Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3522

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
C/16/611736 / FV RK 26-1286
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging voortzetting crisismaatregel op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Betrokkene verblijft onder een crisismaatregel in een zorginstelling na afgifte door de burgemeester van Utrecht. De officier van justitie verzoekt de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken.

De rechtbank stelt vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade, veroorzaakt door een depressieve stoornis met psychotische kenmerken. Ondanks het verzet van betrokkene en haar advocaat oordeelt de rechtbank dat verplichte zorg noodzakelijk is.

De toegewezen zorg omvat het toedienen van vocht, voeding, medicatie, medische controles, beperkingen in vrijheid, opname in een accommodatie en andere medische en therapeutische handelingen. Tevens wordt op verzoek van de psychiater de beperking van bewegingsvrijheid toegevoegd vanwege het verhoogde suïciderisico.

De rechtbank concludeert dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de toegewezen maatregelen evenredig en effectief zijn. De machtiging geldt tot en met 11 juni 2026 en is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met aanvullende verplichte zorg voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/611736 / FV RK 26-1286
Datum uitspraak: 21 mei 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] (Marokko),
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
verblijvende bij het [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. J.J.J.L. Maalsté.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 19 mei 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat (telefonisch);
  • M. Somers, psychiater.
1.3.
Voor betrokkene was een tolk Berbers (Tarifit) aanwezig, F. El Handouni.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij het [verblijfplaats] . De burgemeester van Utrecht heeft de crisismaatregel op 18 mei 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing.
4.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft een depressieve stoornis met psychotische kenmerken. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 18 mei 2026.
4.4.
Hoewel de advocaat namens betrokkene pleit voor afwijzing van het verzoek omdat betrokkene meent dat er geen sprake is van een stoornis, oordeelt de rechtbank anders, gelet op de inhoud van de medische verklaring, de overige processtukken en de toelichting daarop. De rechtbank twijfelt niet aan de aanwezigheid van de stoornis en het daaruit voortvloeiend ernstig nadeel. Betrokkene meent dat zij niet kan dan wel hoeft te eten en drinken omdat zij geen organen zou hebben. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Er is behandeling nodig waar betrokkene niet achter staat. Er zijn geen mogelijkheden voor vrijwilligheid en verplichte zorg is nodig.
4.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.6.
Ter zitting heeft de psychiater verzocht om een extra vorm van verplichte zorg toe te wijzen, te weten ‘beperken van de bewegingsvrijheid’. Deze vorm is niet verzocht door de officier maar acht de psychiater wel noodzakelijk. Betrokkene verblijft op een gesloten afdeling waarbij de deur dicht zit en daarmee wordt deze vorm van verplichte zorg toegepast. De gesloten afdeling is noodzakelijk vanwege het verhoogde risico op suïcide. De advocaat heeft hier geen bezwaar tegen gemaakt. Gelet op de gegeven noodzaak zal de rechtbank de vorm van verplichte zorg ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ toevoegen aan de zorgmachtiging conform artikel 6:4, lid 2 Wvggz.
4.7.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] (Marokko), wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.5. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 juni 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 door mr. H.F. Koenis, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 26 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.