ECLI:NL:RBMNE:2026:3336

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
16.141366.25 en 15.086523.25 (gev. ttz); 16.124390.23 (vord. tul) (P)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 47 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77i Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot 15 maanden jeugddetentie voor gewapende overvallen en wapenbezit

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een minderjarige verdachte die werd beschuldigd van twee gewapende overvallen op juweliers in verschillende plaatsen, bezit van vuurwapens en opzetheling van een gouden ketting. De verdachte speelde een coördinerende en aansturende rol bij de voorbereiding van de overvallen, gaf instructies en leverde wapens aan medeverdachten.

De rechtbank achtte de bewezenverklaring van de feiten overtuigend, mede op basis van bekentenissen, verklaringen van medeverdachten, forensisch bewijs en telefonische communicatie. De verdachte werd vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De strafrechtelijke beoordeling leidde tot een veroordeling voor medeplegen van de overvallen, wapenbezit en opzetheling.

Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de impact op slachtoffers, het strafblad van de verdachte en adviezen van deskundigen die spraken over zwakbegaafdheid, gedragsstoornissen en een hoog recidivegevaar. De rechtbank legde een jeugddetentie van 15 maanden op, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en bepaalde dat de verdachte nog ruim drie maanden onvoorwaardelijk moet uitzitten.

De rechtbank wees de schadevordering van een benadeelde partij toe, maar verklaarde een andere vordering niet-ontvankelijk wegens onvoldoende voorbereidingstijd. Tevens werd een eerdere voorwaardelijke jeugddetentie omgezet in een werkstraf wegens recidive binnen de proeftijd. De verdachte kreeg diverse bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder begeleiding, contactverboden en toezicht door een gecertificeerde instelling.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 15 maanden jeugddetentie, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en schadevergoeding toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummers: 16.141366.25 en 15.086523.25 (gev. ttz); 16.124390.23 (vord. tul) (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 juni 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [2007] in [geboorteplaats 1] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [verdachte (voornaam)] .

1.Zitting

De strafzaak van [verdachte (voornaam)] is inhoudelijk behandeld op de besloten zitting van 2 juni 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • [verdachte (voornaam)] ;
  • de officier van justitie: mr. M. de Nooij;
  • de advocaat van [verdachte (voornaam)] : mr. T. de Heer;
  • de ouders van [verdachte (voornaam)] ;
  • mr. A.M. Wolf, namens benadeelde partij [naam 1] ;
  • [verdachte (voornaam)] toezichthouder bij jeugdreclassering Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: SAVE);
  • een onderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2.Tenlastelegging

De tenlasteleggingen zijn als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.
De officier van justitie beschuldigt [verdachte (voornaam)] ervan dat hij, samengevat:
Ten aanzien van parketnummer 16.141366.25:
feit 1 primair: op 7 maart 2025 in [plaats 1] samen met anderen [juwelier 1] heeft overvallen en daarbij sieraden heeft buitgemaakt,
subsidiairten laste gelegd als medeplegen van uitlokking van de overval,
feit 2: op 7 maart 2025 in [plaats 1] samen met anderen een vuurwapen en munitie in bezit heeft gehad,
feit 3: op 9 april 2025 in [plaats 1] samen met anderen, althans alleen, een alarmpistool en munitie in bezit heeft gehad,
feit 4: zich op 17 maart 2025 in [plaats 5] en/of [plaats 2] en/of [plaats 1] schuldig heeft gemaakt aan opzetheling, dan wel schuldheling, van een gouden ketting.
Ten aanzien van parketnummer 15.086523.25:
feit 1 primair: op 19 maart 2025 in [plaats 2] samen met anderen [juwelier 2] (juwelier) heeft overvallen en daarbij sieraden heeft buitgemaakt,
subsidiairten laste gelegd als medeplegen van uitlokking van de overval,
meer subsidiairten laste gelegd als medeplichtigheid aan de overval.
De rechtbank nummert de bij de dagvaardingen met de parketnummers 16.141366.25 en 15.086523.25 ten laste gelegde feiten respectievelijk als de feiten 1 primair, 1 subsidiair, 2, 3, 4 en feit 5 primair, 5 subsidiair en 5 meer subsidiair.

3.Bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat [verdachte (voornaam)] de aan hem onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 primair tenlastegelegde feiten heeft gepleegd.
Ten aanzien van feit 3 moet [verdachte (voornaam)] worden vrijgesproken van het medeplegen.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De advocaat van [verdachte (voornaam)] heeft verzocht [verdachte (voornaam)] vrij te spreken van het onder 5 tenlastegelegde. Hij heeft tegen de feiten 1 t/m 4 geen verweer gevoerd.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1 primair (medeplegen overval [juwelier 1] in [plaats 1] ) en feit 2 (vuurwapenbezit) [1]
[verdachte (voornaam)] bekent dat hij de feiten heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van deze feiten gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
  • de bekennende verklaring van [verdachte (voornaam)] op de zitting;
  • de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] van 14 oktober 2025, pagina’s 182 t/m 187;
  • een proces-verbaal van bevindingen van 3 augustus 2025, pagina’s 162 t/m 165;
  • een proces-verbaal van bevindingen van 24 maart 2025, pagina’s 1 t/m 13;
- het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut betreffende DNA-onderzoek naar aanleiding van een gewapende overval in [plaats 1] op 7 maart 2025 van 9 mei 2025, pagina’s 65 t/m 72.
De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij volgens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.
Bewijsmiddelen feit 3 (bezit alarmpistool)
[verdachte (voornaam)] bekent dat hij dit feit heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dit feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
  • de bekennende verklaring van [verdachte (voornaam)] op de zitting;
  • een proces-verbaal van bevindingen van 9 april 2025, pagina’s 94 en 95;
  • een proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2025, pagina’s 101 t/m 109.
Bewijsmiddelen feit 4 (opzetheling)
[verdachte (voornaam)] bekent dat hij dit feit heeft gepleegd, zoals dit hieronder bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dit feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
  • de bekennende verklaring van [verdachte (voornaam)] op de zitting;
  • de aangifte van [naam 4] van 4 april 2025, pagina’s 116 t/m 119;
  • een proces-verbaal van bevindingen van 28 maart 2025, pagina’s 46 t/m 52.
Bewijsmiddelen feit 5 primair (medeplegen overval [juwelier 2] in [plaats 2] )
De rechtbank oordeelt dat feit 5 primair is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage 2 van dit vonnis staan.
Bewijsoverweging
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De bijdrage van de medepleger kan in uitzonderlijke gevallen in hoofdzaak vóór het strafbare feit zijn geleverd. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke gevallen moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. Niet de verdachte, maar zijn twee medeverdachten hebben [juwelier 2] in [plaats 2] overvallen. Eén van hen is op de fatbike blijven zitten en had een wapen in zijn hand. De ander is met een hamer en een rode Vomar tas bij [juwelier 2] naar binnen gerend en heeft de vitrines kapot geslagen. Hij heeft sieraden meegenomen en is weer naar buiten gerend, waarna de jongens er op de fatbike vandoor zijn gegaan en naar de woning aan de [adres 2] in [plaats 2] zijn gevlucht. Daar zijn de fatbike, rode Vomar tas, de hamer die sterke gelijkenissen vertoont met de hamer die tijdens de overval is gebruikt en een vuurwapen aangetroffen. Ook zijn [verdachte (voornaam)] en de twee medeverdachten in de woning aangetroffen. [verdachte (voornaam)] was dus direct na de overval aanwezig op de plek waar de uitvoerders van de overval zich verzamelden.
De rechtbank acht de verklaring van [medeverdachte 2] over de betrokkenheid van [verdachte (voornaam)] bij de overval betrouwbaar en daarmee bruikbaar voor het bewijs, mede omdat hij niet alleen belastend heeft verklaard over [verdachte (voornaam)] , maar ook over zichzelf. Daarnaast wordt zijn verklaring ondersteund door de andere bewijsmiddelen. Uit de verklaring van [medeverdachte 2] blijkt dat [verdachte (voornaam)] actief heeft deelgenomen aan de voorbereiding van de overval. Hij heeft instructies voor de overval gegeven en heeft het wapen dat is meegenomen naar de overval aan [medeverdachte 2] gegeven. Hoewel [verdachte (voornaam)] ten tijde van de overval niet zelf in de juwelierszaak aanwezig was, speelde hij een faciliterende, en zelfs een aansturende rol. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte (voornaam)] en de medeverdachten is komen vast te staan. Hoewel geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, is de bijdrage van [verdachte (voornaam)] aan het tenlastegelegde van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.
De rechtbank acht daarom het onder 5 primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat [verdachte (voornaam)] :

1 primair: op 7 maart 2025 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met anderen, sieraden, die geheel aan [juwelier 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- met donkere en gezichtsbedekkende kleding de winkel van [juwelier 1] te betreden en
- (een) (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp) te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en
- met een hamer, vitrines kapot te slaan en te openen en
- sieraden te pakken en in een tas te stoppen en mee te nemen en
- de loop van (een) (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp) te richten op, in elk geval te tonen aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] en een of meer andere onbekend gebleven personen en
- (daarbij) de woorden toe te voegen "schieten" en/of "schiet maar", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
2: op 7 maart 2025 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten (een naar scherpschietend omgebouwd) (alarm)pistool, van het merk Bruni, type model mini GAP, kaliber 8mmK, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en munitie van categorie III van de Wet Wapens en munitie, te weten twee (naar scherpe projectielen omgebouwde) (knal)patronen/ stalen rondkogels, voorhanden heeft gehad,
3: op 9 april 2025 te [plaats 1] , alleen, een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een (semi-automatisch) alarmpistool merk Bruni BBM model New Police kaliber 8mm en munitie van categorie III, te weten drie knalpatronen en 41 scherpe knalpatronen, voorhanden heeft gehad,
4: hij op of omstreeks 17 maart 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een ander, een gouden ketting, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), dat het een door misdrijf verkregen goed betrof,

5 primair: op 19 maart 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met anderen, diverse sieraden, die geheel aan [juwelier 2] (juwelier), toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen een medewerker van [juwelier 2] , te weten [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- in het donker gekleed en/of met gezichtsbedekking op de juwelier binnen te komen/rennen en
- (daarbij) een hamer, althans een dergelijk (slag)voorwerp, te tonen en
- met voorgenoemde hamer, op de vitrines te slaan en
- (vervolgens) diverse sieraden uit de stuk geslagen vitrines te pakken en
- (met de weggenomen sieraden) de juwelier te verlaten en
- met een vuurwapen, in de hand te wachten met een fatbike voor de juwelier en
- het wapen door te laden voor de juwelier en
- met de mededader te vluchten op de fatbike met de weggenomen sieraden.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. [verdachte (voornaam)] wordt hiervan vrijgesproken.

5.Strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
feit 1 primair en feit 5 primair:
diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking
feit 2:
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
feit 3:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
feit 4:
medeplegen van opzetheling

6.Strafbaarheid van [verdachte (voornaam)]

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van [verdachte (voornaam)] uitsluit. [verdachte (voornaam)] is dan ook strafbaar.

7.Oplegging van straf

7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:
- een jeugddetentie van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden:
- meewerken aan plaatsing bij [instelling 1] in [plaats 3] of een soortgelijke instelling;
- meewerken aan aanvullende begeleiding;
- meewerken aan behandeling van topzorg van [instelling 2] ;
- meewerken aan het verkrijgen en behouden van positieve dagbesteding;
- contactverbod met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en de andere personen die betrokkenheid hebben gehad bij de overvallen.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De advocaat van [verdachte (voornaam)] heeft verzocht een deels voorwaardelijke straf op te leggen waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest. [verdachte (voornaam)] heeft inmiddels een passende verblijfplek en krijgt hulp. Hij is bereid om zich aan de geadviseerde bijzondere voorwaarden te houden.
7.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals op de zitting is gebleken.
Ernst van de feiten
[verdachte (voornaam)] heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan twee gewapende overvallen op juweliers in [plaats 1] en [plaats 2] . Beide overvallen vonden overdag plaats, terwijl de winkels geopend waren. In beide gevallen zijn vitrines met geweld kapot geslagen en zijn winkelpersoneel en klanten bedreigd met een vuurwapen, waardoor bij hen grote angst is ontstaan.
[verdachte (voornaam)] heeft bij beide overvallen een cruciale rol gespeeld. Hij heeft aan één van de medeverdachten het wapen gegeven en heeft instructies gegeven voor de overval. Hij heeft een coördinerende en aansturende rol gehad in de voorbereiding van beide overvallen. Dit neemt de rechtbank [verdachte (voornaam)] zeer kwalijk. Bovendien neemt [verdachte (voornaam)] geen volledige verantwoordelijkheid voor zijn dadenomdat hij zijn betrokkenheid bij de overval op 19 maart 2025 volledig ontkent. De rechtbank vindt dit, mede gelet op zijn jonge leeftijd, zeer zorgelijk.
Door deel te nemen aan de gewapende overvallen is [verdachte (voornaam)] medeverantwoordelijk voor de dreiging die daarvan is uitgegaan voor het personeel van de juwelierswinkels en het winkelend publiek. Uit hun verklaringen blijkt dat zij enorm angstig zijn geweest. Een dergelijke gebeurtenis heeft doorgaans een grote impact op slachtoffers en kan langdurige psychische gevolgen teweeg brengen. De overvallen hebben bovendien forse schade toegebracht aan de juwelierswinkels. [verdachte (voornaam)] heeft kennelijk slechts oog gehad voor zijn eigen financieel gewin en is daarbij volstrekt voorbijgegaan aan de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers.
Daarnaast heeft [verdachte (voornaam)] twee alarmpistolen voorhanden gehad. Eén pistool (een naar scherpschietend omgebouwd alarmpistool) is gebruikt tijdens de overval op de juwelier in [plaats 1] en het andere pistool is op 9 april 2025 bij [verdachte (voornaam)] aangetroffen toen hij samen met een ander werd gecontroleerd op aanwezigheid van verdovende middelen. Er zaten drie knalpatronen in het wapen dat op 9 april 2025 bij [verdachte (voornaam)] is aangetroffen. Vervolgens werden er nog 41 knalpatronen in zijn jaszak aangetroffen. Vuurwapens worden steeds meer gebruikt bij het plegen van strafbare feiten, zoals alleen al blijkt in deze zaak, en kunnen tot zeer gevaarlijke situaties leiden. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie in zijn algemeenheid brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en mensen voelen zich daardoor ook onveilig. Dat die risico’s zich realiseren blijkt uit de veelheid van geweldsincidenten waarbij vuurwapens zijn gebruikt en (dodelijke) slachtoffers moeten worden betreurd. Daarom is de rechtbank van oordeel dat tegen het ongecontroleerde bezit van vuurwapens streng moet worden opgetreden.
Tot slot heeft [verdachte (voornaam)] zich schuldig gemaakt aan opzetheling door een gouden ketting voorhanden te hebben die van misdrijf afkomstig is. Heling is een ernstig feit omdat daardoor het plegen van andere vermogensmisdrijven wordt bevorderd en daarmee schade wordt berokkend aan de slachtoffers. [verdachte (voornaam)] heeft geen rekening gehouden met de belangen van de rechtmatige eigenaar.
Persoonlijke omstandigheden van [verdachte (voornaam)]
De rechtbank heeft gekeken naar:
  • het strafblad van [verdachte (voornaam)] van 29 mei 2026;
  • een rapport van een psychiater die [verdachte (voornaam)] heeft onderzocht van 24 februari 2026
  • een rapport van een psycholoog die [verdachte (voornaam)] heeft onderzocht van 20 februari 2026;
  • een advies van de Raad van 27 mei 2026;
  • een rapport van SAVE van 18 mei 2026.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van [verdachte (voornaam)] van 29 mei 2026 waaruit blijkt dat [verdachte (voornaam)] eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Deze veroordelingen hebben [verdachte (voornaam)] er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank weegt dat in het nadeel van [verdachte (voornaam)] mee bij het bepalen van de straf.
Het advies van de psychiater
Uit het rapport van de psychiater volgt dat [verdachte (voornaam)] zwakbegaafd is en dat sprake is van een normoverschrijdende gedragsstoornis die is ontstaan in de adolescentie. Er is sprake van aandacht- en concentratieproblemen en impulsiviteit. Het cannabisgebruik, dat nog niet in remissie is, wordt geclassificeerd als licht misbruik. Er is een risico op het ontwikkelen van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische kenmerken. Deze stoornis wordt alleen niet geclassificeerd, omdat [verdachte (voornaam)] na zijn achttiende jaar (de leeftijd waarop deze stoornis kan worden gesteld) een verbetering in zijn antisociale gedrag heeft laten zien.
De psychiater adviseert de rechtbank de onder 2 tot en met 4 tenlastegelegde feiten aan [verdachte (voornaam)] toe te rekenen. Ondanks zijn zwakbegaafdheid en normoverschrijdende gedragsstoornis, had hij kunnen weten dat het plegen van deze feiten verboden is. Hij had de gevolgen van zijn gedrag kunnen overzien. Daarnaast was hij niet onder druk gezet door anderen en heeft hij planmatig gehandeld. De stoornissen, hoewel aanwezig, werken daarom niet door in de mate van toerekenen. De psychiater kan over de andere tenlastegelegde feiten geen uitspraak doen vanwege de ontkennende houding van [verdachte (voornaam)] . Zonder intensief toezicht en begeleiding is de kans op recidive van een gewelds- en vermogensdelict hoog.
Het is belangrijk dat [verdachte (voornaam)] het traject Topzorg bij [instelling 2] volgt. Belangrijk is dat hij leert omgaan met zijn beperkingen, cannabisgebruik en risicofactoren. Het is belangrijk dat naast het hebben van werk en dagbesteding, [verdachte (voornaam)] ook pro-sociale vrijetijdsbesteding krijgt. Daarnaast is het van belang om gezinstherapie bij [instelling 2] opnieuw op te pakken. De psychiater adviseert een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden op te leggen.
Het advies van de psycholoog
De psycholoog adviseert, mits bewezen, de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten volledig toe te rekenen en het onder 3 en 4 tenlastegelegde enig verminderd toe te rekenen. Er is geen zicht gekomen op mogelijke doorwerking van de getroffen problematiek op het onder 5 tenlastegelegde, waardoor de psycholoog ten aanzien van dit feit geen advies kan geven over toerekening. De psycholoog schat, net als de psychiater, de kans op recidive bij niet interveniëren in op hoog.
De psycholoog adviseert de voorwaardelijke PIJ-maatregel als kader. Gezien het beperkte effect van het eerdere kader, behandeling en detentie, het hoge recidiverisico en de ingezette, maar nog onvoltooide ontwikkeling richting een recidivegevoelige persoonsontwikkeling, wordt waarborging van behandeling noodzakelijk geacht. Aangezien dit in een eerder kader is mislukt en [verdachte (voornaam)] heeft gerecidiveerd in zijn proeftijd, maar hij het laatste half jaar een voorzichtig gunstige ontwikkeling toont, vindt de psycholoog de voorwaardelijke PIJ-maatregel als kader passend.
Het advies van de Raad
De Raad ziet zowel beschermende als risicofactoren. De beschermende factoren zijn dat [verdachte (voornaam)] de afgelopen periode positieve ontwikkelingen heeft laten zien binnen de woonsetting bij [instelling 1] . Hij houdt zich aan de afspraken, doet zijn best om zijn baan te behouden, laat zich beter aanspreken op zijn gedrag en toont zich beter begeleidbaar dan voorheen het geval was. Ook lijkt [verdachte (voornaam)] momenteel te profiteren van de intensieve begeleiding, het geldende kader en het toezicht vanuit [instelling 1] en de jeugdreclassering. Ondanks de positieve ontwikkelingen, zijn er wel nog zorgen. Er is sprake van normoverschrijdende gedragsproblematiek, zwakbegaafdheid, problemen in het overzien van oorzaak-gevolgrelaties en een aantal vaardigheidstekorten. Daarnaast bestaan zorgen over beïnvloedbaarheid vanuit zijn sociale netwerk, middelengebruik, het nemen van verantwoordelijkheid voor gedrag en de mate waarin [verdachte (voornaam)] zelfstandig positieve keuzes kan blijven maken, zonder toezicht en begeleiding.
De Raad vindt het belangrijk dat [verdachte (voornaam)] behandeling krijgt voor zijn problemen. Er is sprake van problemen op meerdere levensgebieden waarbij [verdachte (voornaam)] ondersteuning nodig heeft bij het vergroten van inzicht in zijn gedrag, het leren herkennen van risicosituaties, het ontwikkelen van handelingsalternatieven en het versterken van vaardigheden die bijdragen aan een stabiele ontwikkeling. Daarnaast vindt de Raad het belangrijk dat de behandeling zich richt op het nemen van verantwoordelijkheid voor zijn gedrag. Ook moeten de behandeling en begeleiding zich richten op het vergroten van zicht op [verdachte (voornaam)] sociale contacten en het uitbreiden van een passende en pro-sociale daginvulling.
De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest. De Raad vindt een aanvullend onvoorwaardelijk detentiedeel niet passend, omdat dit de huidige positieve ontwikkeling en ingezette hulpverlening kan onderbreken. Een voorwaardelijke jeugddetentie is noodzakelijk als stok achter de deur om te voorkomen dat [verdachte (voornaam)] opnieuw strafbare feiten pleegt. Daarnaast werkt dit als normbevestigende reactie op de ernst van de verdenkingen. Aan het voorwaardelijke deel dienen bijzondere voorwaarden te worden verbonden. De raadsonderzoeker heeft de bijzondere voorwaarden die in het raadsrapport staan vermeld, op de zitting aangevuld met een contactverbod met de medeverdachten en het verkrijgen en behouden van positieve dagbesteding.
De Raad heeft een voorwaardelijke PIJ-maatregel overwogen, maar ziet op dit moment onvoldoende aanleiding om een dergelijk ingrijpend kader te adviseren. Sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis is [verdachte (voornaam)] niet in beeld gekomen bij nieuwe strafbare feiten, terwijl de behandeling bij Topzorg ten tijde van dit onderzoek nog maar recent is gestart. De Raad ziet dat [verdachte (voornaam)] lijkt te profiteren van de intensieve begeleiding binnen de huidige woonsetting en het toezicht van de begeleiding en de jeugdreclassering. Dit laat zien dat [verdachte (voornaam)] op dit moment nog beïnvloedbaar lijkt binnen een minder ingrijpend kader. De Raad ziet op dit moment voldoende mogelijkheden om de noodzakelijke behandeling vorm te geven binnen een stevig toezichtskader zonder inzet van een voorwaardelijke PIJ-maatregel.
Het advies van SAVE
De toezichthouder van [verdachte (voornaam)] complimenteert hem voor de stappen die hij de afgelopen periode heeft gezet. De toezichthouder van [verdachte (voornaam)] ziet dat hij een andere houding heeft sinds de voorlopige hechtenis is geschorst. De behandeling bij Topzorg is gestart en [verdachte (voornaam)] lijkt te profiteren van deze behandeling. Ook ziet [verdachte (voornaam)] ’s toezichthouder verbetering in zijn communicatie en hebben zich geen incidenten voorgedaan sinds hij in [plaats 3] woont. De toezichthouder van [verdachte (voornaam)] maakt zich wel nog zorgen om hem. Zo heeft hij veel vrije tijd en is hij nog vaak op straat te vinden. Ook is er nog weinig zicht gekomen op zijn netwerk, omdat hij daar niet open over is. Ondanks de zorgen die er zijn over de ontwikkeling van [verdachte (voornaam)] , vindt zijn toezichthouder de voorwaardelijke PIJ-maatregel op dit moment niet passend.
Toerekenbaarheid
De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde, op basis van de adviezen van de psychiater en psycholoog, volledig aan [verdachte (voornaam)] toe te rekenen is. De rechtbank zal daar bij de strafoplegging rekening mee houden.
De op te leggen straf
Alles afwegende zal de rechtbank een jeugddetentie opleggen voor de duur van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank is hierbij uitgegaan van een voorarrest van 48 dagen. Dit betekent dat [verdachte (voornaam)] nog ruim drie maanden terug moet naar de jeugdgevangenis.
De rechtbank is van oordeel dat door oplegging van een deels voorwaardelijke jeugddetentie recht wordt gedaan aan de ernst van het bewezenverklaarde. Omdat het bewezenverklaarde volledig aan [verdachte (voornaam)] kan worden toegerekend, hij de overvallen samen met anderen heeft gepleegd, een belangrijke en aansturende rol heeft gehad bij de voorbereiding van de overvallen, moet [verdachte (voornaam)] terug naar de jeugdgevangenis. De rechtbank volgt niet het advies van de Raad om de duur van de onvoorwaardelijke jeugddetentie te beperken tot de duur van het voorarrest. Dat zou betekenen dat [verdachte (voornaam)] een onvoorwaardelijke jeugddetentie van slechts 48 dagen zou krijgen. Dat staat niet in verhouding tot de straffen die de medeverdachten hebben gekregen en staat ook niet in verhouding tot de coördinerende rol die [verdachte (voornaam)] bij de beide overvallen heeft gehad. De rechtbank onderkent dat het voor [verdachte (voornaam)] grote gevolgen heeft dat hij nu opnieuw naar de jeugdgevangenis moet, maar bij dit soort ernstige misdrijven hoort een flinke straf, ook in het jeugdstrafrecht.
Een gedeelte van de jeugddetentie zal de rechtbank voorwaardelijk opleggen als stok achter de deur om [verdachte (voornaam)] ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen. Daarbij acht de rechtbank het op grond van wat hiervoor is beschreven over de persoonlijke omstandigheden en de benodigde behandeling noodzakelijk dat aan [verdachte (voornaam)] de bijzondere voorwaarden worden opgelegd zoals hierna geformuleerd.
De rechtbank heeft de door de psycholoog geadviseerde voorwaardelijke PIJ-maatregel in overweging genomen, maar acht het opleggen van dat kader op dit moment niet proportioneel. De rechtbank volgt de adviezen van de deskundigen wat betreft de noodzaak [verdachte (voornaam)] intensief te behandelen en begeleiden om het recidivegevaar te beperken, maar ziet een alternatief, lichter, kader (jeugddetentie met voorwaarden) mogelijk om het gedrag van [verdachte (voornaam)] te beïnvloeden en het gevaar voor de maatschappij af te wenden.

8.Vordering benadeelde partij

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 7.959,71. Dit bedrag bestaat uit € 4.959,71 materiële schade en € 3.000,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan [verdachte (voornaam)] onder 1 primair ten laste gelegde feit.
[naam 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.063,59. Dit bedrag bestaat uit € 63,59 materiële schade en € 3.000,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan [verdachte (voornaam)] onder 5 primair ten laste gelegde feit.
8.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen integraal en hoofdelijk moeten worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De advocaat van [verdachte (voornaam)] heeft verzocht benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk te verklaren nu de vordering niet is onderbouwd op zitting en een nadere onderbouwing het strafproces onevenredig zou belasten, zeker gelet op het feit dat de vordering op de dag van de zitting is ingediend en in totaal 72 pagina’s beslaat.
De advocaat van [verdachte (voornaam)] heeft primair verzocht benadeelde partij [naam 1] niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de advocaat van [verdachte (voornaam)] verzocht de vordering bij een bewezenverklaring toe te wijzen.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
De vordering van [slachtoffer 2]
De behandeling van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal [slachtoffer 2] daarom niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Op grond van artikel 334 Wetboek Pro van Strafvordering mag de benadeelde partij haar vordering indienen tot het requisitoir. Dat betekent echter niet dat de rechtbank in alle gevallen ook moet overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van die vordering of dat van de verdediging verwacht kan worden daar altijd zonder (voldoende) voorbereidingstijd op te reageren.
De vordering van [slachtoffer 2] is op de dag van de inhoudelijke behandeling aan de rechtbank en partijen verstrekt. De rechtbank merkt op dat het niet ongebruikelijk is dat de vordering van de benadeelde partij de dag voor of de dag van de inhoudelijke behandeling wordt ingediend. De rechtbank is echter van oordeel dat het in dit geval eerder had kunnen geschieden. De aard en omvang van de (gestelde) geleden schade was ook al geruime tijd bekend.
De vordering bestaat uit 72 pagina’s. De rechtbank acht het onredelijk om van de verdediging te verwachten dat zij in zo’n korte tijd de vordering niet alleen kan voorbereiden ter verdediging, maar ook met [verdachte (voornaam)] kan bespreken. De rechtbank acht het onevenredig belastend om de zaak aan te houden zodat de verdediging zich alsnog adequaat kan voorbereiden op de vordering.
Omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van [verdachte (voornaam)] worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
De vordering van [naam 1]
De gevorderde materiële schade van € 63,59 bestaat uit medische kosten. Deze kosten zijn voldoende onderbouwd en namens [verdachte (voornaam)] niet betwist. De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de overval op de juwelier in [plaats 2] (parketnummer
15.086523.25).De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe.
Vergoeding van immateriële schade is mogelijk als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door de door de verdachte gepleegde strafbare feiten geestelijk letsel heeft opgelopen. Uit de door de benadeelde partij overgelegde stukken blijkt dat zij psychologische behandeling nodig had. Gelet op soortgelijke zaken is de rechtbank van oordeel dat het gevorderde bedrag van € 3.000,- billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom toe.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 19 maart 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
Omdat de vordering wordt toegewezen, zal [verdachte (voornaam)] worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt [verdachte (voornaam)] veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
Omdat [verdachte (voornaam)] het onder 5 primair ten laste gelegde waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk (artikel 6:102 van Pro het Burgerlijk Wetboek). Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat [verdachte (voornaam)] , voor zover de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij hebben betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Schadevergoedingsmaatregel
Omdat [verdachte (voornaam)] ten opzichte van de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht en [verdachte (voornaam)] voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan [verdachte (voornaam)] hoofdelijk de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.063,59 ten behoeve van [naam 1] , vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 maart 2025 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan. Gelet op de jeugdige leeftijd van [verdachte (voornaam)] zal geen gijzeling worden toegepast.

9.Vordering tenuitvoerlegging

9.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging toe te wijzen.
9.2
Het standpunt van de verdediging
De advocaat van [verdachte (voornaam)] heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging toe te wijzen en de jeugddetentie om te zetten naar een taakstraf in de vorm van een werkstraf.
9.3
Het oordeel van de rechtbank
Deze rechtbank heeft [verdachte (voornaam)] op 14 november 2023 onder andere veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 42 dagen met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank is van oordeel dat de vordering tenuitvoerlegging moet worden toegewezen. [verdachte (voornaam)] heeft zich binnen de proeftijd namelijk opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank zal daarbij bepalen dat de opgelegde jeugddetentie van 42 dagen zal worden omgezet in een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 84 uren.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen
  • 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en
  • 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 primair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld;
- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt [verdachte (voornaam)] daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 primair bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart [verdachte (voornaam)] strafbaar;
Oplegging straf
- veroordeelt [verdachte (voornaam)] tot een
jeugddetentie van 15 (vijftien) maanden;
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte (voornaam)] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de jeugddetentie
een gedeelte van 10 (tien) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte (voornaam)] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- als voorwaarden gelden dat [verdachte (voornaam)] :
  • zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte (voornaam)] gedurende de proeftijd:
  • zal meewerken aan een plaatsing bij [instelling 1] in [plaats 3] of een soortgelijke instelling en zal zich houden aan de regels en afspraken die gelden bij deze instelling, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;
  • zal meewerken aan aanvullende begeleiding indien de jeugdreclassering dit nodig acht;
  • zal meewerken aan behandeling van topzorg van [instelling 2] of een soortgelijke instelling, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;
  • zal meewerken aan het verkrijgen en behouden van positieve dagbesteding in de vorm van school, werk en/of stage;
  • op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal hebben met:
- [medeverdachte 1] (geboren op [2006] te [geboorteplaats 2] );
- [medeverdachte 3] (geboren op [2006] te [geboorteplaats 4] );
- [medeverdachte 2] (geboren op [2008] te [..] );
- [naam 2] (geboren op [2010] te [geboorteplaats 3] , Eritrea);
- [naam 3] (geboren op [2009] te [geboorteplaats 1] ),
zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht. De politie ziet toe op handhaving van dit verbod;
- waarbij aan de gecertificeerde instelling, te weten SAVE te [plaats 5] , opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en [verdachte (voornaam)] ten behoeve daarvan te begeleiden;
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] (16.141366.25)
  • verklaart benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
  • compenseert de proceskosten van benadeelde partij [slachtoffer 2] en [verdachte (voornaam)] , in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.
Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [naam 1] (15.086523.25)
  • wijst de vordering van benadeelde partij [naam 1] toe tot een bedrag van € 3.063,59 bestaande uit € 63,59 materiële schade en € 3.000,00 immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2025 tot de dag van volledige betaling;
  • veroordeelt [verdachte (voornaam)] hoofdelijk met de medeverdachten tot betaling aan benadeelde partij [naam 1] van het toegewezen bedrag en legt [verdachte (voornaam)] de verplichting op ten behoeve van [naam 1] aan de Staat € 3.063,59 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 maart 2025 tot de dag van volledige betaling. Bij niet betaling zal geen gijzeling worden toegepast;
  • bepaalt dat [verdachte (voornaam)] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
  • veroordeelt [verdachte (voornaam)] ook hoofdelijk met de medeverdachten in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer 16.124390.23
  • wijst de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 16.124390.23 toe;
  • gelast de tenuitvoerlegging van de door de meervoudige kamer in de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 14 november 2023 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 42 dagen;
  • bepaalt dat [verdachte (voornaam)] in plaats van de jeugddetentie een taakstraf in de vorm van een werkstraf dient te verrichten voor de duur van 84 uren;
  • beveelt dat voor het geval [verdachte (voornaam)] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht, de werkstraf wordt vervangen door 42 dagen jeugddetentie.
Bijlage 1: de tenlastelegging
Aan [verdachte (voornaam)] wordt ten laste gelegd dat:

1 primair: hij op of omstreeks 7 maart 2025 te [plaats 1] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [juwelier 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- met donkere en/of gezichtsbedekkende kleding de winkel van [juwelier 1] te betreden en/of
- (een) (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp) te richten naar/op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of
- met een hamer, in elk geval een zwaar en/of hard voorwerp, vitrines kapot te slaan en/of te openen en/of
- sieraden te pakken en/of in een tas te stoppen en/of mee te nemen en/of
- de loop van (een) (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp) te richten naar/op, in elk geval te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of een of meer andere onbekend gebleven personen en/of
- (daarbij) de woorden toe te voegen "schieten" en/of "schiet maar", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,
subsidiair:
[naam 3] en/of [naam 2] op of omstreeks 7 maart 2025 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [juwelier 1] , in elk geval aan een ander dan aan die [naam 3] en/of [naam 2] en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door
- met donkere en/of gezichtsbedekkende kleding de winkel van [juwelier 1] te betreden en/of
- (een) (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp) te richten naar/op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of
- met een hamer, in elk geval een zwaar en/of hard voorwerp, vitrines kapot te slaan en/of te openen en/of
- sieraden te pakken en/of in een tas te stoppen en/of mee te nemen en/of
- de loop van (een) (op een) vuurwapen(s) (gelijkend voorwerp) te richten naar/op, in elk geval te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of een of meer andere onbekend gebleven personen en/of
- (daarbij) de woorden toe te voegen "schieten" en/of "schiet maar", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

welk strafbaar feit hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 6 tot en met 7 maart 2025 te [plaats 1] en/of [plaats 5] en/of [plaats 4] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, immers heeft hij met/bij/aan die [naam 3] en/of [naam 2] meermalen, althans eenmaal,

- een opdracht gegeven tot het plegen van een diefstal met geweld en/of
- gevraagd of die [naam 3] en/of [naam 2] 'fit' waren en/of
- een ontmoeting (in [plaats 4] en [plaats 1] ) te initiëren en/of
- aanwezig te zijn bij (een) ontmoeting(en) voorafgaand aan de gewapende overval met die [naam 3] en/of [naam 2] en/of
- een hamer en/of moker en/of een vuurwapen geleverd aan die [naam 3] en/of [naam 2] en/of
- een telefoon van die [naam 2] bewaard en/of verschaft,
2: hij op of omstreeks 7 maart 2025 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten (een naar scherpschietend omgebouwd) (alarm)pistool, van het merk Bruni, type model mini GAP, kaliber 8mmK, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool
en/of munitie van categorie III van de Wet Wapens en munitie, te weten twee (naar scherpe projectielen omgebouwde) (knal)patronen/ stalen rondkogels, voorhanden heeft gehad,
3: hij op of omstreeks 9 april 2025 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging, althans alleen, een wapen van categorie III, onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten een (semi-automatisch) alarmpistool merk Bruni BBM model New Police kaliber 8mm en/of munitie van categorie III, te weten drie knalpatronen en/of 41 scherpe knalpatronen, in elk geval munitie, voorhanden heeft gehad,
4: hij op of omstreeks 17 maart 2025 te [plaats 5] en/of [plaats 2] en/of [plaats 1] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een gouden ketting, althans een sieraad, althans enig goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof,

5 primair: hij op of omstreeks 19 maart 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, diverse sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [juwelier 2] (juwelier), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een medewerker van [juwelier 2] , te weten [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of

gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- in het donker gekleed en/of met gezichtsbedekking op de juwelier binnen te komen/rennen en/of
- (daarbij) een hamer, althans een dergelijk (slag)voorwerp, te tonen en/of
- met voorgenoemde hamer, althans een dergelijk (slag)voorwerp, een of meerdere

keren op de vitrines te slaan en/of

- (vervolgens) diverse sieraden uit de stuk geslagen vitrines te pakken en/of
- (met de weggenomen sieraden) de juwelier te verlaten en/of
- met een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de hand te

wachten met een fatbike voor de juwelier en/of

- het wapen door te laden voor de juwelier en/of
- met de mededader te vluchten op de fatbike met de weggenomen sieraden;
subsidiair:
hij op of omstreeks 19 maart 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, diverse sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [juwelier 2] (juwelier), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een medewerker van [juwelier 2] , te weten [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of
gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- in het donker gekleed en/of met gezichtsbedekking op de juwelier binnen te komen/rennen en/of
- (daarbij) een hamer, althans een dergelijk (slag)voorwerp, te tonen en/of
- met voorgenoemde hamer, althans een dergelijk (slag)voorwerp, een of meerdere keren op de vitrines te slaan en/of
- (vervolgens) diverse sieraden uit de stuk geslagen vitrines te pakken en/of
- (met de weggenomen sieraden) de juwelier te verlaten en/of
- met een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de hand te wachten met een fatbike voor de juwelier en/of
- het wapen door te laden voor de juwelier en/of
- met de mededader te vluchten op de fatbike met de weggenomen sieraden;

welk strafbaar feit hij, verdachte, in of omstreeks 19 maart 2025 te [plaats 2] en/of [plaats 1] en/of [plaats 5] en/of [plaats 4] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, immers heeft hij met/bij/aan die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] meermalen, althans eenmaal,

- (telefonisch) contact onderhouden en/of
- een ontmoeting geïnitieerd en/of aanwezig geweest zijn bij (een) ontmoeting(en) met de mededaders voorafgaand en na afloop van de gewapende overval en/of
- instructies gegeven hoe de overval moest worden gepleegd en/of
- de verdeling van de buit heeft geregeld en/of
- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) geleverd/verschaft;
meer subsidiair:
[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 19 maart 2025 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, diverse sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [juwelier 2] (juwelier), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen een medewerker van [juwelier 2] , te weten [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door
- in het donker gekleed en/of met gezichtsbedekking op de juwelier binnen te komen/rennen en/of
- (daarbij) een hamer, althans een dergelijk (slag)voorwerp, te tonen en/of
- met voorgenoemde hamer, althans een dergelijk (slag)voorwerp, een of meerdere keren op de vitrines te slaan en/of
- (vervolgens) diverse sieraden uit de stuk geslagen vitrines te pakken en/of
- (met de weggenomen sieraden) de juwelier te verlaten en/of
- met een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de hand te wachten met een fatbike voor de juwelier en/of
- het wapen door te laden voor de juwelier en/of
- met de mededader te vluchten op de fatbike met de weggenomen sieraden,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 18 maart 2025 tot en met 19 maart 2025 te [plaats 2] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- (telefonisch) contact te onderhouden met die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of
- een ontmoeting te initiëren en/of aanwezig te zijn bij (een) ontmoeting(en) met de mededaders voorafgaand en na afloop van de gewapende overval en/of
- instructies te geven hoe de overval moest worden gepleegd en/of
- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) te leveren/verschaffen.
Bijlage 2: de bewijsmiddelen van feit 5 primair(medeplegen overval [juwelier 2] in [plaats 2] ) [3]
1. Een
proces-verbaal van bevindingen, houdende een omschrijving van de camerabeelden van de overval op [juwelier 2] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 19 maart 2025 vond er een gewapende overval plaats bij de juwelierswinkel [juwelier 2] gevestigd te [plaats 2] .
Op de beelden van 19 maart 2025 is onder andere te zien dat:
- er om ongeveer 17:22 uur een fatbike met hierop twee mannen komt aangereden en dat degene die achterop zat de winkel in rent. Deze man draagt witte handschoenen. In zijn rechterhand heeft hij een hamer vast en in zijn linkerhand heeft hij een rode plastic tas van de Vomar vast;
- deze man naar de achterzijde van de winkel rent, daar een vitrine met de hamer kapot slaat en met zijn linkerhand spullen in de plastic tas stopt;
- deze man naar een andere vitrine loopt en deze probeert kapot te slaan met de hamer, wat niet lukt;
- deze man daarna naar een andere vitrine loopt, deze met de hamer kapot slaat en spullen in de tas stopt;
- deze man hierna richting de uitgang rent, achterop de fatbike stapt. Vervolgens rijdt de fatbike weg.
Doorzoeking woning [adres 2] te [plaats 2]Door een getuige is gezien dat de twee mogelijke verdachten van de overval de woning gelegen aan de [adres 2] te [plaats 2] binnen zijn gelopen. Deze woning is op 19 maart 2025 omstreeks 20:31 uur door politiemedewerkers doorzocht. Er werd onder andere een rode plastic tas van de Vomar met daaronder een hamer aangetroffen. Op de beelden van [juwelier 2] is te zien dat een man met een hamer vitrines kapot. Deze hamer heeft een steel met een zwarte onderkant en een blauwe bovenkant. De in de woning aangetroffen hamer is een soortgelijke hamer. Tevens werd een soortgelijke fatbike die tijdens de overval is gebruikt, in de hal van de woning aangetroffen met links naast het zadel de term “ [.] ”. [4]
2. Een
proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
De aangehouden verdachten in de woning aan de [adres 2] te [plaats 2] zijn genaamd:
[verdachte] en [medeverdachte 2] .
In de kledingkast in de slaapkamer van [medeverdachte 3] zag ik dat een stapel kleding rommelig op elkaar lag. Toen ik een deel van deze stapel wegtilde, zag ik een zwartkleurig vuurwapen liggen. In het vuurwapen zat een patroonhouder. [5]
3. Een
proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte, houdende de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Je bent aangehouden voor een overval op de [juwelier 2] in [plaats 2] op 19 maart 2025. Wat wil je ons hierover vertellen?
A: Dat ik erbij betrokken ben geweest. De ochtend voor de overval was ik in [plaats 3] en werd ik gebeld door een kennis. Hij vroeg: “Wil je geld verdienen?” Ik zei: “Ja, hoeveel?” Hij zei: “€ 60.000.” Ik schrok van dat bedrag en zei: “Ja, wat moet ik ervoor doen?”. Hij zei: “Een overval plegen.” Ik zei dat ik erover na zou denken en het zou laten weten. Ik heb later teruggebeld en gezegd dat ik het wilde doen. Ik kreeg een adres doorgestuurd en ben daar naartoe gegaan. Dat was het adres waar de spullen ook zijn aangetroffen. Daar kreeg ik toen een wapen in mijn handen gedrukt en ze zeiden: “Die andere jongen doet de rest.”
V: Je zei dat je € 60.000 werd aangeboden voor een klus. Je bent daarop ingegaan zonder dat je wist wat die klus inhield. Had je een idee wat het zou kunnen zijn?
A: Nee, eigenlijk niet. Dat werd mee later pas verteld.
V: Door wie?
A: Door de medeverdachte die dezelfde dag is aangehouden. Dat is [verdachte] .
V: Het idee om de [juwelier 2] te overvallen kwam bij degene die jou belde vandaan?
A: Voor zover ik weet kwam dat bij [verdachte] vandaan.
V: Van wie kreeg je het vuurwapen?
A: Van [verdachte] .
V: Gaf hij daarbij nog instructies?
A: Hij zei iets van: “Zo werkt het ongeveer.” Hij zei ook: “Je hoeft hem niet te gebruiken, je hoeft alleen te laten zien dat je hem hebt en de medeverdachte doet de rest.”
V: Wie had jou verteld dat het geld verdeeld zou worden?
A: [verdachte] .
V: Wat was afgesproken over de buit?
A: Mij is alleen verteld dat één van de twee een Joodse juwelier kende die ons geld ervoor zou kunnen geven. Dat was volgens mij [verdachte] . [6]
4. Een
proces-verbaal van bevindingen, houdende een analyse van de telefoon van [verdachte (voornaam)] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
In de telefoon van [verdachte] worden onder meer screenshots van diverse wapens op zijn telefoon aangetroffen. Daarnaast heeft hij:
- op een onbekend moment gezocht naar de goudprijs voor 14 en 18 karaat goud;
- op 18 maart een Snapchat gesprek met [medeverdachte 3] dat hij (naar hem) onderweg is.
- op 18 maart met iemand een Snapchat gesprek waarin hij vraagt “Gaan we naar [plaats 2] ?” en “Heb koper”;
- op 18 maart met iemand een Snapchat gesprek gehad waarin hij vraagt of diegene “fit voor werk” is. Die persoon antwoordt met “gelijkwaardig gewoon jij komt met opdracht ik voer uit.” En: “dat hangt er echt vanaf wat voor jobs je hebt man en wat het loont.”;
- op zijn telefoon een video van 18 maart waarop hijzelf in de woning van [medeverdachte 3] te zien is;
- op 19 maart meerdere keren [medeverdachte 3] gebeld (tussen 10:46 uur en 13:22 uur);
- op 19 maart om 12:13 uur gezocht op “ [juwelier 2] [plaats 2] ”. [7]

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2025240752, doorgenummerd pagina’s 1 t/m 126. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2.Uit
3.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL1100-2025060223, doorgenummerd pagina’s 1 t/m 255. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
4.Pagina’s 53 t/m 60.
5.Pagina 77.
6.Pagina’s 233 en 234.
7.Pagina’s 105 t/m 114.