ECLI:NL:RBMNE:2026:3702
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- S. Keurentjes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende bewijs mishandeling en ernstig letsel
Eiser heeft een aanvraag ingediend bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor een tegemoetkoming, welke is afgewezen op 20 mei 2025. Na bezwaar bleef het Schadefonds bij deze afwijzing. Eiser stelde dat hij slachtoffer was van een opzettelijk geweldsmisdrijf en dat zijn fysieke en psychische klachten ernstig letsel vormden. Tevens voerde hij aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk slachtoffer is geweest van mishandeling. De feiten rondom de toedracht, aanleiding en omstandigheden zijn onduidelijk en worden niet voldoende onderbouwd. De politie kwalificeert het incident als een civiel geschil zonder bewijs van mishandeling.
Daarnaast is niet vastgesteld dat eiser ernstig letsel heeft opgelopen. De medische verklaring spreekt van een kneuzing, wat volgens het beleid van het Schadefonds niet kwalificeert voor een tegemoetkoming. Psychisch letsel is niet onderbouwd met een behandelplan van een gekwalificeerde hulpverlener. Het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel faalt eveneens.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiser geen tegemoetkoming ontvangt en geen proceskostenvergoeding krijgt. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de tegemoetkoming door het Schadefonds wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van mishandeling en ernstig letsel.