Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar Woo-verzoek, ondanks een eerdere rechterlijke opdracht daartoe.
De rechtbank stelt vast dat eiseres de minister op 10 februari 2024 in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken zonder dat een besluit is genomen. De minister heeft verzocht om een langere beslistermijn, maar de rechtbank wijst dit af gezien de lange duur van het verzoek.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding. Tevens moet de minister het griffierecht van €200 aan eiseres vergoeden.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit, waarmee de minister wordt verplicht alsnog te beslissen op het Woo-verzoek.