Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:3251

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
14 juni 2026
Zaaknummer
12086200 \ MC EXPL 26-635
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:37 lid 3 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling zorgkostennota na gebitsreiniging met afwijzing incassokosten

Infomedics vordert betaling van een openstaande zorgkostennota van €42,52 na een tandheelkundige behandeling op 4 september 2025. De zorgverzekeraar vergoedde een deel, waardoor gedaagde het resterende bedrag moest voldoen. Gedaagde erkent de hoofdsom, maar betwist de bijkomende kosten zoals rente, incassokosten en proceskosten.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de hoofdsom en de wettelijke rente vanaf 2 maart 2026 moet betalen, omdat zij in verzuim is geraakt. Echter, de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten worden afgewezen omdat Infomedics niet heeft bewezen dat de correspondentie, waaronder de nota en aanmaningen, gedaagde daadwerkelijk heeft bereikt. Het gebruikte e-mailadres was onjuist en de per post verzonden aanmaningen zijn niet aantoonbaar ontvangen.

Hierdoor is gedaagde rauwelijks gedagvaard en heeft zij geen mogelijkheid gehad om de bijkomende kosten te voorkomen. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.

Uitkomst: Gedaagde moet de hoofdsom en wettelijke rente betalen, maar niet de incassokosten en proceskosten wegens niet-ontvangen correspondentie.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12086200 \ MC EXPL 26-635
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
INFOMEDICS B.V., mede handelend onder de namen INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 januari 2026 met producties 1 en 2;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek met productie 4;
- de conclusie van dupliek met bijlagen.
1.2
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.

2.Kern van de zaak

2.1
Deze zaak gaat over een onbetaalde zorgkostennota. Het gaat om de nota die Infomedics op 5 september 2025 aan [gedaagde] heeft gestuurd. Volgens de nota is [gedaagde] op 4 september 2025 bij [onderneming] (hierna: de tandarts) geweest voor een gebitsreiniging (hierna: een tandheelkundige behandeling). De kosten voor de tandheelkundige behandeling waren € 119,07. De zorgverzekeraar van [gedaagde] heeft een bedrag van € 76,55 vergoed, waardoor er nog een bedrag van € 42,52 resteerde, dat [gedaagde] moest betalen. Infomedics heeft de vordering op [gedaagde] – door cessie daarvan – van de tandarts overgenomen. [gedaagde] heeft de nota niet betaald. Infomedics wil dat [gedaagde] de nota van € 42,52 alsnog betaalt, met rente en kosten. [gedaagde] erkent de hoofdsom, maar heeft de bijkomende kosten (de rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten) betwist. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] alleen de hoofdsom, met rente, moet betalen en niet de bijkomende kosten.

3.De beoordeling

[gedaagde] moet de hoofdsom
3.1
[gedaagde] heeft op 4 september 2025 bij de tandarts een tandheelkundige behandeling ondergaan. Infomedics heeft – na vergoeding door de zorgverzekeraar van [gedaagde] – daarvoor € 42,52 bij [gedaagde] in rekening gebracht. [gedaagde] heeft niet weersproken dat zij dit moet betalen. De gevorderde hoofdsom van € 42,52 is dan ook toewijsbaar.
[gedaagde] moet de wettelijke rente betalen
3.2
[gedaagde] is te laat met het betalen van de nota. [gedaagde] is daarom de wettelijke rente over deze nota verschuldigd. Volgens Infomedics is de betaaltermijn 30 dagen vanaf datum rekening(en). In dit geval heeft [gedaagde] de nota van 5 september 2025 per e-mail niet van Infomedics ontvangen (hierna meer onder 3.4. en volgende). [gedaagde] is pas met de nota van Infomedics bekend geworden door de dagvaarding van 30 januari 2026. [gedaagde] heeft de nota vervolgens niet betaald. [gedaagde] is daarom vanaf 2 maart 2026 in verzuim. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 2 maart 2026 tot de volledige betaling.
[gedaagde] hoeft de bijkomende kosten (buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten) niet te betalen
3.3
[gedaagde] heeft de bijkomende kosten betwist. Volgens [gedaagde] heeft zij (voorafgaand de procedure) geen nota en aanmaningen van Infomedics per e-mail en/of per post ontvangen. Als zij wel eerder een nota en/of aanmaning zou hebben ontvangen, had zij de nota al betaald. Zij is het daarom niet eens met de bijkomende kosten. De kantonrechter begrijpt dit verweer zo dat [gedaagde] meent rauwelijks te zijn gedagvaard. Dit verweer van [gedaagde] slaagt en wel om het volgende.
3.4
Met toepassing van de zogenoemde ontvangsttheorie, zoals opgenomen in artikel 3:37 lid 3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), heeft een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring alleen werking wanneer ook vast staat dat die verklaring de betrokken persoon ook daadwerkelijk heeft bereikt. Als de ontvangst van de verklaring wordt betwist, moet de afzender feiten en omstandigheden te stellen – en zo nodig te bewijzen – waaruit volgt dat de verklaring door haar is verzonden naar een adres waarvan zij redelijkerwijs mocht aannemen dat de geadresseerde aldaar kon worden bereikt én dat de verklaring is aangekomen.
3.5
[gedaagde] heeft betwist dat Infomedics de nota en aanmaningen (hierna: de correspondentie) naar het juiste e-mailadres heeft verzonden. Infomedics heeft haar correspondentie namelijk verzonden naar het e-mailadres ‘
[e-mailadres 1]’, maar dat e-mailadres is incorrect. Het juiste e-mailadres van haar is ‘
[e-mailadres 2]’. Dat dit het juiste e-mailadres is en ook bekend is bij Infomedics en/of de tandarts volgt uit de eerdere correspondentie uit 2023, 2024 en 2025 tussen Infomedics en [gedaagde] en de tandarts en [gedaagde] (zie bijlagen bij de conclusie van dupliek), waarbij Infomedics en de tandarts voor de nota’s en de afspraakbevestiging dit e-mailadres – ‘
[e-mailadres 2]’ – hebben gebruikt. De correspondentie voor de nota in deze procedure hebben haar daardoor nooit bereikt. Tegenover deze gemotiveerde betwisting van [gedaagde] heeft Infomedics enkel gesteld dat zij de correspondentie naar het bij haar bekende e-mailadres ‘
[e-mailadres 1]’ heeft verzonden en dat zij voor de toegezonden correspondentie geen ‘
bounce melding’ heeft ontvangen, maar dat is onvoldoende. Het had op de weg van Infomedics gelegen om haar standpunt – dat het e-mailadres ‘
[e-mailadres 1]’ het juiste e-mailadres van [gedaagde] was/is en zij altijd via dat e-mailadres met elkaar hebben gecorrespondeerd – op dit punt nader te onderbouwen. Dat heeft Infomedics niet gedaan. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] voldoende onderbouwd dat haar ‘
[e-mailadres 2]’ is en niet ‘
[e-mailadres 1]’. Omdat Infomedics de correspondentie niet naar het juiste e-mailadres van [gedaagde] heeft verzonden, staat vast dat de correspondentie over de vordering in deze procedure, die
per e-mailzijn toegezonden, [gedaagde] nooit heeft bereikt.
3.6
Infomedics heeft nog gesteld dat haar incassogemachtigde CMIB (hierna: CMIB)
per postop 21 november 2025 en 19 december 2025 aanmaningen naar [gedaagde] heeft verzonden. [gedaagde] heeft echter betwist dat zij die aanmaningen van CMIB per post heeft ontvangen. Dat de twee aanmaningen van CMIB, die per post zouden zijn verzonden, [gedaagde] hebben bereikt en aldus door [gedaagde] zijn ontvangen, is de kantonrechter niet gebleken en ook niet door Infomedics onderbouwd. Als Infomedics (of CMIB) er zeker van had willen zijn dat haar berichten [gedaagde] bereiken, had zij de brieven aangetekend per post moeten versturen of via de mail met leesbevestiging moeten verzenden. Dit heeft Infomedics echter nagelaten, ook nadat zij geen reactie van [gedaagde] had ontvangen. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat de brieven, die CMIB
per postzou hebben verzonden, [gedaagde] hebben bereikt en door [gedaagde] zijn ontvangen.
3.7
Het voorgaande leidt er toe dat [gedaagde] rauwelijks is gedagvaard. [gedaagde] heeft daarom niet de gelegenheid gehad om de buitengerechtelijke incassokosten en de dagvaarding met bijkomende proceskosten te voorkomen. Niet uit te sluiten valt dat [gedaagde] , zoals zij heeft gesteld, de vordering betaald zou hebben als zij voorafgaand deze procedure wél de nota en/of aanmaning van Infomedics zou hebben ontvangen. Dan hadden de bijkomende kosten (buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten) in deze procedure eventueel voorkomen kunnen worden. De kantonrechter ziet daarom in de gegeven omstandigheden aanleiding om de kosten die daarmee samenhangen voor rekening van Infomedics te laten.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.8
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals gevorderd.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van het bedrag van € 42,52, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf 2 maart 2026 tot de volledige betaling,
4.2
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.3
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
HHt/32728