ECLI:NL:RBMNE:2026:3368

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/7493
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij UWV-besluit

Eiser heeft op 21 december 2025 beroep ingesteld tegen een besluit van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 9 december 2025. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiser het griffierecht van €53,- niet heeft betaald, zoals vereist op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank heeft eiser op 22 januari 2026 aangetekend verzocht het griffierecht binnen vier weken te voldoen, met de waarschuwing dat bij uitblijven van betaling het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden. De brief is op 5 februari 2026 in ontvangst genomen. Ondanks deze aanmaning heeft eiser geen betaling verricht en geen geldige reden opgegeven voor het uitblijven daarvan.

Op grond van artikel 8:54 Awb Pro verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink op 15 mei 2026 in Utrecht. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/7493

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,(gemachtigde: R. van den Brink) verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser op 21 december 2025 heeft ingesteld tegen het besluit van verweerder van 9 december 2025.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 53,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 22 januari 2026 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Ook staat in deze brief dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het griffierecht niet of niet op tijd betaald. Uit de track & trace volgt dat de brief is afgehaald bij een PostNL-punt. De ontvangt is ondertekend op 5 februari 2026.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.