ECLI:NL:RBMNE:2026:3319

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/4565
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens tijdige besluitvorming

Verzoekster had op 24 juni 2025 beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat zij meende dat niet tijdig op haar verzoek was beslist. Echter, op 1 oktober 2024 was al een besluit genomen door verweerder. Nadat verzoekster hiervan op de hoogte was geraakt, trok zij het beroep in en verzocht zij om vergoeding van haar proceskosten.

Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding. De rechtbank concludeert hieruit dat verweerder geen bezwaar heeft tegen vergoeding. Tevens is niet gebleken dat het besluit van 1 oktober 2024 op juiste wijze aan verzoekster is verzonden voordat het beroep werd ingediend.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 467,-, gebaseerd op de puntentelling uit het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoekster. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat de rechtbank voldoende informatie had om het verzoek te beoordelen.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4565

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. I. van Baaren),
en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van 24 juni 2025 dat verzoekster heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek.
Op 1 oktober 2024 had verweerder al een besluit genomen.
Verzoekster heeft, nadat zij op de hoogte raakte van het besluit van 1 oktober 2024, het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd van haar proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster. De rechtbank leidt hieruit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden. Uit het dossier volgt ook niet dat het besluit van 1 oktober 2024 op juiste wijze aan verzoekster is verzonden, voordat zij het beroep niet tijdig indiende.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen daarom vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.