Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3562

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
12168091 \ MC EXPL 26-1735
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erkenning vordering en proceskostenveroordeling in faillissementsverificatie

Eiser heeft een vordering ingediend tot erkenning in het faillissement van een energiebedrijf waarbij hij schade heeft geleden door het hogere tarief van een nieuwe energieovereenkomst na faillissement. De curator betwistte aanvankelijk een deel van de vordering, maar erkende deze uiteindelijk volledig om verdere vertraging te voorkomen.

De rechtbank oordeelt dat de vordering van € 2.492,40 toewijsbaar is en plaatst deze op de lijst van erkende schuldeisers. Tevens wordt de curator veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, begroot op € 201,50, inclusief griffierecht en nakosten.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen. De uitspraak is gedaan door de kantonrechter op 10 juni 2026.

Uitkomst: Vordering van € 2.492,40 erkend en curator veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 201,50.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12168091 \ MC EXPL 26-1735
Vonnis van 10 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eiser tot verificatie,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
MR. J.M. VAN RAAIJEN, CURATOR INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN [bedrijf] B.V.,
te Almere,
verweerder tot verificatie,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. J.M. van Raaijen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de niet pro forma voortzetting van de verificatievergadering gehouden op 2 maart 2026,
- de conclusie van eis van [eiser] van 15 april 2026,
- het antwoord van de curator van 13 mei 2026.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1
[eiser] heeft met [bedrijf] B.V (hierna: [bedrijf] ) een overeenkomst gesloten voor de levering van energie. Kort na het sluiten van de overeenkomst is [bedrijf] in staat van faillissement verklaard. Als gevolg van dit faillissement kon [bedrijf] haar leveringsverplichtingen niet langer nakomen. [eiser] was hierdoor genoodzaakt een nieuwe energieovereenkomst af te sluiten bij een derde partij tegen een hoger tarief. [eiser] stelt hierdoor schade te hebben geleden, bestaande uit het tariefverschil tussen de oorspronkelijke overeenkomst met [bedrijf] en de nieuwe, duurdere overeenkomst. Berekend over de resterende looptijd van het contract (10 maanden), bedraagt de totale schade € 2.492,40. [eiser] heeft deze vordering ter verificatie ingediend bij de curator.
2.2
Aanvankelijk heeft de curator de vordering van [eiser] betwist voor een deel van € 2.430,43. Uit proceseconomische overwegingen en ter voorkoming van verdere vertraging in de afwikkeling van het faillissement, heeft de curator de gehele vordering uiteindelijk alsnog erkend. Tevens heeft de curator toegezegd de door [eiser] betaalde griffierechten in deze renvooiprocedure te zullen vergoeden.

3.De beoordeling

De vordering
3.1
Nu de stellingen van [eiser] de vordering kunnen dragen en deze door de curator uitdrukkelijk zijn erkend, ligt de vordering voor toewijzing gereed. De vordering van [eiser] dient op de lijst van erkende schuldeisers te worden geplaatst voor een bedrag van
€ 2.492,40.
De proceskosten
3.2
De curator is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
93,00
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
201,50

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
verifieert en erkent de vordering van [eiser] in het faillissement van [bedrijf] tot een bedrag van € 2.492,40.
4.2
veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 201,50,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.