Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3549

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
20 juni 2026
Zaaknummer
C/16/611040 / FZ RK 26-385
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking rechterlijke machtiging opname en verblijf na verzoek CIZ

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging te verlenen voor opname en verblijf van betrokkene voor zes maanden. Tijdens de zitting op 22 mei 2026 werden betrokkene, haar advocaat en diverse zorgverleners gehoord.

De rechtbank constateerde meerdere zorgen over de gezondheid van betrokkene, waaronder een verlaagde bloedsuikerspiegel, alcoholgebruik, somberheid, kortademigheid, valpartijen en geheugenproblemen. Er is een vermoeden van dementie, maar door overmatig alcoholgebruik is dit niet goed vast te stellen. De medische verklaring van 20 april 2026 spreekt van een neurocognitieve stoornis, maar het is onvoldoende onderbouwd of er sprake is van een psychogeriatrische aandoening zoals vereist onder de Wet zorg en dwang (Wzd).

Om meer duidelijkheid te verkrijgen over de stoornis en de oorzaak van de zorgen, besloot de rechtbank de behandeling van het verzoek aan te houden voor twee weken. De rechtbank wenst de onafhankelijk specialist ouderengeneeskunde, dr. H, persoonlijk te horen. Er kan eventueel aanvullend onderzoek plaatsvinden voorafgaand aan de nieuwe zitting.

De rechtbank bepaalde dat het CIZ de specialist moet oproepen voor de nieuwe zitting die uiterlijk 5 juni 2026 zal plaatsvinden. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitkomst: De behandeling van het verzoek tot rechterlijke machtiging wordt aangehouden om een specialist ouderengeneeskunde te horen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/611040 / FZ RK 26-385
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1955 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvend in het [verblijfplaats] in [plaats] ,
advocaat: mr. T. de Heer.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 mei 2026, mee in de beoordeling
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 22 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • [A] , [functie] , verbonden aan Zorggroep Almere;
  • [B] , huisarts;
  • [C] , zaalarts van de afdeling Interne Geneeskunde, verbonden aan het [verblijfplaats] ;
  • [D] , wijkverpleegkundige;
  • [F] , transferverpleegkundige,
  • [G] , buurvrouw van betrokkene.

2.Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank houdt de beslissing op het verzoek om een rechterlijke machtiging te verlenen aan voor de duur van twee weken. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank dit doet.
3.2.
Tijdens de zitting is naar voren gekomen dat er een veelvoud aan zorgen is over betrokkene. Zo is betrokkene opgenomen in het ziekenhuis met een verlaagde bloedsuikerspiegel en is er sprake van alcoholgebruik, somberheid, kortademigheid en valpartijen. Daarnaast zijn er gaten in het geheugen van betrokkene en heeft zij in het verleden suïcidale gedachten gehad. De rechtbank ziet deze zorgen, maar is tegelijkertijd van oordeel dat nog niet voldoende onderbouwd is dat er sprake is van een psychogeriatrische aandoening – zoals vereist op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). Ter zitting is aangegeven dat er momenteel een vermoeden aanwezig is van dementie, maar dat dit door overmatig alcoholgebruik niet goed vast te stellen is. Uit de medische verklaring van 20 april 2026 volgt dat er sprake is van een neurocognitieve stoornis, maar of er sprake is van een psychogeriatrische aandoening of een ander soortige aandoening die onder het bereik van de Wzd valt, is niet afdoende onderbouwd. Om meer duidelijkheid te krijgen over (de oorzaak van) de zorgen en de stoornis wil de rechtbank de betrokken specialist ouderengeneeskunde fysiek horen. De rechtbank houdt daarom de behandeling van het verzoek aan voor de duur van twee weken. De rechtbank wenst de onafhankelijk arts, dr. [H] , in persoon te horen. Eventueel kan in aanloop naar de zitting nog nader onderzoek plaatsvinden.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
houdt de behandeling van het verzoek aan
tot 5 juni 2026om de specialist ouderengeneeskunde fysiek te horen op de zitting;
4.2.
bepaalt dat dat het CIZ de specialist ouderengeneeskunde oproept om te verschijnen op de nieuwe zitting;
4.3.
bepaalt dat er vóór 5 juni 2026 een nieuwe zitting zal plaatsvinden.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. G.J. Baken, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather, griffier en op schrift gesteld op
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.