ECLI:NL:RBMNE:2026:3370

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/7824
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:38 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht in bestuursrechtelijke zaak

Eiser heeft op 31 december 2025 beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht van 16 december 2025. De rechtbank heeft eiser op 13 februari 2026 aangetekend verzocht het griffierecht van €194,- binnen vier weken te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden.

De aangetekende brief bleek onbestelbaar en is vervolgens op 12 maart 2026 per gewone post verzonden, waarbij een betalingstermijn van twee weken werd gesteld. De rechtbank heeft het griffierecht niet ontvangen en eiser heeft geen geldige reden voor de niet-betaling gegeven.

Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het griffierecht verplicht en bij niet-betaling is de rechtbank niet bevoegd het beroep inhoudelijk te behandelen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst een vergoeding van proceskosten af.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/7824

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van 31 december 2025 dat eiser heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 16 december 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 194,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 13 februari 2026 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Ook staat in deze brief dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het griffierecht niet of niet op tijd betaald. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, op 12 maart 2026 per gewone post verzonden aan eiser. Daarbij is vermeld dat de termijn eindigt twee weken na verzending van deze brief.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.