ECLI:NL:RBMNE:2026:3571

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
11982143 \ UC EXPL 25-9356
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 5 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onbetaalde tandartskosten en compensatie proceskosten

De zaak betreft een vordering van eiseres tot betaling van een onbetaalde tandartskostennota van €86,87, vermeerderd met rente en incassokosten. Gedaagde erkent de hoofdsom maar betwist de redelijkheid van de proceskosten.

Het verzoek van eiseres tot doorhaling van de zaak wordt geweigerd omdat gedaagde hier niet onvoorwaardelijk mee instemt. De kantonrechter oordeelt dat de hoofdsom, de rente en de incassokosten toewijsbaar zijn, aangezien gedaagde deze niet betwist en de wettelijke voorwaarden voor incassokosten zijn vervuld.

Ten aanzien van de proceskosten wordt gecompenseerd omdat partijen door miscommunicatie en betalingsonmacht niet tot een regeling zijn gekomen. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zodat het ook bij hoger beroep gevolgd moet worden.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van onbetaalde tandartskosten, rente en incassokosten, met compensatie van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11982143 \ UC EXPL 25-9356
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
[eiseres] B.V., MEDE H.O.D.N. [handelsnaam] , [handelsnaam] , [handelsnaam] EN [handelsnaam],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Yards deurwaardersdiensten,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: M. el Jallouli, werkzaam bij Stichting Zorg in de Buurt.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 november 2025, met producties 1 tot en met 3,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek met productie 4
- de conclusie van dupliek
- de e-mail van [eiseres] met het verzoek tot doorhaling ter rolle,
- de reactie van [gedaagde] op het verzoek tot doorhaling.
1.2
De kantonrechter heeft beslist dat vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1
Deze zaak gaat over een onbetaalde zorgkostennota. [eiseres] vordert betaling van € 128,73, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] erkent dat hij de hoofdsom moet betalen, maar vind het niet redelijk dat hij ook de proceskosten moet betalen. Er zijn persoonlijke omstandigheden die maken dat hij nooit een eerlijke kans heeft gehad om tot een oplossing te komen. De kantonrechter wijst de vordering toe en compenseert de proceskosten.

3.De beoordeling

De zaak wordt niet doorgehaald
3.1
[eiseres] heeft om doorhaling van de zaak verzocht. [gedaagde] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Hij wil alleen dat dat de zaak wordt doorgehaald als er bepaalde voorwaarden worden vastgelegd over de kosten.
3.2
Het verzoek om doorhaling van de zaak wordt geweigerd, omdat [gedaagde] niet onvoorwaardelijk instemt met de doorhaling. Het is aan partijen samen om, indien gewenst, een minnelijke regeling overeen te komen en de zaak in te trekken. Dat is niet gebeurd en daarom zal er alsnog op de vordering worden beslist.
[gedaagde] moet de hoofdsom en de rente betalen
3.3
Vaststaat dat [gedaagde] op 3 juni 2025 een tandheelkundige behandeling heeft ondergaan bij [bedrijf] . De kosten daarvoor waren, na vergoeding door de zorgverzekeraar van [gedaagde] , € 86,87. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van de gevorderde hoofdsom niet betwist. De hoofdsom van € 86,87 is dan ook toewijsbaar. Ook de gevorderde rente tot 13 november 2025 van € 1,86 en vanaf 13 november 2025 over de hoofdsom is niet betwist en op grond van de wet toewijsbaar.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten vergoeden
3.4
De gevorderde incassokosten komen voor vergoeding in aanmerking als is voldaan aan de eisen van artikel 6:96 lid 5 en Pro 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Daarin is het bedrag dat voor vergoeding in aanmerking komt beperkt. En ook is daarin vastgelegd dat die vergoeding pas verschuldigd is als de gedaagde partij – [gedaagde] – éérst in de gelegenheid is gesteld om het achterstallige bedrag nog gedurende veertien dagen zonder aanvullende kosten te voldoen en hij die gelegenheid niet heeft benut. In dit geval is aan de wettelijke eisen voldaan en heeft [gedaagde] erkent dat hij dit bedrag moet betalen. De gevorderde vergoeding van € 40,00 is daarom toewijsbaar.
De proceskosten worden gecompenseerd
3.5
De vraag die resteert is wie de proceskosten moet betalen. [gedaagde] voert aan dat er contact is gezocht met zowel [bedrijf] en het incassobureau. Er is uitleg gegeven over de situatie van [gedaagde] en er is gevraagd om de incasso tijdelijk te pauzeren. Daarop is volgens [gedaagde] door [bedrijf] aangegeven dat zij zelf contact met [gedaagde] zouden opnemen om tot een oplossing te komen. [gedaagde] heeft nooit meer bericht ontvangen van [bedrijf] of het incassobureau. Volgens [eiseres] is er telefonisch contact geweest, is er wel een uitstel van betaling gegeven van vier weken, maar is er geen toezegging gedaan over het opnemen van contact om tot een oplossing te komen.
3.6
[eiseres] heeft - zonder nadere toelichting - op 6 maart 2026 verzocht om doorhaling van de zaak. [gedaagde] heeft zich verzet tegen de doorhaling, omdat hij duidelijkheid wil over de proceskosten. De kantonrechter overweegt dat als de zaak was doorgehaald partijen ieder (vooralsnog) de eigen proceskosten hadden moeten dragen. Uit de verklaringen van partijen over het onderlinge contact voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding leidt de kantonrechter bovendien af dat vooral door miscommunicatie en betalingsonmacht, partijen op dat moment niet tot een betalingsregeling zijn gekomen die de proceskosten hadden kunnen voorkomen. Samen met de door [gedaagde] geschetste persoonlijke omstandigheden ziet de kantonrechter in het voorgaande voldoende aanleiding om in dit geval de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitvoerbaar bij voorraadverklaring
3.7
De kantonrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 128,73, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 86,87, met ingang van 13 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.2
compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,
4.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Scharrenborg en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
64510