ECLI:NL:RBMNE:2026:3695
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Keurentjes
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen educatieve maatregel drugs
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het CBR waarin een educatieve maatregel drugs was opgelegd. Tijdens de zitting trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank het CBR te veroordelen in de proceskosten van het beroep.
Het CBR had het bestreden besluit ingetrokken en een nieuwe beslissing genomen waarin het bezwaar van verzoeker gegrond werd verklaard. Tevens werden de opleggings- en uitvoeringskosten terugbetaald en een vergoeding van bezwaarkosten toegekend.
De rechtbank oordeelde dat het CBR daarmee geheel aan verzoeker was tegemoetgekomen, waardoor toewijzing van het verzoek om proceskostenveroordeling passend was. De vergoeding werd vastgesteld op € 1.868,- voor rechtsbijstand en het griffierecht van € 194,- moest door het CBR worden vergoed.
De uitspraak werd gedaan door rechter S. Keurentjes op 18 mei 2026 te Utrecht. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het CBR tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep.