Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. J.P. Jansen;
- de advocaat van de verdachte: mr. K.I.E. Lammers (hierna: de advocaat).
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
- de verklaring van de verdachte afgelegd ter zitting van 1 juni 2026;
- de aangifte van [slachtoffer] ;
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en/of maatregel
- meldplicht bij de reclassering;
- gedragsinterventie middelengebruik;
- ambulante behandeling;
- dagbesteding;
- beheersing middelengebruik.
6.Toegepaste wetsartikelen
7.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
150 dagen;
47 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 jaren vast;