbouwing gegeven. Bovendien betekent het feit dat deze stukken (mogelijk) niet bij de SVB hoefde te worden ingediend niet dat deze ook geen onderdeel hoeven te zijn van de te voeren administratie. Deze stukken blijven namelijk nodig om vast te kunnen stellen welke zorg is geleverd. Mede gelet op de betwisting van Zilveren Kruis, gaat de rechtbank daarom voorbij aan dit standpunt van [eiseres] .
4.4
Doordat [eiseres] heeft nagelaten om een deugdelijke pgb-administratie te voeren is Zilveren Kruis niet in staat gesteld om te beoordelen of de ten behoeve van [A] uitgekeerde pgb-gelden doelmatig en rechtmatig, namelijk aan zorg, werden besteed. Zilveren Kruis kon de door [onderneming] gefactureerde zorg niet objectief controleren en achterhalen welke zorg al dan niet is geleverd. De rechtbank heeft nog van [eiseres] begrepen dat zij de administratie aan [onderneming] heeft overgelaten omdat het vanwege haar persoonlijke situatie te veel werd om ook de pgb-administratie voor haar moeder te beheren. Maar dit maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. [eiseres] heeft als gewaarborgde hulp de verplichting op zich genomen om de budgethouder bij te staan en dus ook om een deugdelijke administratie te voeren. Het is gebleken dat zij deze taak en verantwoordelijkheid heeft verzaakt en dit valt haar, ondanks haar lastige persoonlijke situatie, toe te rekenen. De rechtbank merkt nog op dat niet is gebleken dat [eiseres] haar persoonlijke situatie en dat zij hierdoor de administratieplicht niet kon nakomen heeft aangekaart bij Zilveren Kruis. Dan was Zilveren Kruis hiervan op de hoogte geweest en had zij maatregelen kunnen treffen. Door dat niet te doen heeft Zilveren Kruis er op mogen vertrouwen dat [eiseres] haar administratieverplichting als gewaarborgde hulp zou nakomen.
4.5
Zilveren Kruis verwijt [eiseres] nog dat zij ook onrechtmatig heeft gehandeld door pgb-gelden met [onderneming] te delen. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank echter al tot het oordeel dat [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Zilveren Kruis. Deze stelling behoeft daarom geen bespreking meer.
4.6
De conclusie is dat [eiseres] aansprakelijk richting Zilveren Kruis is voor de (causale) gevolgen van haar onrechtmatige gedragingen. Welke gevolgen dat zijn, en aldus wat de schade is aan de zijde van Zilveren Kruis, zal de rechtbank nu bespreken.
[eiseres] moet de schade van € 35.640,00 aan Zilveren Kruis vergoeden
4.7
Zilveren Kruis stelt zich primair op het standpunt dat de schade € 35.640,00 bedraagt, aldus het totaal aan [A] uitgekeerde bedrag. De rechtbank volgt Zilveren Kruis hierin en overweegt in dat verband het volgende.
4.8
Voor de rechtbank is gebleken dat het voor Zilveren Kruis niet is vast te stellen welk deel van de uitgekeerde pgb-gelden precies is besteed aan het verlenen van zorg aan [A] door [onderneming] en of een deel van de zorg niet is geleverd aan haar. De oorzaak hiervan is gelegen in het onrechtmatig handelen van [eiseres] . Immers, dat handelen bestond onder meer uit het niet bijhouden van een deugdelijke pgb-administratie en het niet aanleveren van de door Zilveren Kruis opgevraagde stukken. Hoewel het in beginsel aan Zilveren Kruis is om de omvang van de schade onderbouwd in kaart te brengen, lag het gelet op de omstandigheden in deze zaak op de weg van [eiseres] om concreet te onderbouwen welke zorg wél is verleend aan [A] . Zilveren Kruis kan dit immers zelf niet doen omdat zij door toedoen van [eiseres] niet over de hiervoor benodigde administratie beschikt. [eiseres] heeft dit nagelaten en haar stellingen dat de gedeclareerde zorg door [onderneming] in de betreffende periode is geleverd, niet onderbouwd. [eiseres] heeft nog aangevoerd dat [A] , gelet op haar toestand, zorg nodig had en ook zorg heeft gekregen, terwijl de fraude niet onomstotelijk is gebleken. De rechtbank gaat hier echter aan voorbij. Niet ter discussie staat dat [A] zorg nodig had. Daarvoor heeft Zilveren Kruis immers ook Wlz-pgb aan haar toegekend en betaald. Door het handelen van [eiseres] kan Zilveren Kruis echter niet controleren en vaststellen of en hoeveel zorg (door [onderneming] ) aan [A] is geleverd. De rechtbank acht het daarom niet onaanvaardbaar dat [A] het volledig uitbetaalde Zvw-pgb aan Zilveren Kruis moet betalen. Met Zilveren Kruis is de rechtbank daarom van oordeel dat het ervoor moet worden gehouden dat de schade € 35.640,00 bedraagt, nu niet duidelijk is geworden dat enige pgb-vergoeding aan doelmatige en rechtmatige zorg is besteed. Deze schade was zonder het onrechtmatig handelen van [A] niet geleden. [A] heeft hier ook onvoldoende tegenin gebracht.
Conclusie: de primaire vordering wordt toegewezen en de wettelijke rente vanaf 31 december 2018
4.9
De rechtbank acht [eiseres] dus aansprakelijk voor een schadebedrag van € 35.640,00. [A] wordt veroordeeld om dat bedrag aan Zilveren Kruis betalen.
4.1
Zilveren Kruis vordert de wettelijke rente vanaf 31 december 2018, omdat op uiterlijk die datum alle pgb-gelden door Zilveren Kruis waren betaald. [eiseres] heeft hiertegen aangevoerd dat de wettelijke rente niet eerder kan ingaan dan de datum van de dagvaarding, maar heeft onvoldoende onderbouwd waarom dit het geval zou moeten zijn. De wettelijke rente over € 35.640,00 zal daarom vanaf 31 december 2018 worden toegewezen.
[eiseres] moet de onderzoekskosten van € 517,50 betalen
4.11
Zilveren Kruis vordert betaling door [eiseres] van de onderzoekskosten die Zilveren Kruis heeft gemaakt, ter hoogte van € 517,50. Deze vordering wordt toegewezen. Redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid komen voor vergoeding in aanmerking (artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro). Anders dan [eiseres] stelt, is er dus een wettelijke grondslag voor deze vordering. Zilveren Kruis heeft gesteld dat zij de gestelde kosten in redelijkheid heeft moeten maken om de aansprakelijkheid van [eiseres] te kunnen aantonen. Dat is niet weersproken door [eiseres] . Tegen de hoogte van de kosten is geen verweer gevoerd. De kosten komen daarom voor vergoeding in aanmerking, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2018.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
4.12
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.672,00
(2 punten × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.976,78
4.13
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1
veroordeelt [eiseres] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 35.640,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 31 december 2018, tot de dag van volledige betaling,
5.2
veroordeelt [eiseres] tot betaling aan Zilveren Kruis van € 517,50 aan onderzoekskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 31 december 2018 tot de dag van volledige betaling,
5.3
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 4.976,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Gaertman en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.
WM (5442)