ECLI:NL:RBMNE:2026:3385

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
UTR 26/1089
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:38 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late betaling griffierecht

Eiser diende op 1 februari 2026 beroep in tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. De rechtbank besloot het beroep niet inhoudelijk te behandelen omdat eiser het griffierecht van €200,- niet op tijd had voldaan.

De rechtbank stuurde op 6 februari 2026 een aangetekende brief aan eiser met het verzoek het griffierecht binnen twee weken te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Deze brief werd onbestelbaar geretourneerd en vervolgens op 4 maart 2026 per gewone post verzonden, met een betalingstermijn tot 11 maart 2026.

Eiser betaalde het griffierecht uiteindelijk wel, maar te laat en gaf geen geldige reden voor de vertraging. De rechtbank oordeelde daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. Het te late betaalde griffierecht wordt aan eiser terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/1089

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 1 februari 2026, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 200,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 6 februari 2026 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Ook staat in deze brief dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het griffierecht niet of niet op tijd betaald. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, op 4 maart 2026 per gewone post verzonden aan eiser. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 6 februari 2026 genoemde termijn eindigt op 11 maart 2026.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet op tijd ontvangen. Eiser heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
8. Omdat eiser het griffierecht wel heeft betaald, maar te laat, zal dit aan hem worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.