Eiseres heeft op 8 oktober 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiseres op 12 februari 2026 beroep instelde nadat verweerder op 27 januari 2026 in gebreke was gesteld.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, uiterlijk op 2 december 2026. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Daarnaast moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van €54 vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend. De rechtbank verwijst voor de motivering van de termijnen en dwangsommen naar eerdere uitspraken van dezelfde rechtbank.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van het recht op mondelinge behandeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg en griffier K.L.H. Thomas op 8 mei 2026.