Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
“(…)Toen ik aan kwam (…) was er geen groep jongens meer(…) In het dorp kwamen we nog wel wat jongens tegen maar dat waren niet degene die mijn vriend lastig hadden gevallen. Later zijn we met de hele groep, we waren met 10 à 15 man, in de richting van het plein gelopen. Daar was de groep jongens, het zijn allemaal jonge jongens die mijn vriend hadden lastig gevallen.” [3] [A] en de groep waartoe hij behoort waren duidelijk uit op een gevecht. De kantonrechter stelt op basis van de door [gedaagde] overgelegde foto’s van de politie camerabeelden rondom het incident vast dat [A] zich doelbewust in de vechtpartij heeft gemengd. [4] Dat [A] op [gedaagde] is afgekomen en naast zijn vriend ook [gedaagde] zelf een klap heeft gegeven, zoals [gedaagde] ter zitting heeft gesteld, is niet te zien op de foto’s van de camerabeelden en wordt ook door FBTO weersproken. [5] Op de foto’s is ook niet te zien dat de groep van [A] de groep van [gedaagde] heeft omsingeld zoals [gedaagde] heeft gesteld. [6] Zo is niet te zien of er achter de bomen op het plein ook jongens uit de groep van [A] stonden. Het lag op de weg van [gedaagde] om dat aan te tonen. Dat had [gedaagde] bijvoorbeeld kunnen doen door op een plattegrond met een inrichting van het plein aan te geven waar de jongens uit de groep van [A] precies stonden. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan.
blijven. Volgens FBTO heeft [A] niet doelbewust het risico opgezocht om met een mes gestoken te worden. Het verdedigingsmiddel door het gebruik van een mes stond niet in verhouding tot de ernst van de aanval van [A] die met blote vuisten het gevecht aan ging. FBTO betwist dan ook dat er sprake is van eigen schuld van [A]
Daarmee is sprake van enige mate van eigen schuld aan de zijde van [A] als bedoeld in artikel 6:101 BW Pro. FBTO heeft onvoldoende ingebracht om dat anders te zien.
De kantonrechter acht wel de rol van [gedaagde] bij het ontstaan van de schade van [A] groter omdat de verdediging met een mes door [gedaagde] in dit geval disproportioneel is. [A] hoefde niet te verwachten dat hij als gevolg van zijn eigen handelen ernstig gewond zou raken en zelfs het leven zou kunnen laten door een messteek. [gedaagde] had ook kunnen verwachten dat [A] als gevolg daarvan medisch behandeld zou moeten worden en daardoor schade zou lijden en heeft de aanmerkelijk kans op ernstiger letsel aanvaard. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben de aan [A] toe te rekenen omstandigheden voor 25% bijgedragen aan het ontstaan van de schade. De kantonrechter ziet dan ook reden 25% van de schade voor rekening van [A] te laten.