ECLI:NL:RBMNE:2026:3353

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/6264
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep bestuursrecht

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Na een gewijzigde beslissing van verweerder heeft verzoekster het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.

De rechtbank beoordeelt het verzoek zonder zitting, gelet op de informatie in het dossier. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank proceskosten toewijzen als het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoet is gekomen.

Verweerder heeft geen bezwaar tegen vergoeding van de proceskosten. De rechtbank kent een vergoeding toe van € 934,- voor de bijstand door een gemachtigde en wijst verzoekster tevens op de mogelijkheid om het griffierecht rechtstreeks bij verweerder te verhalen.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten aan verzoekster.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6264

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., te [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. R.W. Verheul),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

(gemachtigde: M.A. Kuilderd) verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 29 oktober 2025 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 24 september 2025.
Op 23 februari 2026 heeft verweerder een nieuwe beslissing genomen waarin hij de beslissing van 24 september 2025 heeft gewijzigd.
Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft op 23 maart 2026 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
4. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,-). bij wegingsfactor 1 wordt dus € 934,- toegekend.
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeketer betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.