Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3492

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
UTR 26/1075
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 4.4 WooArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op Woo-verzoek door gemeente Utrechtse Heuvelrug

Eiser heeft op 25 november 2025 twee verzoeken ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Verweerder ontving en bevestigde deze verzoeken dezelfde dag, waarna een beslistermijn van vier weken gold, die uiterlijk op 23 december 2025 afliep.

Verweerder heeft niet binnen deze termijn beslist en ook geen verlenging aangevraagd. Eiser stelde verweerder op 18 januari 2026 per e-mail in gebreke, waarna twee weken verstreken zonder besluit. De rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen.

De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog moet beslissen op de Woo-verzoeken. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet verweerder het betaalde griffierecht van € 200,- aan eiser vergoeden. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.

De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet nodig werd geacht en heeft vastgesteld dat eiser en verweerder de verzoeken op 13 maart 2026 gezamenlijk hebben gepreciseerd. De rechtbank ontving geen verweerschrift. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 21 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de gemeente op binnen twee weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/1075

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 2 februari 2026 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoeken van 25 november 2025 om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiser heeft op 25 november 2025 twee verzoeken om informatie op grond van de Woo (Woo-verzoek) ingediend. Deze Woo-verzoeken zijn door verweerder op dezelfde dag ontvangen en bevestigd door middel van een automatische bevestiging. Verweerder moet binnen vier weken beslissen op dat verzoek. Dat staat in artikel 4.4, eerste lid, van de Woo. Verweerder heeft de beslistermijn niet verdaagd. Verweerder had dus uiterlijk 23 december 2025 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiser verweerder op 18 januari 2026 per e-mail in gebreke heeft gesteld en dat sindsdien twee weken zijn verstreken.
4. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. De standaardtermijn waarbinnen verweerder alsnog op het verzoek moet beslissen bedraagt in beginsel twee weken na deze uitspraak (artikel 8:55d, eerste lid, Awb). Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, Awb).
5. Op 16 april 2026 heeft verweerder stukken aan de rechtbank toegezonden. Uit de door verweerder ingediende stukken volgt dat eiser en verweerder de Woo-verzoeken op 13 maart 2026 gezamenlijk hebben gepreciseerd. In de begeleidende brief deelt verweerder mee dat het verweerschrift zo spoedig mogelijk zal volgen. De rechtbank heeft geen verweerschrift ontvangen. De rechtbank stelt de beslistermijn vast op de standaardtermijn van twee weken na verzending van deze uitspraak, nu er geen aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat sprake is van een bijzonder geval.
6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
7. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
8. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden. Van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 200,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.
de griffier is niet in de gelegenheid
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.