Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- [verdachte] ;
- de officier van justitie: mr. F.B. Koolhof;
- de advocaat van [verdachte] : mr. M.J. Schimmel (hierna: de advocaat);
- de moeder van [verdachte] ;
- de advocaat van de benadeelde partijen: mr. P.C. Schouten;
- een raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
- een jeugdreclasseringswerker bij William Schrikker Stichting Jeugdbescherming (hierna: de WSG).
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
- een jeugddetentie van 150 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 133 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarden die worden geadviseerd door de Raad, met aanvullend een contactverbod met de medeverdachte [medeverdachte] ;
- een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 20 uur.
- de kwetsbaarheid van [verdachte] ;
- het feit dat hij zich al geruime tijd heeft gehouden aan meerdere schorsingsvoorwaarden, waaronder een avondklok;
- zijn meewerkende proceshouding en
- het feit dat [verdachte] niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit en hij sinds het ten laste gelegde feit niet opnieuw in aanraking is gekomen met politie of justitie.
6.In beslag genomen voorwerp
7.Vordering benadeelde partijen
8.Toegepaste wetsartikelen
9.De beslissing
- verklaart bewezen dat [verdachte] het primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
jeugddetentievan
150 dagen;
jeugddetentieeen gedeelte van
133 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
2 (twee) jarenvast;
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- mee zal werken aan een gestructureerde daginvulling in de vorm van school, stage en/of werk;
- mee zal werken aan behandeling bij de Waag (of een soortgelijke instelling), zolang de jeugdreclasseerder dit nodig acht;
- mee zal werken aan coaching vanuit Nova Forte (of een soortgelijke instelling), zolang de jeugdreclasseerder dit nodig acht;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van
- veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] wat betreft het meer gevorderde af;
- legt aan [verdachte] de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 1.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2025 tot de dag van volledige betaling; bij niet betaling zal geen gijzeling worden toegepast;
- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- legt aan [verdachte] de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen;
- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of een mededader, op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van
- veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] wat betreft het meer gevorderde af;
- legt aan [verdachte] de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 1.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2025 tot de dag van volledige betaling; bij niet betaling zal geen gijzeling worden toegepast;
- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- legt aan [verdachte] de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen;
- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of een mededader, op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 3] toe tot een bedrag van
- veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [benadeelde 3] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 3] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [benadeelde 3] wat betreft het meer gevorderde af;
- legt aan [verdachte] de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] aan de Staat € 1.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2025 tot de dag van volledige betaling; bij niet betaling zal geen gijzeling worden toegepast;
- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- legt aan [verdachte] de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen;
- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of een mededader, op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;