Overwegingen
2. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. Daarin heeft de rechtbank eiseres aangemerkt als belanghebbende bij de omgevingsvergunning. De rechtbank heeft geoordeeld dat, anders dan eiseres heeft gesteld, het participatieproces voor en de besluitvorming over de locatiekeuze niet onzorgvuldig is geweest. Wat eiseres heeft aangevoerd gaf de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de omgevingsvergunning geen goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Wel kleefde aan de omgevingsvergunning een gebrek, omdat het college in het verweerschrift en op de zitting heeft toegelicht dat het aantal wooneenheden dat in de omgevingsvergunning stond vermeld onjuist was. In de omgevingsvergunning zijn 36 wooneenheden vergund, terwijl er 35 wooneenheden en één nachtverblijfverblijf voor de medewerkers van het Leger des Heils was aangevraagd. Het college heeft verklaard dat hij dat gebrek in een aanvullend besluit wil corrigeren. Ook kleefde aan de omgevingsvergunning naar het oordeel van de rechtbank een motiveringsgebrek. Door het college was in de belangenafweging voor het verlenen van de omgevingsvergunning niet concreet gemaakt welke belangen van de kant van de omwonenden in aanmerking zijn genomen, welke gevolgen er naar verwachting zullen zijn voor het woon- en leefklimaat van de omwonenden – en dan in het bijzonder voor de sociale veiligheid – en hoe hij deze gevolgen in de belangenafweging heeft gewogen. Verder was door het college in de omgevingsvergunning niet inzichtelijk gemaakt of het in het kader van het borgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat nodig is om aan de omgevingsvergunning een voorschrift te verbinden om overlast voor de omgeving zo veel als mogelijk te beperken.
3. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.
4. Met het herstelbesluit heeft het college het aantal van 36 wooneenheden waarvoor de omgevingsvergunning was verleend, conform de onderliggende aanvraag, gewijzigd naar 35 wooneenheden en één nachtverblijf voor de medewerkers van het Leger des Heils.
5. Verder heeft het college met het herstelbesluit drie extra voorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden. Het gebruik van Domus Almere moet op grond van deze voorschriften plaatsvinden overeenkomstig het door het college goedgekeurde Sociaal beheerplan V2.1, van 14 januari 2026 en vastgesteld op 10 maart 2026 (het Sociaal beheerplan), dat integraal onderdeel uitmaakt van de omgevingsvergunning. Wijzigingen in het Sociaal beheerplan moeten ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college en na het verkrijgen van goedkeuring wordt de gewijzigde versie aan de omgevingsvergunning toegevoegd. De vergunninghouder c.q. de exploitant van Domus Almere moet haar cliënten actief wijzen op de huisregels die onderdeel uitmaken van het Sociaal beheerplan. De vergunninghouder c.q. exploitant moet hierop handhaven en cliënten aanspreken en/of sanctioneren als de regels niet worden nageleefd.
6. Ook heeft het college de belangenafweging voor het verlenen van de omgevingsvergunning met het herstelbesluit nader gemotiveerd. Hiervoor heeft hij drie verschillende soorten belangen onderscheiden, in kaart gebracht en vervolgens afgewogen. Waaronder de belangen van de kant van de omwonenden.
7. Het college hanteert in het herstelbesluit als uitgangspunt dat het gedrag van de bewoners van Domus Almere van invloed kan zijn op de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving; en dus op het woon- en leefklimaat van de omwonenden. Het college heeft de belangen en zorgen van de bewoners als volgt in kaart gebracht.
8. De dichtstbijzijnde woningen (Goedestede) bevinden zich op circa 30 meter van de locatie waar het gebouw van Domus Almere is voorzien. De andere woningen in het gebied zullen ten noorden van de locatie gebouwd gaan worden. Tussen die woningen, met een afstand van hemelsbreed 55 meter, bevindt zich een fietspad, een talud met bomen en, meer richting het oosten, een busbaan. Domus Almere zal een woonlocatie zijn voor mensen met psychische en/of verslavingsproblematiek. De bewoners van Domus Almere kunnen daarmee ander gedrag laten zien, dan gebruikelijk is in een woonwijk. Dit gedrag kan zich uiten in luidruchtig of verward zijn, onder invloed zijn, of het plegen van vermogens- of geweldsdelicten. Ook kunnen de bewoners van Domus Almere ervoor zorgen dat drugsdealers zich in de nabijheid van Domus Almere ophouden. Het handelen in drugs zou dan in het zicht van de bewoners in de wijk en hun kinderen kunnen plaatsvinden. Ook kunnen er objecten waarmee de drugs zijn toegediend in de openbare ruimte aangetroffen worden. Doordat de dealers in de woonomgeving een mogelijk afzetgebied kunnen zien, bestaat de mogelijkheid dat geprobeerd wordt verdovende middelen te verhandelen aan de minderjarigen, met alle gevolgen van dien.
9. Het college acht de overlast die door de bewoners van Domus Almere kan ontstaan echter niet onaanvaardbaar, omdat deze beheersbaar is. Het college treft verschillende mitigerende maatregelen om het leefklimaat en de sociale veiligheid te waarborgen. Daarbij wijst het college op de volgende drie maatregelen. Als eerste worden met de komst van Domus Almere maximaal 35 bewoners met psychische- en/of verslavingsproblematiek geplaatst. De andere groepen die nu in het centrum verblijven, zoals de dak- en thuislozen uit de dag- en nachtopvang, komen niet naar deze locatie. Volgens het college krijgen de bewoners van Domus Almere hiermee een eigen plek, waardoor cumulatie van hinder wordt voorkomen en groepen gericht hun eigen aandacht kunnen krijgen. Dit laatste zorgt ervoor dat zij als groep minder geneigd zijn om ongewenst gedrag te vertonen. Als tweede maatregel wijst het college op de manier waarop Domus Almere wordt ingepast in de wijk. Het gebouw komt niet direct tussen de bebouwing te liggen, maar wordt enigszins geïsoleerd. De locatie ligt in een groene setting en biedt mogelijkheden voor een ‘standalone’ gebouw. Met buitenruimten waar bewoners kunnen verblijven. De buitenruimte wordt omgeven door een watergang waardoor het alleen mogelijk is om het terrein te verlaten via de toegangspoort aan de voorzijde van het perceel. Dit betekent dat altijd bekend is wie binnen het terrein aanwezig is en wie het terrein gaat verlaten. Dit maakt monitoring goed mogelijk. Bewoners kunnen met de bus naar verder weg gelegen plekken reizen. Dichtbij het perceel is een bushalte. Daardoor kunnen bewoners gemakkelijk met de bus naar verder weg gelegen plekken reizen. Dat maakt dat zij niet langs kwetsbare voorzieningen hoeven gaan als zij reizen. En als derde maatregel wordt een Sociaal beheerplan verplicht gesteld. Door het Sociaal beheersplan met voorschriften aan de vergunning te koppelen, worden de nadelige gevolgen voor de omwonenden beperkt. In het Sociaal beheerplan zijn huisregels opgenomen waaraan de bewoners van Domus Almere zich moeten houden. Als een bewoner dat niet doet, kan dat leiden tot verlies van zijn woonplek. Buiten de locatie van Domus Almere zullen zogeheten Outreachmedewerkers van het Leger des Heils (de exploitant) zowel proactief als reactief na meldingen, nagaan of de huisregels worden nageleefd. Verder is gebruik van verdovende middelen verboden op grond van de Algemene plaatselijke verordening (APV). Daarnaast is in het Sociaal beheerplan opgenomen dat binnen een straal van 250 meter van Domus Almere gebruik van verdovende middelen verboden is. Bewoners mogen alleen op hun kamer gebruiken. Zo nodig kunnen medewerkers van het Leger des Heils de bewoners daarop aanspreken. Verder is er de mogelijkheid om op elk moment van dag een melding te doen bij het Leger des Heils.
10. Het college concludeert dat met deze maatregelen de nadelige gevolgen voor omwonenden worden beperkt en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd. Er zal geen sprake zijn van een ruimtelijk onaanvaardbare situatie. Hij heeft de belangen van eiseres afgewogen tegen het belang van de aanvrager en het belang van de gemeente Almere. Het belang van de gemeente is onder andere gelegen in het algemeen maatschappelijk belang ten behoeve van de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet langdurige zorg, waarbinnen beschermd wonen een gemeentelijke taak is. Het belang van de gemeente is ook gelegen in de ruimtelijke opgaven in het centrum van de stad waar Domus Almere nu nog samen met de dag- en nachtopvang voor dak- en thuislozen is gehuisvest. Deze huidige situatie zorgt voor overlast. Het college vindt dat hij de omgevingsvergunning na afweging van de relevante belangen in redelijkheid kan verlenen.
11. Op 5 maart 2025 heeft de gemeenteraad besloten dat er geen bedenkingen zijn tegen het herstelbesluit en de daarin opgenomen afweging van betrokken belangen alsmede de daaraan verbonden voorschriften.
Beoordeling door de rechtbank
12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in de omgevingsvergunning met het herstelbesluit hersteld. Het aantal wooneenheden is met het herstelbesluit conform de aanvraag aangepast. Dat is niet langer in geschil. Verder heeft het college in het herstelbesluit de bij de omgevingsvergunning betrokken belangen uitgebreid in kaart gebracht en inzichtelijk afgewogen. De rechtbank vindt het niet onredelijk dat het college de algemene belangen die de gemeente moet behartigen en de belangen van vergunninghouder bij de omgevingsvergunning in deze situatie zwaarder heeft laten wegen dan de belangen van de omwonenden. De rechtbank begrijpt heel goed dat eiseres zorgen heeft over de komst van de groep bewoners in Domus Almere, maar vindt dat het college in de aanvullende motivering goed heeft uitgelegd waarom – gelet op de verschillende maatregelen die zullen worden getroffen – er geen sprake zal zijn van een ruimtelijk onaanvaardbare situatie op grond waarvan de vergunning geweigerd had moeten worden.
13. Daarbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat met de extra voorschriften in de omgevingsvergunning over het Sociaal beheerplan de sociale veiligheid zoveel mogelijk wordt geborgd. Outreachmedewerkers van het Leger des Heils zullen de aandachtsgebieden en looproutes van de bewoners vanuit Domus Almere op straat monitoren. Verder is in het Sociaal beheerplan een stappenplan opgenomen voor het optreden bij klachten over overlast. In het plan staan contactpersonen met telefoonnummers vermeld en een telefoonnummer dat 24/7 bereikbaar is. Doordat het Sociaal beheerplan met goedkeuring van het college kan worden aangepast, is er voldoende ruimte om nieuwe ontwikkelingen die nu niet zijn voorzien te verwerken in het Sociaal beheerplan. De rechtbank acht de extra vergunningvoorschriften voldoende concreet en handhaafbaar om op het gebied van sociale veiligheid te komen tot een beheersbare situatie. Door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden die het hanteren van het Sociaal beheerplan verplicht stelt, is dit bestuursrechtelijk handhaafbaar. Hiermee kan indien nodig handhavend worden opgetreden of als deze voorschriften niet worden nageleefd, de omgevingsvergunning worden ingetrokken.
14. De zienswijze van eiseres brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
15. Eiseres voert in haar zienswijze aan dat het herstelbesluit in procedureel opzicht onzorgvuldig tot stand is gekomen. Volgens haar heeft het college onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe de input die eiseres heeft geleverd, is betrokken bij de besluitvorming en in hoeverre deze heeft geleid tot aanpassingen.
16. De voorbereidingsprocedure om naar aanleiding van de tussenuitspraak te komen tot het herstelbesluit is vormvrij. Naar het oordeel van de rechtbank was het college noch op grond van de tussenuitspraak, noch op grond van de wet, verplicht om consultatierondes met eiseres of individuele omwonenden te houden. Zoals het college uiteenzet, waren op basis van alle stukken, het horen van eiseres in de fase vóór het herstelbesluit, maar ook tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak op de zitting, de belangen van eiseres voldoende duidelijk. Uit de inhoudelijke reactie van eiseres in haar zienswijze op het herstelbesluit blijkt niet dat het college bij het in kaart brengen van de belangen van de omwonenden bepaalde belangen heeft gemist.
17. Verder voert eiseres aan dat het Sociaal beheerplan een te dynamisch en procesgericht document is waardoor de essentiële normstelling ontbrak op het moment van de besluitvorming. De nieuwe voorschriften die aan de omgevingsvergunning zijn verbonden houden slechts een inspanningsverplichting in.
18. Dat het Sociaal beheerplan met goedkeuring van het college later kan worden aangepast, betekent naar het oordeel van de rechtbank niet dat de essentiële normstelling ontbrak op het moment van de besluitvorming door het college. Zoals vermeld onder 13, is er hierdoor juist voldoende ruimte om nieuwe ontwikkelingen die nu niet zijn voorzien te verwerken in het Sociaal beheerplan. De rechtbank acht de extra vergunningvoorschriften voldoende concreet en handhaafbaar om op het gebied van sociale veiligheid te komen tot een beheersbare situatie.
19. Eiseres voert ten slotte aan dat het college bij de belangenafweging ten onrechte niet heeft betrokken dat de locatie niet geschikt is voor de vestiging van Domus Almere.
20. Het door de rechtbank in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebrek zag niet op de locatiekeuze. De rechtbank verwijst verder naar de eerder gegeven tussenuitspraak, onder 8 en daarna.
21. Gelet op de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken, is het beroep gegrond. Maar omdat het college met het herstelbesluit de gebreken in de omgevingsvergunning heeft hersteld, laat de rechtbank de omgevingsvergunning in stand. Dit betekent voor partijen dat vergunninghouder Domus Almere conform de aan haar verleende omgevingsvergunning op deze locatie mag realiseren.
Griffierecht en proceskosten
22. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden.
23. Ook krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Het college moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2,5 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een bestuurlijke lus en 1 punt voor het verschijnen op de zitting) met een waarde per punt van € 934,-, bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 2.335,-.