Eiser heeft op 25 november 2025 twee verzoeken ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Verweerder ontving en bevestigde deze verzoeken dezelfde dag, waarna een beslistermijn van vier weken gold, die uiterlijk op 23 december 2025 afliep.
Verweerder heeft niet binnen deze termijn beslist en ook geen verlenging aangevraagd. Eiser stelde verweerder op 18 januari 2026 per e-mail in gebreke, waarna twee weken verstreken zonder besluit. De rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog moet beslissen op de Woo-verzoeken. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet verweerder het betaalde griffierecht van € 200,- aan eiser vergoeden. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet nodig werd geacht en heeft vastgesteld dat eiser en verweerder de verzoeken op 13 maart 2026 gezamenlijk hebben gepreciseerd. De rechtbank ontving geen verweerschrift. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 21 mei 2026.