Verzoeker heeft op 2 maart 2026 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 17 februari 2026. De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat het griffierecht van €397,- niet is betaald, waardoor de zaak niet inhoudelijk kon worden behandeld.
De rechtbank heeft verzoeker op 12 maart 2026 per aangetekende brief gewezen op de verplichting het griffierecht binnen twee weken te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het verzoek niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Deze brief is op 14 maart 2026 in ontvangst genomen. Ondanks deze kennisgeving is het griffierecht niet voldaan.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet inhoudelijk behandeld en verklaard het verzoek niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.