ECLI:NL:RBMNE:2026:3568

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
11990071 \ MC EXPL 25-6592
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 233 RvArt. 242 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling resterende huurkoopsom na ontbinding financial leaseovereenkomst auto

In het voorjaar van 2023 sloot eiseres een financial leaseovereenkomst met gedaagde voor een Volkswagen ID 4 MAEX met een looptijd van 60 maanden. Eind 2024 ontbond eiseres de overeenkomst vanwege niet-nakoming van betalingsverplichtingen door gedaagde. De auto werd verkocht via een online veiling.

Eiseres vorderde betaling van de resterende huurkoopsom minus de netto-opbrengst van de auto en reeds gedane betalingen, alsmede vertragingsrente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde erkende de betalingsachterstand maar stelde dat eiseres onvoldoende begrip toonde voor zijn situatie.

De kantonrechter oordeelde dat eiseres terecht de overeenkomst ontbonden heeft conform de algemene voorwaarden. De resterende termijnbetalingen en contractuele rente werden toegewezen, waarbij de opbrengst van de veiling in mindering werd gebracht. De buitengerechtelijke kosten werden gematigd tot een bedrag gebaseerd op de staffel van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het totaalbedrag van €30.200,20 plus rente en proceskosten.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de resterende huurkoopsom, rente en gematigde incassokosten na ontbinding van de financial leaseovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11990071 \ MC EXPL 25-6592
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] B.V.,
handelende onder de naam “ [handelsnaam] ”,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. H.J.M. Hofman, werkzaam bij Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
handelende onder de naam [handelsnaam] ,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van [eiseres] ;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde] ;
- de conclusie van repliek van [eiseres] ;
- de conclusie van dupliek van [gedaagde] .
1.1
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

Kern van de zaak
2.1
[eiseres] heeft in het voorjaar van 2023 met [gedaagde] een financial lease (huurkoop) overeenkomst gesloten ter zake van een Volkswagen ID 4 MAEX (hierna: de auto). Deze overeenkomst had een looptijd van 60 maanden. [eiseres] heeft de overeenkomst eind 2024 ontbonden omdat [gedaagde] zijn betalingsverplichtingen niet nakwam. De auto is door [eiseres] verkocht via een online veiling. In deze procedure vordert [eiseres] dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de restant huurkoopsom (minus de netto-opbrengst van de auto en betalingen van [gedaagde] ), vertragingsrente en buitengerechtelijke kosten. De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] toe. Wel worden de buitenechtelijke kosten naar beneden bijgesteld. [gedaagde] moet de proceskosten betalen.
Zakelijke overeenkomst
2.2
[gedaagde] is de overeenkomst aangegaan in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf.
[gedaagde] moet de resterende termijnbetalingen en contractuele vertragingsrente betalen
2.3
In de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden is onder meer opgenomen dat indien er, na een schriftelijke aanmaning, een betalingsachterstand is van twee maanden of meer, [eiseres] het recht heeft om de overeenkomst te ontbinden. Ook is in de algemene voorwaarden opgenomen dat bij ontbinding van de overeenkomst de auto binnen 24 uur ingeleverd moet worden. Vervolgens wordt de auto dan verkocht en wordt de opbrengst verrekend met het nog openstaande bedrag.
2.4
[gedaagde] erkent dat hij niet tijdig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en dat [eiseres] conform haar contractuele bevoegdheden heeft gehandeld. Zijn verweer komt erop neer dat hij [eiseres] verwijt dat zij weinig begrip heeft getoond voor zijn situatie. [gedaagde] voert aan dat hij contact heeft opgenomen met [eiseres] toen hij in betalingsmoeilijkheden kwam en dat hij heeft aangegeven het op te willen lossen, maar dat [eiseres] zich star opstelde. In reactie hierop heeft [eiseres] een betaaloverzicht gegeven waaruit volgt dat de maandelijkse automatische incasso’s herhaaldelijk zijn gestorneerd. Toen [gedaagde] in oktober 2024 werd aangemaand was er voor de tiende keer een achterstand van twee maanden of meer. De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] in de gegeven omstandigheden in redelijkheid tot ontbinding kon overgaan.
2.5
Op grond van de algemene voorwaarden was [eiseres] gerechtigd alle nog te verrichten termijnbetalingen op te eisen van totaal € 57.639,31 (€ 70.034,80 - € 12.395,49). Anders dan [gedaagde] aanvoert, is er geen reden om de resterende kredietvergoeding af te wijzen. Op voormeld bedrag heeft [eiseres] de (netto) opbrengst van de verkoop van de auto van
€ 27.516,04 in mindering gebracht, zodat een hoofdsom resteert van € 30.123,67. [gedaagde] voert aan dat de auto voor een hoger bedrag verkocht had kunnen worden. Hij wijst op een advertentie waarin de auto vervolgens te koop werd aangeboden voor € 35.495,00. De kantonrechter is van oordeel dat het gegeven dat een (openbare) veiling van de auto minder heeft opgeleverd dan een particuliere of zakelijke verkoop zou hebben, niet aan [eiseres] kan worden tegengeworpen en geen reden is voor matiging van de vordering. [eiseres] heeft overigens een taxatierapport overgelegd waaruit een executiewaarde van de auto blijkt van
€ 24.600,00 op 22 november 2024. De auto heeft op de veiling nog meer opgebracht.
2.6
Ook de gevorderde op de algemene voorwaarden gebaseerde contractuele vertragingsrente zal worden toegewezen. Tot en met 18 november 2025 betreft dit een bedrag van € 2.023,94.
Buitengerechtelijke kosten worden naar beneden bijgesteld
2.7
[eiseres] vordert een vergoeding van € 4.527,80 voor buitengerechtelijke incassokosten op grond van haar algemene voorwaarden. [eiseres] maakt ook aanspraak op BTW over de buitengerechtelijke incassokosten, omdat zij onweersproken heeft gesteld dat zij de BTW niet kan verrekenen. In dit geval acht de kantonrechter redenen aanwezig om de vergoeding op grond van artikel 242 Rv Pro te matigen tot het bedrag, berekend op grond van de bij het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten horende staffel, nu [gedaagde] heeft aangevoerd deze buitensporig te vinden en [eiseres] niet heeft gesteld en onderbouwd dat er zodanige buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die een hoger bedrag dan de staffel rechtvaardigen. De kantonrechter zal [gedaagde] dan ook veroordelen tot betaling van een vergoeding van € 1.076,85 en € 226,14 aan BTW, totaal € 1.302,99.
Betalingen die nog in mindering strekken
2.8
[eiseres] heeft uiteengezet dat [gedaagde] na aanmaning door haar gemachtigde nog totaal
€ 3.250,00 heeft voldaan. Dit bedrag zal op de vordering in mindering gebracht worden.
Samenvatting:
[gedaagde] dient het navolgende nog aan [eiseres] te betalen:
  • Hoofdsom € 70.034,80
  • Af betaald € 12.395,49
  • Af opbrengst auto € 27.516,04
Subtotaal te voldoen € 30.123,27
  • Bij rente tot 11-03-2025 € 62,05
  • Bij rente tot en met 18-11-25 € 1.961,89
  • Bij incassokosten € 1.302,99
  • Af betalingen na aanmaning € 3.250,00
Totaal € 30.200,20 + rente na 18-11-2025
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.9
Gelet op de uitkomst van de procedure moet [gedaagde] , naast het voornoemde totaalbedrag en rente, de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding € 146,14
- griffierecht € 1.461,00
- salaris gemachtigde € 1.154,00 (2 punten x tarief € 577,00)
- nakosten €
144,00
Totaal € 2.905,14
Uitvoerbaar bij voorraad
2.1
De veroordelingen in dit vonnis worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen € 30.200,20 met de rente van 9,414% per jaar over € 30.123,27 vanaf 19 november 2025 tot de voldoening;
3.2
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 2.905,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, rechter, en in het openbaar uitgesproken
op 10 juni 2026.
13702