Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek met productie 4;
- de conclusie van dupliek met bijlagen.
2.Kern van de zaak
3.De beoordeling
[e-mailadres 1]’, maar dat e-mailadres is incorrect. Het juiste e-mailadres van haar is ‘
[e-mailadres 2]’. Dat dit het juiste e-mailadres is en ook bekend is bij Infomedics en/of de tandarts volgt uit de eerdere correspondentie uit 2023, 2024 en 2025 tussen Infomedics en [gedaagde] en de tandarts en [gedaagde] (zie bijlagen bij de conclusie van dupliek), waarbij Infomedics en de tandarts voor de nota’s en de afspraakbevestiging dit e-mailadres – ‘
[e-mailadres 2]’ – hebben gebruikt. De correspondentie voor de nota in deze procedure hebben haar daardoor nooit bereikt. Tegenover deze gemotiveerde betwisting van [gedaagde] heeft Infomedics enkel gesteld dat zij de correspondentie naar het bij haar bekende e-mailadres ‘
[e-mailadres 1]’ heeft verzonden en dat zij voor de toegezonden correspondentie geen ‘
bounce melding’ heeft ontvangen, maar dat is onvoldoende. Het had op de weg van Infomedics gelegen om haar standpunt – dat het e-mailadres ‘
[e-mailadres 1]’ het juiste e-mailadres van [gedaagde] was/is en zij altijd via dat e-mailadres met elkaar hebben gecorrespondeerd – op dit punt nader te onderbouwen. Dat heeft Infomedics niet gedaan. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] voldoende onderbouwd dat haar ‘
[e-mailadres 2]’ is en niet ‘
[e-mailadres 1]’. Omdat Infomedics de correspondentie niet naar het juiste e-mailadres van [gedaagde] heeft verzonden, staat vast dat de correspondentie over de vordering in deze procedure, die
per e-mailzijn toegezonden, [gedaagde] nooit heeft bereikt.
per postop 21 november 2025 en 19 december 2025 aanmaningen naar [gedaagde] heeft verzonden. [gedaagde] heeft echter betwist dat zij die aanmaningen van CMIB per post heeft ontvangen. Dat de twee aanmaningen van CMIB, die per post zouden zijn verzonden, [gedaagde] hebben bereikt en aldus door [gedaagde] zijn ontvangen, is de kantonrechter niet gebleken en ook niet door Infomedics onderbouwd. Als Infomedics (of CMIB) er zeker van had willen zijn dat haar berichten [gedaagde] bereiken, had zij de brieven aangetekend per post moeten versturen of via de mail met leesbevestiging moeten verzenden. Dit heeft Infomedics echter nagelaten, ook nadat zij geen reactie van [gedaagde] had ontvangen. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat de brieven, die CMIB
per postzou hebben verzonden, [gedaagde] hebben bereikt en door [gedaagde] zijn ontvangen.