Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- [verdachte] ;
- de officier van justitie: mr. S.K. Lanning;
- de advocaat van [verdachte] : mr. M.J.A. Beukers (hierna: de advocaat);
- de moeder van [verdachte] : [A] ;
- de jeugdreclasseerder van William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna: WSJJ);
- de raadsonderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
- de benadeelde partij [slachtoffer 1] , bijgestaan door een medewerker van Slachtofferhulp Nederland.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
Proces-verbaal aangiftevan 16 januari 2025, genummerd PL0900-2025014170-44, opgemaakt door een verbalisant van politie Midden-Nederland, met daarin een verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]
Proces-verbaal van verhoor getuigevan 14 januari 2025, genummerd 250114-706-528, opgemaakt door een verbalisant van politie Midden-Nederland, met daarin een verklaring van [slachtoffer 2]
Proces-verbaal van bevindingenvan 15 januari 2025, genummerd MD2R025008-22, opgemaakt door een verbalisant van politie Midden-Nederland, met daarin bevindingen van deze verbalisant
Proces-verbaal van bevindingenvan 24 april 2025, genummerd PL0900-2025014170-98, opgemaakt door een verbalisant van politie Midden-Nederland, met daarin bevindingen van deze verbalisant
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
- een uittreksel Justitiële Documentatie (‘
- het hiervoor onder 4.3 genoemde Pro Justitia rapport betreffende een psychologisch onderzoek naar de persoon van [verdachte] van 19 maart 2025;
- een adviesrapport van de Raad van 15 mei 2026;
- hetgeen door de jeugdreclasseerder van WSJJ op zitting naar voren is gebracht;
- de proceshouding van [verdachte] .
6.Beslag
Kennisgeving van inbeslagneming’(einddossier, pagina 412) rust beslag op:
7.Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]
hoofdelijkte veroordelen tot betaling van het volledige aan de benadeelde partij toe te wijzen bedrag, maar te bepalen dat [verdachte] één vijfde deel van dat bedrag zal moeten voldoen.
8.Toegepaste wetsartikelen
- 36f, 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht;
- 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9.Beslissing
- verklaart bewezen dat [verdachte] de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
- veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf in de vorm van een
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uur per dag;
- beveelt dat van de werkstraf een gedeelte van
- beveelt dat, voor het geval [verdachte] het voorwaardelijk deel van de werkstraf bij tenuitvoerlegging niet of niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 51 (eenenvijftig) dagen;
proeftijd van 2 (twee) jaarvast;
begeleiding en toezicht:
behandeling:
crisisplaatsing:
dagbesteding:
vrijetijdsbesteding:
avondklok:
leerstraf, te weten de gedragsinterventie So-Cool (regulier) van 40 (veertig) uur;
20 (twintig) dagen jeugddetentie;
teruggave aan [verdachte]van het (in de ‘
Kennisgeving van inbeslagneming’, einddossier pagina 412) vermelde voorwerp, te weten:
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 9.521,35, bestaande uit € 2.021,35 ter vergoeding van materiële schade en € 7.500,- ter vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
- verklaart [slachtoffer 1] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [verdachte] in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan [verdachte] de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat een bedrag van € 9.521,35 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente:
op of omstreeks 14 januari 2025 te Almere-Buiten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (dummy)sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [juwelier] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door- met een bedekt gezicht en een hand in/onder een tas op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] af te lopen,- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen de woorden toe te voegen “handen omhoog” en/of “overval”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en/of- die [slachtoffer 1] bij haar pols vast te pakken;
op of omstreeks 14 januari 2025 te Almere-Buiten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een pistool van het merk Sig Sauer, model P225, heeft voorhanden gehad en/of gedragen.