Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. J.P. Jansen;
- de advocaat van de verdachte: mr. V.P.J. Tuma (hierna: de advocaat).
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 12 juni 2026;
- een proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever van 26 oktober 2025, pagina 42 e.v.;
- een proces-verbaal van bevindingen van 3 november 2025, pagina 112 e.v.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
- een Pro Justitia rapport van 30 april 2026, opgemaakt door een GZ-psycholoog;
- een rapport van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering van 11 mei 2026, opgemaakt door een reclasseringswerker.
- meldplicht bij reclassering;
- ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname;
- verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- dagbesteding;
- aflossing schulden;
- beheersing middelengebruik.
6.Vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf
7.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 317 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.
8.De beslissing
gevangenisstrafvan
24 maanden;
10 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
3 (drie) jaarvast;