ECLI:NL:RBMNE:2026:3589
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die de hoofdzaak behandelde, omdat hij door acute medische omstandigheden niet aanwezig kon zijn bij een zitting en het aanhoudingsverzoek werd afgewezen. Verzoeker vreesde vooringenomenheid omdat de kantonrechter de zitting wilde laten doorgaan ondanks zijn afwezigheid en al een oordeel zou hebben gegeven over het administratieve beslag op een auto.
De kantonrechter stelde dat zijn beslissing een procesbeslissing was, waarbij het belang van de eisende partij bij spoedige behandeling van voorlopige voorzieningen zwaarder woog dan het belang van verzoeker bij aanhouding. Verzoeker kreeg de mogelijkheid om later in de bodemzaak alsnog stukken in te dienen.
De wrakingskamer oordeelde dat een procesbeslissing geen grond voor wraking vormt en dat de motivering van de kantonrechter geen uiting van vooringenomenheid bevatte. Verzoeker had meerdere kansen gehad om een conclusie van antwoord in te dienen maar had daarvan geen gebruik gemaakt.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen sprake was van partijdigheid of vooringenomenheid en wees het wrakingsverzoek af. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij de schorsing.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid is afgewezen.