Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
2.De beoordeling in het incident
3.De beslissing
woensdag 22 juli 2026voor het nemen van een conclusie van antwoord in reconventie in de hoofdzaak,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure vordert gedaagde de voeging van de hoofdzaak met een andere aanhangige zaak bij dezelfde rechtbank, omdat beide zaken betrekking hebben op vastgoedprojecten die volgens gedaagde onderdeel zijn van één project. Eiser betwist dit en stelt dat het om afzonderlijke projecten met verschillende partijen gaat, waardoor gescheiden behandeling passend is.
De rechtbank overweegt dat verknochtheid aanwezig is indien de feitelijke of juridische geschilpunten identiek zijn of zodanig samenhangen dat consistentie van uitspraken geboden is. Hoewel de rechtbank nog geen inhoudelijk oordeel geeft over de partijen, staat vast dat dezelfde personen bij beide projecten betrokken zijn en dat er veelvuldig gelijktijdige communicatie heeft plaatsgevonden.
Daarom acht de rechtbank een gezamenlijke behandeling door één rechter wenselijk, mede vanuit proceseconomische overwegingen en ter voorkoming van tegenstrijdige uitspraken. De incidentele vordering tot voeging wordt toegewezen, eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van €653,00, en verdere beslissingen worden aangehouden. De hoofdzaak wordt op 22 juli 2026 opnieuw op de rol gezet voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot voeging toe en veroordeelt eiser in de proceskosten.