ECLI:NL:RBMNE:2026:3528

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
11978840 ME VERZ 25-164 BmR/842
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:121 BWArt. 5:127 lid 1 BWArt. 5:129 lid 1 BWArt. 5:130 BWArt. 2:8 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende machtiging en kostenverdeling noodzakelijke VvE-werkzaamheden

Verzoeker sub 1 c.s. is eigenaar van een appartement binnen een VvE die gezamenlijk beheer voert over gemeenschappelijke delen. Na constatering van gebreken aan het balkon en de buitenmuur heeft verzoeker sub 1 c.s. zonder voorafgaande toestemming van de VvE werkzaamheden laten uitvoeren. De VvE, vertegenwoordigd door belanghebbende, weigerde achteraf de kosten te dragen en stelde dat sommige kosten voor rekening van verzoeker sub 1 c.s. moesten komen.

De kantonrechter oordeelt dat de gebreken gemeenschappelijke zaken betreffen en dat de VvE verantwoordelijk is voor de kosten van normaal onderhoud en noodzakelijk herstel. Omdat de VvE geen toestemming gaf, is vervangende machtiging verleend voor de werkzaamheden, met uitzondering van een post over dakbedekking. De kosten worden verdeeld naar rato van de breukdelen uit de splitsingsakte.

Verder is geoordeeld dat besluiten tijdens de VvE-vergadering van 21 oktober 2025 nietig noch vernietigbaar zijn omdat geen besluit is genomen wegens gebrek aan unanimiteit. Ook is bepaald dat beide eigenaren aanwezig mogen zijn bij VvE-vergaderingen. Belanghebbende wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De kantonrechter verleent vervangende machtiging voor de werkzaamheden, legt kostenverdeling naar breukdelen op en beveelt toelating van beide eigenaren tot VvE-vergaderingen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
zaaknummer: 11978840 ME VERZ 25-164 BmR/842
Beschikking van 17 juni 2026
inzake

1.[verzoeker sub 1] ,

wonende te [plaats 1]

2.[verzoekster sub 2] ,

wonende te [plaats 1] ,
verder ook te noemen [verzoeker sub 1] c.s.,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. J.H. Bargeman,
tegen:
de vereniging
Vereniging van Eigenaren [straat] [nummmer],
gevestigd te [plaats 1] ,
verder ook te noemen: VvE [straat] ,
Belanghebbende:
[belanghebbende]wonende te [plaats 1] , in persoon, verwerende partij.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- verzoekschrift ex artikel 5:130 BW Pro - verweerschrift aan de zijde van [belanghebbende] - akte wijziging verzoek aan de zijde van [verzoeker sub 1] c.s. van 9 maart 2026 - akte wijziging verzoek aan de zijde van [verzoeker sub 1] c.s. van 2 april 2026 - de mondelinge behandeling van 2 april 2026 - pleitaantekeningen mr. J.H. Bargeman.
Van de mondelinge behandeling zijn door de griffier zittingsaantekeningen bijgehouden.
1.2.
Ten slotte is uitspraak bepaald.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker sub 1] c.s. is op 2 mei 2025 eigenaar geworden van de woning aan de [straat] [nummmer] te [plaats 1] (hierna: de woning). [belanghebbende] is sinds 2018 eigenaar van de woning aan de [straat] [nummer/letter] te [plaats 1] . [belanghebbende] is zelf niet woonachtig in deze woning, maar verhuurt deze.
2.2.
Het in eigendom zijnde appartementsrecht van [verzoeker sub 1] c.s. is ontstaan na splitsing van het pand aan de [straat] [nummmer] in twee appartementsrechten bij akte d.d. 6 november 1998. In de splitsingsakte is het Modelreglement van Splitsing van eigendom 1992 van toepassing verklaard, hierna te noemen: "het splitsingsreglement". Gelijktijdig met de splitsing is de VvE [straat] opgericht voor het beheer en onderhoud van de gemeenschappelijke delen.
2.3.
In de akte van splitsing zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:
“(..) Voorts verklaarde de comparant, handelend als gemeld, voor de vorenbedoelde splitsing vast te stellen als reglement als bedoeld in artikel 5:111 lid Pro d Burgerlijk Wetboek het Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten - met uitzondering - van annex 1 - vastgesteld bij akte, op twee januari negentienhonderd tweeënnegentig voor een plaatsvervanger van notaris Mr [A] te [plaats 2] verleden, bij afschrift ingeschreven in register Hypotheken 4 van de Dienst van het Kadaster en de Openbare registers te Amsterdam op acht januari negentienhonderd tweeënnegentig in deel [.] nummer [..] , met inachtneming van de navolgende wijzigingen en aanvullingen:
1. Aan de definities van artikel 1 wordt Pro toegevoegd:
" 1. "de kantonrechter": de kantonrechter te Hilversum. "
2. De breukdelen, bedoeld in artikel 2 lid Pro 1, luiden als volgt:
a. de eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer 1(Ktr: lees [verzoeker sub 1]
):
het eenhonderdtwee / tweehonderdvierentwintgste ( 102 / 224 ) gedeelte; b. de eigenaar van het appartementsrecht met indexnummer 2 (Ktr: lees [belanghebbende]
):
het eenhonderdtweeëntwintigste / tweehonderdvierentwintigste ( 122 / 224 ) gedeelte.(..)”
“(..) 13.Het maximum aantal in de vergadering uit te brengen stemmen als bedoeld in artikel 34 lid 2 bedraagt Pro twee, te weten een voor elk appartementsrecht.
14. Artikel 37 van Pro het modelreglement vervalt en wordt vervangen door een nieuw artikel, luidende:
1. Alle besluiten van de vergadering van eigenaars dienen te worden genomen met inachtneming van het in dit artikel bepaalde.
2. Besluiten in een vergadering van de vereniging van eigenaars kunnen slechts worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin beide leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.(..)”
“(..) 4. Indien in een vergadering bij gebrek aan eenstemmigheid geen - besluit wordt genomen, dan is de meest gerede partij bevoegd te verlangen dat het betreffende punt wordt onderworpen aan een bindend advies uit te brengen door een commissie van arbitrage.(..)”
“(..) Artikel 41 van Pro het modelreglement vervalt en wordt vervangen door een nieuw artikel, luidende:
1. Het bestuur van de vereniging berust bij de twee eigenaars die dit tezamen uitoefenen casu quo de enige eigenaar indien beide appartementsrechten aan één persoon toebehoren.(..)”
“(..) 3.Voor zover in verband met de omstandigheden het nemen van spoedeisende maatregelen, welke uit een normaal beheer kunnen voortvloeien, noodzakelijk is, is ieder der eigenaars zonder opdracht van de vergadering hiertoe bevoegd, voor zover niet een belang van één promille (1 o/oo) van de verzekerde waarde van het gebouw te bovengaande.(..)”
2.4.
Op 21 oktober 2025 heeft een algemene vergadering plaatsgevonden, waarbij [verzoeker sub 1] en [belanghebbende] en [verzoekster sub 2] aanwezig waren. [belanghebbende] heeft te kennen gegeven dat de vergadering alleen doorgang kon vinden buiten aanwezigheid van [verzoekster sub 2] . [verzoekster sub 2] heeft de vergadering toen verlaten. De vergadering is toen voortgezet.
2.5.
Ui de notulen van de vergadering volgt onder meer het volgende:
“Agendapunt 6c: kosten van renovatie serre dak en badkamer: [verzoeker sub 1] doet voorstel om de kosten van deze twee aanpassingen; - totaalbedrag van € 6594,50 door de VvE te laten vergoeden, zoals in een aantal mailwisselingen tussen [verzoeker sub 1] en [belanghebbende] in de maanden juni tot en met augustus vastgelegd. Kopieen van facturen in de bijlage alsmede foto's ter illustratie.
[belanghebbende] wil eerste duidelijkheid over haar laatste opmerking, dat wij voor de bekostiging van de reparatie van het serre dak naar de oude eigenaren moeten gaan vanwege "een verborgen gebrek".
[belanghebbende] meldt ook, dat de kosten voor de aanpassing van de badkamer bij haar niet bekend waren en dat er steeds weer een ander iets wordt genoemd.
[verzoeker sub 1] meldt dat beide reparaties aan [verzoeker sub 1] zijn getoond, op schrift zijn gesteld met offertes inclusief het aanbod voor extra informatie of fotomateriaal indien door [belanghebbende] gewenst. Hier is nooit verder op ingegaan. [belanghebbende] meldt dat zaken mbt badkamer voor rekening van [verzoeker sub 1] moeten komen en niet voor VvE omdat deze het comfort van [verzoeker sub 1] bevorderen.”
“Agendapunt 8b: Maandelijkse bijdrage op basis van breukdelen met terugwerkende kracht van 2 mei 2025
[verzoeker sub 1] stelt dit voor — is immers in splitsings akte vastgelegd — 102 / 224 voor [verzoeker sub 1] en 122 / 224 voor [belanghebbende] .
[belanghebbende] is tegen (in de afgelopen 8 jaar nooit aan de orde geweest) en [verzoeker sub 1] is voor —geen besluit. [verzoeker sub 1] meldt dat een ander dan maar een besluit moet nemen.”

3.Het geschil

3.1.
[verzoeker sub 1] c.s. zich wendt tot de rechtbank met het verzoek om bij beschikking, na wijziging van het verzoek, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. nietig te verklaren, althans te vernietigen:
- het besluit van de VvE genomen ter vergadering d.d. 21 oktober 2025 om het voorstel van [verzoeker sub 1] c.s. om de gemaakte kosten voor het herstel van het serre dak/balkon, alsmede de muur en boeidelen van de woning van [verzoeker sub 1] c.s., ten laste van de VvE te laten komen, af te wijzen,
- het besluit van de VvE genomen ter vergadering d.d. 21 oktober 2025 om het voorstel van [verzoeker sub 1] c.s. om de bijdrage in de schulden en kosten binnen de VvE naar rato van de breukdelen vast te stellen, af te wijzen,
2. [verzoeker sub 1] c.s. achteraf te machtigen tot het verrichten van de werkzaamheden als benoemd in de offerte van [onderneming 1] d.d. 25-06-2026, met uitzondering van de post: “dakbedekking 50 m2 vervangen met zinkrand 22 mb”.
3. te beslissen dat [belanghebbende] naar rato van de breukdelen ( 122 /224e) dient bij te dragen in de kosten van deze werkzaamheden,
4. [belanghebbende] te gebieden te dulden dat ter vergadering van de VvE zowel de heer als mevrouw [verzoeker sub 1] aanwezig zijn, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per overtreding,
5. [belanghebbende] te veroordelen in de kosten van het geding.
3.2.
[belanghebbende] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen het verzoek met als conclusie dat de kantonrechter [verzoeker sub 1] c.s. niet ontvankelijk zal verklaren, althans het verzoek zal afwijzen, met bepaling dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bezwaar wijziging van de vordering

4.1.
[belanghebbende] maakt bezwaar tegen de wijziging van de vordering door [verzoeker sub 1] c.s. Zij vindt dat de wijziging in strijd is met een goede procesorde. [belanghebbende] voert aan dat de wijziging van eis eerst ter zitting is ingediend. Krachtens artikel 283 jo Pro. 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering(Rv) is de verzoeker bevoegd zijn verzoek te wijzigen zolang door de rechter nog geen eindbeschikking is gegeven. De kantonrechter is van oordeel dat [belanghebbende] niet in haar verdedigingsbelang is geschaad met de wijziging, omdat de wijziging in het verlengde ligt van de overige vorderingen en ziet op hetzelfde feitencomplex.
Aanwezigheid op de algemene vergadering
4.2.
[belanghebbende] heeft op de vergadering van 21 oktober 2026 verlangd dat [verzoekster sub 2] niet aanwezig is op de vergadering onder de mededeling dat zij anders niet bereid was de vergadering doorgang te laten vinden. Volgens [belanghebbende] was haar bezwaar niet gericht op het ontzeggen van een wettelijk recht, maar op het voorkomen van een onevenwichtige 2 tegen 1 situatie binnen de reeds gespannen verhoudingen. In haar verweerschrift erkent [belanghebbende] dat [verzoekster sub 2] als mede-eigenaar op grond van artikel 5:127 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) gerechtigd is tot aanwezigheid op de vergadering. Die conclusie is inderdaad juist. Artikel 5:127 lid 1 BW Pro bepaalt immers dat alle appartementseigenaren toegang hebben tot de vergadering. Dat [verzoeker sub 1] c.s. heeft ingestemd met de voorkeur van [belanghebbende] dat maar één eigenaar van het appartement aanwezig mag zijn op de vergadering, wordt betwist en is evenmin gebleken. Dit betekent dat de vordering op dit punt voor toewijzing in aanmerking komt. Voor het opleggen van een dwangsom ziet de kantonrechter echter geen aanleiding.
Vernietiging/nietigheid besluiten van 21 oktober 2025
4.3.
Op grond van artikel 2:14 lid 1 BW Pro is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon dat in strijd is met de wet of de statuten, nietig behalve wanneer uit de wet iets anders voortvloeit. Artikel 5:129 lid 1 BW Pro bepaalt dat voor de toepassing van artikel 2:14 BW Pro de akte van splitsing wordt gelijkgesteld met de statuten. Op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW Pro in samenhang met artikel 5:130 BW Pro kan de kantonrechter een besluit vernietigen als dat besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW Pro wordt geëist. Dit is een marginale toets. Het gaat erom of de vergadering bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Of een besluit nietig of vernietigbaar is hangt af van het antwoord op de vraag waarmee het besluit in strijd is. Als het besluit in strijd is met de wet, het splitsingsreglement, de openbare orde of de goede zeden is het besluit nietig. Besluiten in strijd met het huishoudelijk reglement of de redelijkheid en billijkheid zijn vernietigbaar.
4.4.
Volgens [verzoeker sub 1] c.s. zijn onder meer twee besluiten genomen:
I. tot afwijzing van het voorstel om de gemaakte kosten voor herstel van het serre dak/balkon, alsmede de muur en de boeidelen van de woning van [verzoeker sub 1] c.s. ten laste van de VvE [straat] te laten komen; en
II. tot afwijzing van het voorstel om de bijdrage in de schulden en kosten binnen de VvE [straat] naar rato van de breukdelen vast te stellen.
4.5.
Uit de (concept) notulen van de vergadering van 21 oktober 2025 volgt dat onder agendapunt 6c de kosten van renovatie van het serre dak en de buitenmuur badkamer zijn besproken. [verzoeker sub 1] heeft voorgesteld om de kosten van reparatie van het serre dak en reparatie van de badkamer voor een totaal bedrag van € 6.594,50 (€ 4.719,00 voor het serre dak, omschrijving Renovatie dak offerte 477 en 1.875,50 voor de badkamer, omschrijving badkamer tussen muren in de woning en dak plaatsen nieuwe lood en 3 anker met rotte boeideel vervangen) ten laste te brengen van de VvE [straat] . Uit de verslaglegging volgt dat [belanghebbende] meent dat eerst moet worden onderzocht of de kosten van reparatie van het serre dak op de oude eigenaren kan worden verhaald en verder dat de kosten verband houdend met de buitenmuur badkamer door [verzoeker sub 1] gedragen dienen te worden. Een en ander heeft niet tot een positief besluit geleid. Ten aanzien van de verdeling van de maandelijkse bijdrage op basis van de breukdelen met terugwerkende kracht vanaf 2 mei 2025, 102 /144 voor [verzoeker sub 1] c.s. en 122 / 224 voor [belanghebbende] heeft [belanghebbende] tegen gestemd, omdat dat in de afgelopen jaren nooit aan de orde is geweest.
4.6.
Op grond van artikel 37 van Pro het splitsingsreglement worden besluiten in een vergadering van de vereniging van eigenaars slechts met algemene stemmen in een vergadering genomen. Uit lid 4 van artikel 37 volgt Pro dat bij gebrek aan eenstemmigheid geen besluit wordt genomen. Artikel 37 lid 4 biedt Pro aan de meest gerede partij wel de bevoegdheid te verlangen dat het betreffende punt wordt onderworpen aan een bindend advies uit te brengen door een commissie van arbitrage. Daarvan heeft [verzoeker sub 1] c.s. geen gebruik gemaakt. Anderzijds is het onjuist, zoals door [belanghebbende] betoogd, dat de weg van arbitrage zou moeten worden gevolgd en de kantonrechter aldus niet bevoegd is van het geschil tussen partijen kennis te nemen. De in artikel 37 lid 4 benoemde Pro arbitrage houdt slechts een bevoegdheid in om daar voor te kiezen maar geen verplichting.
4.7.
De conclusie is dat op de vergadering van 21 oktober 2026 geen besluit is genomen, zodat van nietigheid of vernietigbaarheid ook geen sprake kan zijn. Het verzoek van [verzoeker sub 1] c.s. tot nietig verklaring dan vernietiging van voormelde besluiten zal dan ook worden afgewezen.
Vervangende machtiging
4.8.
Artikel 5:121 BW Pro bepaalt dat - kort gezegd - in alle gevallen waarin een appartementseigenaar voor het verrichten van een bepaalde handeling met betrekking tot gemeenschappelijke delen van de VvE medewerking of toestemming nodig heeft, maar niet krijgt, een vervangende machtiging kan vragen aan de kantonrechter. Die machtiging kan worden verleend als de medewerking of toestemming zonder redelijke grond wordt geweigerd.
4.9.
[verzoeker sub 1] c.s. vordert achteraf machtiging tot het verrichten van de werkzaamheden als benoemd in de offerte van [onderneming 1] van 25 juni 2026 met uitzondering van de post ‘dakbedekking 50m2 vervangen met zinkrand 22mb’ en voorts dat [belanghebbende] naar rato van de breukdelen dient bij te dragen in de kosten van die werkzaamheden.
4.10.
Tijdens de vergadering van de VvE [straat] op 21 oktober 2025 is, zoals hierboven overwogen, formeel geen besluit genomen over de in opdracht van [verzoeker sub 1] c.s. verrichte werkzaamheden. Naar het oordeel van de kantonrechter leidt de feitelijke gang van zaken tijdens die vergadering echter wel tot de conclusie dat de VvE [straat] op dat moment haar toestemming voor die reeds verrichte werkzaamheden heeft geweigerd, in de zin van artikel 5:121 lid 1 BW Pro. [verzoeker sub 1] c.s. is dan ook gerechtigd vervangende machtiging te verzoeken.
4.11.
Dat verzoek kan ook achteraf worden gedaan. In de wetsgeschiedenis (Parlementaire Geschiedenis van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, Boek 5, Zakelijke rechten, MvA II blz. 399) is hierover opgemerkt:
“Meent de verzoeker dat de rechtshandeling geen verder uitstel kan lijden, dan kan hij haar verrichten onder voorbehoud van verkrijging van de nodige machtiging die de rechter dan eventueel nog achteraf kan verlenen.”Hieruit kan niet worden afgeleid dat op basis van objectieve gegevens moet worden vastgesteld dat de werkzaamheden inderdaad geen uitstel konden lijden, op straffe van verval van het recht om achteraf vervangende machtiging te vragen. De formulering duidt er immers op dat de wetgever het aan de beoordeling van verzoeker overlaat of de werkzaamheden uitstel kunnen dulden en of hij er dan voor kiest pas achteraf om toestemming te vragen. Een andere uitleg laat zich ook moeilijk verenigen met de strekking van artikel 5:121 BW Pro. Die is immers dat de verhouding tussen mede-eigenaars van appartementen wordt beheerst door de redelijkheid en billijkheid en dat de rechter daarin zo nodig moet kunnen ingrijpen. Eén en ander laat onverlet dat voor de hand ligt dat eventuele nadelige gevolgen van het pas achteraf indienen van het verzoek voor rekening en risico van verzoekers – in dit geval [verzoeker sub 1] c.s. – komen. Daarbij kan gedacht worden aan de onmogelijkheid de noodzaak van bepaalde werkzaamheden of de redelijke kosten daarvan nog te controleren.
4.12.
Dan komt de kantonrechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van de vraag of de VvE [straat] (en dus ook [belanghebbende] ) haar toestemming zonder redelijke grond heeft geweigerd. Uitgangspunt is dat de VvE de kosten van normaal onderhoud aan of noodzakelijk herstel van gezamenlijke eigendommen moet dragen. Als [verzoeker sub 1] c.s. dergelijke kosten op zich heeft genomen dienen deze dus in beginsel verlegd te worden naar de VvE. Nadat [verzoeker sub 1] c.s. een aanvang had genomen met de renovatie van hun aangekochte woning zijn gebreken aan het gelegen balkon c.q. de serre aan het licht gekomen. [onderneming 2] heeft daarover gerapporteerd:
"Om het bestaande balkon weer veilig te maken wordt het bestaande hoekpunt weer omhoog gebracht en wordt er aan het bestaande stalen portaal exact onder het balkon een stalen frame gelast. Het bestaande balkon blijft hierdoor in tact. De erker wordt voorzien van nieuwe kozijnen en de schuine zijden van het dak van de erker worden voorzien van nieuw beschot en afgewerkt met zink, gelijk aan de erker van de buren. Op deze manier is het balkon van [straat] [nummer/letter] weer veilig. Het aanbrengen van deze constructie om het balkon te verstevigen kan alleen tijdens de huidige bouwwerkzaamheden worden verricht, omdat wanneer deze werkzaamheden later zouden moeten worden uitgevoerd het gehele nieuwe plafond hiervoor weer zou moeten worden gesloopt."Tevens is bij de uitvoering van de renovatie werkzaamheden vastgesteld dat de dragende muur in de badkamer van de woning van [verzoeker sub 1] c.s. ernstige scheurvorming vertoonde en boeidelen verrot waren.
4.13.
De kantonrechter stelt allereerst vast dat de geconstateerde gebreken de gemeenschappelijke delen betreffen waarvoor de VvE [straat] verantwoordelijk is. Uit artikel 9 lid 1 sub a van Pro het splitsingsreglement volgt dat tot de gemeenschappelijke zaken worden gerekend: de dragende muren en kolommen, het geraamte van het gebouw, de buitengevels met raamkozijnen en glas, de balkonconstructies, daken etc. [belanghebbende] is door [verzoeker sub 1] c.s. tijdig op de hoogte gesteld van de problemen met betrekking tot de serre/balkon en heeft het advies van [onderneming 2] en een begroting voor de werkzaamheden aan het balkon aan [belanghebbende] toegezonden. Ten aanzien van het balkon/serre is aangegeven dat sprake is van veiligheidsrisico’s, die om spoedige reparatie vragen. Het is dan ook begrijpelijk dat, nu een vergadering kennelijk op korte termijn niet bleek te realiseren, [verzoeker sub 1] c.s. is overgegaan tot opdrachtverlening voor wat de reparatie van het dak c.q. balkon betreft. Bovendien is op grond van het gewijzigde artikel 41 van Pro het modelreglement onder lid 3 iedere eigenaar in verband met de omstandigheden gerechtigd spoedeisende maatregelen te treffen. [belanghebbende] schrijft op 1 augustus 2025 nota bene zelf aan [verzoeker sub 1] : “
Ik heb op geen enkel moment geweigerd om een besluit te nemen over de noodzakelijke herstelwerkzaamheden voor de dak van serre. Integendeel: ik heb al in juni met jou besproken dat er sprake is van een onveilige situatie en dat herstel noodzakelijk is. Dat punt is voor mij nooit in discussie geweest. Mijn instemming met de uitvoering van de werkzaamheden is toen uitdrukkelijk gegeven.”Tegen de hoogte van de in rekening gebrachte kosten van € 4.719,00 heeft [belanghebbende] geen bezwaar gemaakt en dit bedrag komt de kantonrechter niet als onredelijk voor. Het bezwaar van [belanghebbende] ziet ten onrechte op de stelling dat de VvE [straat] niet de primair aan te spreken partij is, maar dat [verzoeker sub 1] c.s. gehouden is eerst de verkopers van appartement aansprakelijk te stellen op grond van verborgen gebreken ten tijde van de koop van het appartement. De VvE heeft nu eenmaal een eigen (onderhouds)verantwoordelijkheid. Of en in hoeverre verhaal mogelijk is bij de verkopende partij, maakt dat niet anders.
4.14.
Ten aanzien van het herstel van de dragende buitenmuur met boeidelen ter hoogte van de badkamer van [verzoeker sub 1] c.s., kosten € 1.875,50, zitten geen aanwijzingen in het dossier dat vanwege veiligheidsrisico’s dit gebrek spoedige reparatie behoeft, zoals bij de balkon serre wel het geval is. Maar ook hier geldt dat het gebrek valt onder artikel 9 lid 1 onder Pro a van het splitsingsreglement. Dat is onvoldoende door [belanghebbende] betwist. Gelet op het uitblijven van een spoedige vergadering is het begrijpelijk dat [verzoeker sub 1] c.s. ook voor deze werkzaamheden opdracht heeft gegeven. [verzoeker sub 1] c.s. heeft [belanghebbende] in voldoende mate geïnformeerd over de werkzaamheden door toezending van een offerte, het aanbod voor extra informatie en /of foto materiaal.
4.15.
De conclusie is dat VvE [straat] gehouden is zowel de kosten voor de serre/balkon als de kosten voor de (buiten)muur en boeidelen te dragen voor een totaal bedrag van € 6.594,50 inclusief BTW conform de aan [verzoeker sub 1] c.s. verzonden facturen. De facto betekent dit in het onderhavige geval dat partijen ieder ter zake een bijdrage dienen te leveren volgens de overeengekomen breukdelen uit de splitsingsakte. Ook in de notulen van de vergadering wordt uitgegaan van een totaalbedrag van € 6.594,50.
Maandelijkse bijdrage
4.16.
Het bovenstaande neemt niet weg dat de bijdrage in de schulden en kosten en dus ook de maandelijkse bijdrage binnen de VvE [straat] naar rato van de breukdelen dient te worden vastgesteld. Daar is geen besluit voor nodig. Dit volgt immers uit de splitsingsakte voor [verzoeker sub 1] c.s. 102 / 224 gedeelte en voor [belanghebbende] 122 / 224 gedeelte in combinatie met artikel 3 en Pro 4 van het Modelreglement. Dat in het verleden volgens [belanghebbende] kennelijk op basis van fifty /fifty is afgerekend doet daar niet aan af. [belanghebbende] heeft niet onderbouwd dat de vergadering de breukdelen op enig moment heeft gewijzigd, zodat partijen gebonden blijven aan de nu eenmaal in de splitsingsakte opgelegde breukdelen. [verzoeker sub 1] c.s. vordert dit evenwel niet in deze procedure.
Proceskosten
[belanghebbende] zal als de meest in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld tot op heden begroot op:
- griffierecht € 90,00
- salaris gemachtigde € 582,00
- nakosten
€ 50,00
– totaal € 722,00

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
gebiedt [belanghebbende] te dulden dat op de vergadering van de VvE [straat] zowel de heer als mevrouw [verzoeker sub 1] aanwezig (mogen) zijn;
5.2.
verleent aan [verzoeker sub 1] c.s. een machtiging tot uitvoering van de werkzaamheden als benoemd in de offerte van [onderneming 1] van 25 juni 2026 met uitzondering van de post ‘dakbedekking 50m2 vervangen met zinkrand 22mb’ en bepaalt dat [belanghebbende] de kosten van die werkzaamheden op basis van de facturen van [onderneming 1] van 22 augustus 2025 en van 2 oktober 2025 naar rato van haar breukdeel voor 122 /224e dient te dragen;
5.3.
veroordeelt [belanghebbende] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verzoeker sub 1] c.s., tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 722,00, waarin begrepen € 582,00 aan salaris gemachtigde;
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gewezen door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.