Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eisende partij sub 1] B.V.,
2.
[eisende partij sub 2],
1.De procedure
waarbij vonnis is bepaald op uiterlijk 9 december 2025.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
een van de grootste criminelen van het land” genoemd. Op 28 juli 2025 heeft [gedaagde partij] over een door stichting Taubah tegen de Gemeente aangespannen procedure op Facebook onder meer het volgende gemeld: “
Morgen is het één van de belangrijkste uitspraak (rechtbank Utrecht) die een moskee in Nederland ooit heeft gehad. Wat de uitkomst ook mag zijn, wij gaan door totdat de criminele bende van [eisende partij sub 1] allemaal voor de rechter staat”. In een ander Facebookbericht van dezelfde datum heeft [gedaagde partij] gemeld: “
(…). Ik weet dat [eisende partij sub 1] en haar criminele partners meelezen (…). Ter info. Het juridische proces stopt niet na 30 juli!”. [gedaagde partij] verwijst daarmee naar de toen verwachte uitspraak in een bij deze rechtbank door de stichting Taubah tegen de Gemeente aangespannen rechtszaak.
Die(de CTER melding, voorzieningenrechter)
heb ik ook achter mijn naam.
En hoogstwaarschijnlijk door [eisende partij sub 1] . Mijn bankrekening hebben ze ook geblokkeerd.”.Deze uitspraak op zichzelf beoordelend zou zo kunnen worden opgevat dat [gedaagde partij] met ‘ze’ [eisende partij sub 1] bedoelt. Die conclusie volgt volgens [eisende partij c.s.] ook uit datgene wat [gedaagde partij] in de Podcast op het tijdstip 47:40 meldt:
“Wij zijn natuurlijk benadeeld als moskee. Eh, heimelijk onderzocht, maar tegelijkertijd hebben ze onze moskee geblokkeerd, de bankrekening hebben ze geblokkeerd, maar daarna zijn ze bij mij gekomen. Die hebben ze ook geblokkeerd.”.Maar [gedaagde partij] stelt dat hij met ‘ze’ de Rabobank bedoelt. Dit laatste is niet alleen aannemelijk omdat [eisende partij c.s.] geen bevoegdheid heeft om bankrekeningen te blokkeren, maar volgt duidelijk ook uit datgene wat [gedaagde partij] in de Podcast op het tijdstip 48.34 meldt. Daar vertelt [gedaagde partij] dat zijn advocaat bij een zitting aan de bank vroeg
“Hoe zijn jullie bij de heer [gedaagde partij] uitgekomen? En de bank zegt: De stichting is in de media verschenen. We hebben onderzoek gedaan naar de stichting. Die hebben we geblokkeerd. We zagen dat [gedaagde partij] daar bestuurder is en hebben we hem ook meegenomen in het onderzoek. En daardoor zijn de rekeningen geblokkeerd. We willen ze blokkeren. En de rechter heeft ook gezegd: de Rabobank heeft gelijk”.
“en hoogstwaarschijnlijk door het [eisende partij sub 1]”. [gedaagde partij] spreekt met gebruik van het woord ‘hoogstwaarschijnlijk’ niet meer dan een vermoeden uit van betrokkenheid van [eisende partij sub 1] bij plaatsing van zijn naam op de CTER-lijst.
iemand”verantwoordelijk is voor het doorgeven van de namen die gezinnen kapot hebben gemaakt en levens hebben verwoest (fragmenten vanaf de tijdstippen 20:58 en 57:47) moeten in de onder 3.19 genoemde context worden beschouwd. Dit geldt ook voor de onder 3.18 genoemde uitspraak (fragment vanaf tijdstip 29:50). [gedaagde partij] houdt [eisende partij c.s.] in dat kader (mede) verantwoordelijk voor de plaatsing van namen op de CTER-lijst, maar stelt in de drie fragmenten niet dat het [eisende partij sub 1] zelf is die namen op terreurlijsten/CTER-lijsten heeft geplaatst. [gedaagde partij] betwist ook niet dat [eisende partij sub 1] niet zelfstandig namen op de CTER-lijst kan zetten.
Toen dat was gelekt over [eisende partij sub 1] , hebben we heel veel telefoontjes binnengekregen en berichten. Een voorbeeld: Een zuster heeft haar kind op een openbare school. Ze woont niet in een grote stad waar een islamitische school is. Ze gaat met haar ghimaar, brengt ze haar kind naar school. Vervolgens komt een [eisende partij sub 1] -medewerker bij haar thuis, aankloppen. We willen met jou in gesprek. ‘Ja, wie bent u dan?’ ‘Ja, de gemeente heeft mij ingehuurd, we willen graag met jou in gesprek.’ ‘Dan zeg je ja maar ik niet.’ ‘Nee, je moet meewerken en meteen hè, je moet meewerken anders kan het zo zijn dat jouw kind in gevaar is. Met andere woorden dat we de Raad van Kinderbescherming gaan benaderen, dat ze jouw kind meenemen.’ Dan zegt zij nog: ‘Ja, oké, maar ik ben hier alleen, ik wil mijn mahram erbij.’ Dat was gewoon één van de medewerkers van [eisende partij sub 1] .”
verraad” van de islamitische gemeenschap door “
moslimbroeder” [eisende partij sub 2] en dat hij aangepakt moet worden. Onder de berichten worden door lezers van de berichten soms heftige reacties geplaatst. Deze uitlatingen zijn echter niet aan de vordering ten grondslag gelegd en spelen in de beoordeling daarom geen rol. Toch wil de voorzieningenrechter daar het volgende over opmerken.
Deze is voor alle [eisende partij sub 1] medewerkers en soortgelijk.” helpt daar in ieder geval niet bij. [8]