Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3257

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
14 juni 2026
Zaaknummer
C/16/598726 / HL RK 25-40
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15.43 Omgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking voorlopige schadeloosstelling onteigening bedrijf voor uitbreiding transformatorstation

In deze civiele zaak betreffende onteigening voor de uitbreiding van het transformatorstation te Breukelen heeft de rechtbank Midden-Nederland op 3 juni 2026 een tussenbeschikking gegeven over de voorlopige schadeloosstelling.

Verzoekster B.V. heeft een schadeloosstelling aangeboden aan belanghebbende sub 1 B.V. en WRK. Belanghebbende sub 1 heeft dit aanbod verworpen, terwijl WRK niet is verschenen. De rechtbank heeft op basis van de processtukken, de descente van 19 mei 2026 en de deskundigenrapporten geoordeeld dat het aanbod van verzoekster als uitgangspunt moet gelden voor de voorlopige schadeloosstelling.

Daarom is de voorlopige schadeloosstelling voor belanghebbende sub 1 vastgesteld op €2.760.000,- en voor WRK op nihil. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan in afwachting van de definitieve schadeloosstelling die door deskundigen zal worden begroot.

Uitkomst: De rechtbank stelt de voorlopige schadeloosstelling vast op €2.760.000 voor belanghebbende sub 1 en nihil voor WRK.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/598726 / HL RK 25-40
Beschikking van 3 juni 2026
in de zaak van
[verzoekster] B.V.,
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
tegen

1.[belanghebbende sub 1] B.V.,

te [plaats] ,
belanghebbende,
hierna te noemen: [belanghebbende sub 1] ,
advocaat: mr. C.F. van Helvoirt,

2.2. N.V. WATERTRANSPORTMAATSCHAPPIJ RIJN-KENNERMERLAND,

te Velserbroek,
belanghebbende,
hierna te noemen: WRK,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de tussenbeschikking van 23 oktober 2025 met de daarin genoemde processtukken;
- het proces-verbaal van de descente van 19 mei 2026;
- de nota’s voor deskundigen met bijlagen van [verzoekster] en [belanghebbende sub 1] .
1.2
Ten slotte is een datum voor deze tussenbeschikking bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1
Partijen hebben zich inmiddels uitgelaten over de door [verzoekster] in het verzoekschrift aangeboden schadeloosstelling. [belanghebbende sub 1] heeft dat aanbod verworpen. De rechtbank ziet echter in hetgeen daarover naar voren is gebracht en hetgeen de deskundigen tijdens de descente hebben opgemerkt geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat de voorlopige schadeloosstelling gelijk is aan het aanbod dat is gedaan bij het verzoekschrift (artikel 15.43 Ow).
2.2
De rechtbank zal de voorlopige schadeloosstelling voor [belanghebbende sub 1] daarom vaststellen op € 2.760.000,-.
2.3
WRK is niet verschenen. De voorlopige schadeloosstelling voor WRK wordt vastgesteld op nihil, zoals door [verzoekster] in het verzoekschrift is aangeboden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
stelt de voorlopige schadeloosstelling toekomende aan [belanghebbende sub 1] vast op
€ 2.760.000,00;
3.2
stelt de voorlopige schadeloosstelling toekomende aan WRK vast op
nihil;
3.3
houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van de begroting van de schadeloosstelling door de deskundigen.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
45353