Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- [verdachte] ;
- de officier van justitie: mr. S.K. Lanning;
- de advocaat van [verdachte] : mr. R.B. Venema (hierna: de advocaat);
- een jeugdreclasseerder van Samen Veilig Midden-Nederland;
- de benadeelde partij [slachtoffer 1] , bijgestaan door een medewerker van Slachtofferhulp Nederland.
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
Proces-verbaal aangiftevan 16 januari 2025, genummerd PL0900-2025014170-44, opgemaakt door een verbalisant van politie Midden-Nederland, met daarin een verklaring van aangeefster [slachtoffer 1]
Proces-verbaal van verhoor getuigevan 14 januari 2025, genummerd 250114-706-528, opgemaakt door een verbalisant van politie Midden-Nederland, met daarin een verklaring van [slachtoffer 2]
Proces-verbaal van bevindingenvan 15 januari 2025, genummerd MD2R025008-22, opgemaakt door een verbalisant van politie Midden-Nederland, met daarin bevindingen van deze verbalisant
Proces-verbaal van bevindingenvan 24 april 2025, genummerd PL0900-2025014170-98, opgemaakt door een verbalisant van politie Midden-Nederland, met daarin bevindingen van deze verbalisant
4.Kwalificatie en strafbaarheid
- een Pro Justitia rapport betreffende een psychiatrisch onderzoek naar de persoon van [verdachte] van 9 september 2025, opgemaakt door een kinder- en jeugdpsychiater;
- een Pro Justitia rapport betreffende een psychologisch onderzoek naar de persoon van [verdachte] van 9 september 2025, opgemaakt door een GZ-psycholoog (kinder- en jeugdpsycholoog).
5.Straf
- een uittreksel Justitiële Documentatie (‘
- de hiervoor onder 4.3 genoemde Pro Justitia rapporten betreffende een psychiatrisch en psychologisch onderzoek naar de persoon van [verdachte] , beide van 9 september 2025;
- een reclasseringsrapport (advies) van Reclassering Nederland van 21 mei 2026;
- een evaluatierapport van SAVE Jeugdbescherming ten behoeve van de strafzitting (strafadvies) van 22 mei 2026;
- hetgeen door de jeugdreclasseerder van SAVE op zitting naar voren is gebracht;
- de proceshouding van [verdachte] .
6.Beslag
7.Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]
8.Toegepaste wetsartikelen
- 36f, 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht;
- 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9.Beslissing
- verklaart bewezen dat [verdachte] de feiten 1 en 2 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
jeugddetentie van 180 (honderdtachtig) dagen;
159 (honderdnegenenvijftig) dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jaarvast;
meldplicht bij de (jeugd)reclassering:
ambulante behandeling:
verblijf bij begeleid wonen of maatschappelijke opvang:
dagbesteding:
- veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf in de vorm van een
- beveelt dat, voor het geval [verdachte] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;
teruggave aan [verdachte]van de volgende voorwerpen:
- een ketting, voorwerpnummer PL0900-2025014170-3468556;
- schoenen, voorwerpnummer PL0900-2025014170-3467365;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 9.521,35, bestaande uit € 2.021,35 ter vergoeding van materiële schade en € 7.500,- ter vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
- verklaart [slachtoffer 1] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [verdachte] in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan [verdachte] de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat een bedrag van € 9.521,35 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente:
op of omstreeks 14 januari 2025 te Almere-Buiten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (dummy)sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [juwelier] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door- met een bedekt gezicht en een hand in/onder een tas op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] af te lopen,- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] meermalen de woorden toe te voegen “handen omhoog” en/of “overval”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , en/of- die [slachtoffer 1] bij haar pols vast te pakken;
op of omstreeks 14 januari 2025 te Almere-Buiten, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een pistool van het merk Sig Sauer, model P225, heeft voorhanden gehad en/of gedragen.