Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser diende op 13 juli 2023 een aanvraag om een omgevingsvergunning in bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. Het college stelde de aanvraag op 21 september 2023 buiten behandeling omdat deze niet voldeed aan de voorschriften. Het bezwaar van eiser tegen dit besluit werd op 14 januari 2025 ongegrond verklaard.
Eiser stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank stelde eiser in kennis van de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken na verzending van de nota. Eiser deed op 24 maart 2025 een beroep op betalingsonmacht en verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Dit verzoek werd voorlopig toegewezen, maar definitief afgewezen op de zitting omdat eiser onvoldoende onderbouwing gaf van zijn financiële situatie.
Ondanks herinneringen en een termijn van vier weken na verzending van de griffierechtnota op 20 maart 2026, betaalde eiser het griffierecht niet. Er was geen verontschuldiging voor dit verzuim. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.