Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord voor de rol van 5 november 2025,
- het e-mailbericht van [gedaagde] van 8 april 2026 waarin hij meldt dat hij niet naar de zitting zal komen.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 14 november 2023 sloten partijen een geldleningsovereenkomst waarbij eiseres €12.000 aan gedaagde verstrekte, met een overeengekomen commissie van €6.000. Gedaagde zou het totaalbedrag van €18.000 vóór 15 januari 2024 terugbetalen, wat niet gebeurde.
Gedaagde betwistte de overeenkomst op grond van misbruik van omstandigheden en onredelijkheid van de commissie, maar de kantonrechter oordeelde dat gedaagde weloverwogen handelde en dat de commissie niet onredelijk was. De psychische kwetsbaarheid van gedaagde werd erkend, maar had geen invloed op zijn handelingsbekwaamheid bij het sluiten van de overeenkomst.
De rechtbank wees het verzoek tot vernietiging van de overeenkomst en matiging van de commissie af. Ook het verzoek om een betalingsregeling kon niet worden ingewilligd omdat de kantonrechter daar niet toe bevoegd is. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €18.000 plus wettelijke rente vanaf 15 januari 2024 en tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van €18.000 plus wettelijke rente en proceskosten.