Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 6 juni 2022. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks een eerdere rechterlijke termijnstelling van 9 mei 2025. De rechtbank constateert dat deze termijn is verstreken zonder besluit en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar moet nemen. Dit volgt de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn als realistisch beschouwt. Omdat deze termijn al is verstreken, geldt de kortere termijn van twee weken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100 per dag op met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. De rechtbank ziet geen reden voor een hogere dwangsom vanwege het ontbreken van weigerachtigheid en het belang van eiseres.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 467) en het betaalde griffierecht (€ 54). De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en uitgesproken op 6 mei 2026.