ECLI:NL:RBMNE:2026:3302

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
UTR 25/3154
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens vertraagde besluitvorming

Verzoeker heeft op 16 mei 2025 beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist omdat verweerder niet tijdig had beslist op zijn bezwaar van 20 december 2024. Op 8 juli 2025 heeft verweerder alsnog een besluit genomen waarin het eerdere besluit van 12 november 2024 werd gehandhaafd. Hierna heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.

De rechtbank heeft het verzoek tot vergoeding van proceskosten beoordeeld zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, omdat zij voldoende informatie had. Op grond van de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank proceskosten toewijzen als het beroep is ingetrokken vanwege tegemoetkoming door het bestuursorgaan.

Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het betalen van de proceskosten. De rechtbank heeft de proceskosten vastgesteld op €467,-, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €934,- en een wegingsfactor van 0,5. Daarnaast is verweerder verplicht het griffierecht van €194,- te vergoeden. De uitspraak is op 10 juni 2026 in het openbaar gedaan door rechter J. Wolbrink.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €467,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep wegens vertraagde besluitvorming.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3154

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. C.R. Jansen),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van 16 mei 2025 dat verzoeker heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 20 december 2024.
Op 8 juli 2025 heeft verweerder een alsnog een besluit genomen waarin hij het besluit van
12 november 2024 in stand laat.
Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 28 augustus 2025 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft op 28 augustus 2025 gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op
€ 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).
5. Uit het bepaalde in artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoeker zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.