Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3262

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
14 juni 2026
Zaaknummer
12073655 \ MC EXPL 26-480
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande facturen voor vloerkleed en make-up spiegel

In deze civiele procedure vordert Bol.com betaling van een restantbedrag van €162,10 voor een vloerkleed en een make-up spiegel die gedaagde in december 2023 bij een externe verkoper via Bol.com heeft gekocht. Gedaagde erkent de hoofdsom en incassokosten, maar betwist de proceskosten en de gevorderde rente.

De kantonrechter stelt vast dat Bol.com heeft voldaan aan de essentiële informatieverplichtingen uit de artikelen 6:230m en 6:230v BW. Gedaagde heeft de hoofdsom niet betwist, waardoor deze wordt toegewezen. De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat Bol.com een niet toepasselijke, te recente versie van de algemene voorwaarden heeft overgelegd.

Gedaagde voert verweer tegen de proceskosten, onder meer over een betalingsregeling die door haar moeder zou zijn aangevraagd en communicatieproblemen met GGN Mastering Credit B.V. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat zij niet zelf de regeling heeft afgesloten en dat zij nalatig is geweest in het opvolgen van correspondentie. Daarom worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag en de proceskosten, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande factuurbedrag en proceskosten, rente en incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12073655 \ MC EXPL 26-480
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
BOL.COM B.V., (mede) handelend onder de namen BOL.COM, BOL. en BOL,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Bol,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 januari 2026 met producties 1 tot en met 22;
- de conclusie van antwoord met bijlagen;
- de akte van Bol;
- de antwoordakte van [gedaagde] met een bijlage.
1.2
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.

2.De kern van de zaak

2.1
Deze zaak gaat over een vloerkleed en een make-up spiegel die [gedaagde] volgens Bol via de website van Bol in december 2023 heeft gekocht bij een externe verkoper. De kosten voor het vloerkleed en de make-up spiegel waren respectievelijk € 99,95 en € 109,95.
Bol heeft [gedaagde] daarvoor facturen gezonden. [gedaagde] heeft de facturen niet volledig betaald. Bol vordert daarom in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het restant van de facturen van in totaal € 162,10, met rente en kosten, aan haar te betalen. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van het restant van de facturen en de buitengerechtelijke incassokosten niet betwist, maar is het niet eens met de bijkomende kosten (proceskosten).
2.2
De kantonrechter geeft Bol grotendeels gelijk. [gedaagde] moet het restant van de facturen en de proceskosten aan Bol betalen.

3.De beoordeling

Ambtshalve toetsing van de informatieverplichtingen en de algemene voorwaarden

Bol heeft voldaan aan de essentiële informatieverplichtingen
3.1
[gedaagde] heeft een vloerkleed en een make-up spiegel (hierna: de producten) gekocht, ontvangen en gehouden. Daarom moet [gedaagde] de volledige afgesproken koopsommen van de producten betalen.
3.2
Dat zou alleen anders kunnen zijn als essentiële informatieplichten zouden zijn geschonden, maar dat is niet het geval: in deze procedure zijn de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing en de kantonrechter constateert dat de essentiële informatieplichten die in deze wetsartikelen zijn opgenomen, zijn nageleefd. Daarom heeft Bol recht op het volledige openstaande bedrag aan koopsommen.
[gedaagde] moet de gevorderde hoofdsom betalen
3.3
[gedaagde] heeft de verschuldigdheid en de hoogte van de gevorderde hoofdsom van
€ 162,10 niet betwist. De gevorderde hoofdsom wordt als niet weersproken dan ook toegewezen.
[gedaagde] hoeft de rente en buitengerechtelijke incassokosten niet te betalen
3.4
Bol heeft ook rente en buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Of [gedaagde] ook rente en buitengerechtelijk incassokosten moet betalen, hangt af van wat daarover in de algemene voorwaarden staat. Er zijn verschillende algemene voorwaarden van toepassing, namelijk ‘
Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ en ‘
Voorwaarden koper verkoper zakelijk’. In artikel 15 van Pro de ‘
Voorwaarden koper verkoper zakelijk’ en artikel 6 van Pro de ‘
Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ zijn bedingen opgenomen over de vergoeding van rente en incassokosten.
3.5
De kantonrechter constateert dat Bol een te recente versie van de ‘
Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ heeft overgelegd, die nog niet bestond toen de overeenkomst werd gesloten, en die dus niet van toepassing kan zijn. De ‘
Algemene voorwaarden kopen bij andere verkopers’ zijn namelijk kennelijk van 23 april 2025, terwijl de aankoop van het vloerkleed op 12 december 2023 en de aankoop van de make-up spiegel op 11 december 2023 hebben plaatsgevonden. Daardoor kan de kantonrechter zijn ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren. Om die reden worden de gevorderde rente en incassokosten bij wijze van ambtshalve sanctie afgewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.6
[gedaagde] heeft verschillende redenen aangevoerd waarom zij het niet eens is met de bijkomende kosten. Deze aangevoerde redenen leiden echter niet tot het oordeel dat [gedaagde] de bijkomende kosten niet hoeft te betalen. De kantonrechter overweegt daartoe als volgt.
Geen reactie op de verzoeken om een betalingsregeling
3.7
Volgens [gedaagde] is de eerder getroffen regeling aangevraagd door haar moeder. Hierdoor was zij niet op de hoogte van de betalingsregeling. Anders had zij die
€ 25,00 per maand wel betaald. Zij vindt het ook tegen de privacywet dat iemand anders überhaupt namens haar een regeling kan afspreken. De kantonrechter gaat voorbij aan dit deel van het verweer van [gedaagde] en wel om het volgende.
3.8
Bol heeft gemotiveerd betwist dat de regeling niet door [gedaagde] zelf is afgesloten. Bol stelt dat het GGN na verificatie van de persoonsgegevens tijdens het betreffende telefoongesprek niet was gebleken dat het de moeder van [gedaagde] was die belde. Gelet op de betwisting van Bol had het op de weg van [gedaagde] gelegen om haar standpunt – dat haar moeder de betalingsregeling had aangevraagd – nader te onderbouwen door bijvoorbeeld een verklaring van haar moeder in te brengen. [gedaagde] heeft dat niet gedaan. Dat [gedaagde] de betalingsregeling niet zelf heeft aangevraagd is de kantonrechter dan ook onvoldoende gebleken.
Geen reactie op de verzoeken voor een betalingsregeling
3.9
[gedaagde] heeft nog aangevoerd dat zij nooit een reactie van GGN heeft ontvangen op haar verzoeken van 22 september 2025 en 4 november 2025 voor een (lagere) betalingsregeling. Ook dit verweer kan [gedaagde] niet baten en wel om het volgende.
3.1
Bol heeft gesteld – en is door [gedaagde] niet weersproken – dat de voornoemde e-mails zijn verzonden naar een no-reply emailadres van GGN. Omdat deze e-mails niet naar het juiste e-mailadres van GGN zijn gezonden, is daarom ook geen reactie op die e-mails gekomen. Op die e-mails is, anders dan [gedaagde] suggereert, ook geen automatische antwoord gezonden. De e-mails met een automatische antwoord zijn van begin 2026 en zien dan ook niet op de eerdere e-mails uit 2025. Daar komt bij dat [gedaagde] , toen zij geen reactie van GGN op haar e-mails kreeg, op een andere wijze contact met GGN had kunnen opnemen voor een betalingsregeling, maar dat heeft [gedaagde] (kennelijk) niet gedaan. Onduidelijk en onbegrijpelijk is waarom [gedaagde] dat niet heeft gedaan, nu [gedaagde] stelt groot belang te hebben bij een betalingsregeling.
Verkeerd e-mailadres en e-mails in de ongewenste email map
3.11
[gedaagde] heeft verder aangevoerd dat GGN de correspondentie naar een oud e-mailadres van haar heeft verzonden. Ook dit verweer van [gedaagde] kan haar niet baten en wel om het volgende.
3.12
Uit de stukken van [gedaagde] volgt dat [gedaagde] wel degelijk (een deel van) de correspondentie van GGN over de vordering heeft ontvangen. Dat [gedaagde] daarop vervolgens niet en/of niet adequaat reageert, komt voor haar rekening. Ook het feit dat de correspondentie van Bol en/of GGN in de ongewenste e-mailmap van [gedaagde] terecht is gekomen, is eveneens een omstandigheid die voor rekening van [gedaagde] blijft en Bol niet tegengeworpen kan worden.
De proceskosten
3.13
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bol worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
127,08
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
64,50
(1,5 punt × € 43,00)
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
352,08

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Bol tegen bewijs van kwijting te betalen € 162,10,
4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 352,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
HHt/37278