Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 mei 2026;
- het bericht met bijlage van de Raad, ontvangen op 12 mei 2026;
- het bericht met bijlage van de Raad, ontvangen op 13 mei 2026;
- het plan van aanpak van de GI, ingediend door de moeder op 18 mei 2026.
- de moeder met haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
- [B.] namens de GI;
- [C.] , betrokken vanuit het Ondersteuningsteam Uithuisplaatsingen Toeslagenaffaire.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
- [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] groeien op in een veilige, gestructureerde leefomgeving waar zij de duidelijkheid en grenzen geboden krijgen passend bij hun ontwikkeling om zich op positieve wijze te kunnen ontwikkelen
- [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] groeien op in een omgeving waarin geen verbaal en/of fysiek geweld wordt gebruikt, en gebruiken ook zelf geen geweld;
- het perspectief van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] is duidelijk; [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] weten waar zij gaan opgroeien en zij weten wanneer zij contact hebben met voor hen belangrijke personen;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben positief en onbelast contact met hun biologische vader (en zijn familie);
- [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verwerken – zodra zij hieraan toe zijn en indien nodig- ingrijpende gebeurtenissen, zoals het huiselijk geweld dat heeft plaatsgevonden en de daaropvolgende uithuisplaatsing;
- de draagkracht en draaglast van de ouders is in balans. De ouders verwerken hun eigen verleden en zijn in staat geweldloos op te voeden.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.