Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging te verlenen voor opname en verblijf van betrokkene voor zes maanden. Tijdens de zitting op 22 mei 2026 werden betrokkene, haar advocaat en diverse zorgverleners gehoord.
De rechtbank constateerde meerdere zorgen over de gezondheid van betrokkene, waaronder een verlaagde bloedsuikerspiegel, alcoholgebruik, somberheid, kortademigheid, valpartijen en geheugenproblemen. Er is een vermoeden van dementie, maar door overmatig alcoholgebruik is dit niet goed vast te stellen. De medische verklaring van 20 april 2026 spreekt van een neurocognitieve stoornis, maar het is onvoldoende onderbouwd of er sprake is van een psychogeriatrische aandoening zoals vereist onder de Wet zorg en dwang (Wzd).
Om meer duidelijkheid te verkrijgen over de stoornis en de oorzaak van de zorgen, besloot de rechtbank de behandeling van het verzoek aan te houden voor twee weken. De rechtbank wenst de onafhankelijk specialist ouderengeneeskunde, dr. H, persoonlijk te horen. Er kan eventueel aanvullend onderzoek plaatsvinden voorafgaand aan de nieuwe zitting.
De rechtbank bepaalde dat het CIZ de specialist moet oproepen voor de nieuwe zitting die uiterlijk 5 juni 2026 zal plaatsvinden. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.