Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. N. Schapendonk;
- de advocaat van de verdachte: mr. A.C. Vingerling (hierna: de advocaat);
- mevrouw [A] van Slachtofferhulp Nederland namens de benadeelde partij [slachtoffer] .
2.Tenlastelegging
- terwijl die [slachtoffer] in bed lag over die [slachtoffer] heen te buigen en/of
- vervolgens die [slachtoffer] onverhoeds te kussen op haar wang,
3.Bewijs
op 8 februari 2026, te [plaats] , tezamen en in
vereniging met een ander, ter uitvoering van het door
verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om in een woning,
de wil van de rechthebbende bevonden, een of meer goed(eren), dat/die geheel aan [benadeelde 1] toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goed(eren) onder hun bereik te brengen door middel van braak,
- de achterdeur heeft/hebben geforceerd en
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
op 8 februari 2026, te [plaats] , in de woning, gelegen aan de [adres 3] , bij een ander, te weten bij [benadeelde 2] en/of [slachtoffer] , in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden;
in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.
5.Straf
- het strafblad van de verdachte van 28 april 2026;
- een reclasseringsadvies van Tactus van 25 maart 2026, opgesteld door reclasseringswerker [B] ;
- een reclasseringsadvies van Tactus van 4 mei 2026, opgesteld door reclasseringswerker [B] .
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 3 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- veroordeelt de verdachte tot
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
heft op het bevel tot de voorlopige hechtenis met ingang van heden.
de rechtbank begrijpt: De [adres 2] in [plaats]). In de rugzak zag ik een breekijzer. Ik heb op de steiger bij de woning gelopen. Toen ik de politie zag, ben ik gaan rennen. Ik heb geen derde persoon gezien, we waren daar met zijn tweeën.