ECLI:NL:RBMNE:2026:3644

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
C/16/609979 / JL RK 26-251
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige

De kinderrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 26 mei 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2012. De minderjarige verblijft momenteel in een woonvoorziening waar intensieve 2-op-1 begeleiding wordt geboden vanwege zijn complexe problematiek, waaronder ASS type 3, ADHD en een hersenaandoening.

Ondanks de inzet van de ouders en goede samenwerking met de jeugdbeschermer, lukt het niet om de ontwikkelingsbedreiging binnen het vrijwillig kader weg te nemen. De eerdere crisisgroep en samenwerkingsconstructie boden onvoldoende resultaat, waardoor verlenging noodzakelijk is om de veiligheid, continuïteit en professionele begeleiding te waarborgen.

De kinderrechter acht de hulp van de jeugdbeschermer essentieel voor het bieden van blijvende bescherming, structuur en ondersteuning van de ontwikkeling van de minderjarige. De ouders hebben ingestemd met de verlenging en ervaren de betrokkenheid van de jeugdbeschermer als een positieve ontwikkeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden voor een jaar verlengd en de beschikking is direct uitvoerbaar verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almere
Zaaknummer: C/16/609979 / JL RK 26-251
Datum uitspraak: 26 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift (met bijlagen) van 10 april 2026 mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • de vader;
- [A] , namens de GI.
1.3.
In overleg met de GI is besloten om [minderjarige] niet uit te nodigen voor een gesprek met de kinderrechter omdat dit vanwege zijn gedrag en stabiliteit niet wenselijk is en bevorderlijk voor zijn ontwikkeling is.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter heeft [minderjarige] op 27 mei 2025 tot 27 mei 2026 onder toezicht gesteld van de GI. Tegelijkertijd is een machtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige] verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 27 mei 2026.
2.3.
[minderjarige] verblijft momenteel in een woonvoorziening van [woonvoorziening] in [plaats] .

3.De verzoeken

3.1.
De GI verzoekt om:
  • de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar;
  • de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling;
  • de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . [2] De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar en legt haar beslissing hierna uit.
4.2.
Gebleken is dat [minderjarige] nog altijd ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en het de ouders – ondanks hun volledige inzet en goede samenwerking met de jeugdbeschermer – op dit moment niet lukt om de ontwikkelingsbedreiging in het vrijwillig kader weg te nemen. [minderjarige] kampt met zulke specifieke problematiek (ASS type 3, ADHD en de hersenaandoening heteropie), dat de weg binnen de hulpverlening moeilijk te doorlopen is en de ouders hierbij professionele begeleiding van de jeugdbeschermer nodig hebben.
4.3.
[minderjarige] verbleef eerst op een crisisgroep van ’s Heeren Loo, maar deze plek bleek niet passend gelet op de forse zorgbehoefte van [minderjarige] . Ook de samenwerkingsconstructie tussen [woonvoorziening] en Care Consultancy leverde niet het gewenste resultaat op. Uiteindelijk verblijft [minderjarige] sinds januari van dit jaar in een woonvoorziening van [woonvoorziening] in [plaats] waar hij intensieve 2-op-1 begeleiding krijgt. Gelet op de zeer intensieve (professionele) zorg en begeleiding die [minderjarige] nodig heeft, is het op dit moment nog niet mogelijk dat hij weer bij de vader gaat wonen. De kinderrechter vindt daarom dat de hulp van de jeugdbeschermer het komende jaar nodig is om het gezin blijvende bescherming en structuur te bieden, de verdere ontwikkelingsgroei te ondersteunen, de veiligheid en continuïteit van de woonplek van [minderjarige] te waarborgen, de intensieve professionele begeleiding te continueren en het positieve contact tussen de ouders en [minderjarige] te blijven stimuleren.
4.4.
De ouders hebben ingestemd met de verlenging van zowel de ondertoezichtstelling als de machtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Het is voor de ouders een opluchting dat er een jeugdbeschermer is betrokken die voor hen opkomt en doorpakt. De ouders hebben zich eerder niet altijd gezien en gehoord gevoeld door de hulpverlening.
4.5.
De doelen voor de komende periode zijn:
  • [minderjarige] woont in een passende woonvoorziening die aansluit bij zijn (opvoed)behoeften en aan hem een stabiele, veilige en gestructureerde leefomgeving biedt;
  • [minderjarige] ontwikkelt zich op zijn eigen tempo, waarbij hij ondersteuning krijgt in zijn zelfregulatie, persoonlijke verzorging en sociaal-emotionele ontwikkeling;
  • het contact tussen [minderjarige] en zijn ouders blijft op een veilige, voorspelbare en positieve manier verlopen die passend is bij het ontwikkelingsniveau van [minderjarige] .
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 27 mei 2027;
5.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 27 mei 2026;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Weistra, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, BW.