Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de Dienst Toeslagen om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen te weigeren. Na de beslissing op bezwaar heeft verzoekster het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.
De rechtbank beoordeelt het verzoek zonder zitting, omdat voldoende informatie beschikbaar is. Verweerder heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelt vast dat verweerder verzoekster als gedupeerde heeft aangemerkt, waarmee tegemoet is gekomen aan verzoekster.
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten. Daarnaast is verweerder verplicht het griffierecht van € 51,- te vergoeden. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 12 juni 2026.