Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3452

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
16-219503-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs poging gewapende overval in Utrecht

Op 28 februari 2025 vond in Utrecht een poging tot gewapende overval plaats bij een drankwinkel. De verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer met een vuurwapen te hebben bedreigd en geslagen, en het vuurwapen op een voorbijganger te hebben gericht. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 26 mei 2026.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van dertig maanden, terwijl de verdediging vrijspraak vorderde wegens gebrek aan bewijs. De enige aanwijzing was een herkenning van de verdachte op camerabeelden door een tipgever, die echter voorkennis had en zich baseerde op kenmerken die niet zichtbaar waren op de beelden.

De rechtbank oordeelde dat de overeenkomsten tussen de verdachte en de dader op de beelden algemeen waren en dat de herkenning onvoldoende betrouwbaar was. Er was geen ander bewijs dat de verdachte de dader was. Daarom werd de verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs van poging tot gewapende overval.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-219503-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 9 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] (Marokko),
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
verblijvende op het adres [adres] , [postcode] in [plaats]
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 26 mei 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. V.H. van der Horst;
  • de advocaat van de verdachte: mr. R.M. Wagenaar (hierna: de advocaat);
  • het slachtoffer: [slachtoffer] .

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
op 28 februari 2025 in Utrecht heeft geprobeerd een gewapende overval te plegen bij [bedrijf] , door [slachtoffer] met een vuurwapen te bedreigen, haar in het gezicht en in haar zij te stompen en het vuurwapen op een voorbijganger te richten.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in de bijlage bij dit vonnis.

3.Vrijspraak

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en eist dat aan de verdachte een gevangenisstraf van dertig maanden wordt opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken, omdat er geen bewijs is dat de verdachte dit feit heeft gepleegd.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
Op 28 februari 2025 werd in de drankwinkel [bedrijf] in Utrecht een poging tot een overval gepleegd door één man. Deze man is op camerabeelden van het winkelcentrum [locatie] vastgelegd en de beelden daarvan zijn vertoond in het programma [programmanaam] . Er heeft zich één persoon gemeld die zegt in de man op de camerabeelden die zijn getoond bij [programmanaam] de verdachte te herkennen. Deze beelden kreeg hij toegestuurd van een vriendin die daarbij tegen hem zei dat de verdachte werd gezocht. In een proces-verbaal vergelijking camerabeelden met verdachte staan de volgende overeenkomsten: Een grote, rechte neus met grote neusgaten, stoppelbaard/gezichtsbeharing boven de mond, groeven in het gezicht, vanaf naast de neus tot de mond.
De rechtbank stelt voorop dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen van personen op camerabeelden en de bewijskracht daarvan. Dit geldt te meer indien herkenningen de enige bewijsmiddelen zijn die de betrokkenheid van een verdachte bij het ten laste gelegde kunnen aantonen. Dat is ook hier het geval. Het komt er bij de beoordeling van het bewijs op aan dat kan worden getoetst of herkenningen op basis van foto’s of filmpjes voldoende betrouwbaar zijn om daadwerkelijk tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
De overeenkomsten tussen de dader en de verdachte, die op de beelden te zien zijn, zijn algemeen van aard. De rechtbank ziet die overeenkomsten ook, maar komt op basis van de beelden niet tot herkenning. De herkenning door de tipgever is onvoldoende betrouwbaar om tot een bewezenverklaring te kunnen leiden, omdat de die persoon voorkennis had over wie er op het filmpje te zien zou zijn en hij zijn herkenning ook baseert op de “kleine pupillen” die, zoals de officier van justitie en de advocaat ook aangeven, niet op het filmpje te zien zijn.
Nu er verder geen bewijs is dat de verdachte de persoon is die op de camerabeelden is te zien, kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat hij dat was. Daarom heeft de rechtbank niet de overtuiging gekregen dat de verdachte de overval heeft geprobeerd te plegen. De rechtbank spreekt daarom de verdachte vrij.

4.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. van den Brink, voorzitter, mr. O. Böhmer en mr. J.E.S. Dolmans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.C. van Grinsven als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.
Bijlage: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 28 februari 2025, te Utrecht, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en deze voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- met gezichtsbedekkende kleding en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, drankwinkel [bedrijf] binnen te rennen en/of
- tegen die [slachtoffer] te zeggen “Dit is een overval” en/of dat hij, verdachte, geld wilde zien, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat zij de kluis moet openen en/of dat hij, verdachte, die [slachtoffer] anders door haar poten zou schieten, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (daarbij) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te richten op de handen en/of benen, althans het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij, verdachte, haar zou slaan als ze niet snel de kassa open zou maken, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met de vuist tegen de wang/oog/zij, althans in/tegen het gezicht/lichaam, te slaan en/of te stompen en/of
- ( vervolgens) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de richting van een voorbijganger te tonen en/of te richten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.