AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verkeersongeval door afgeleid rijgedrag met telefoon en overschrijding snelheid
Op 25 maart 2025 veroorzaakte de verdachte een kettingbotsing op de A2 bij Abcoude door achterop een langzaam rijdende auto te botsen tijdens het invoegen. De verdachte was afgeleid door het gebruik van zijn telefoon, waaronder het typen en verzenden van WhatsApp-berichten vlak voor het ongeval, en reed met een snelheid tussen 94 en 102 km/u terwijl de matrixborden een maximumsnelheid van 50 km/u aangaven.
De rechtbank oordeelt dat de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld, wat heeft geleid tot letsel bij twee inzittenden van de aangereden auto. Hoewel sprake was van lichamelijk letsel, was dit niet juridisch zwaar genoeg om als zwaar lichamelijk letsel te kwalificeren. De verdachte wordt vrijgesproken van roekeloos rijgedrag.
De rechtbank legt een taakstraf van 150 uur op en een rijontzegging van 9 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De straf is lager dan geëist vanwege de kwalificatie van het gedrag. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder eerdere verkeersovertredingen en zijn situatie, zijn meegewogen bij de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 150 uur taakstraf en 9 maanden rijontzegging, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag met letsel tot gevolg.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/246397-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 11 juni 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1992] in [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres] in [woonplaats] ,
hierna: de verdachte.
1.Zitting
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 28 mei 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
de verdachte;
de advocaat van de verdachte: mr. L.R. Waaijer (hierna: de advocaat);
de officier van justitie: mr. F.A.M. Bouwhuis.
2.Tenlastelegging
Samengevat beschuldigt het Openbaar Ministerie de verdachte ervan dat hij op 25 maart 2025 in Utrecht:
primair:
als bestuurder van een auto zich roekeloos, of in elk geval zeer of aanmerkelijk
onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gedragen, waardoor een verkeersongeval heeft
plaatsgevonden en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht,
dan wel zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de
normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair:
als bestuurder van een auto zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor levensgevaar of gevaar voor lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3.Bewijs
3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het primaire tenlastegelegde heeft gepleegd. Voor wat betreft de mate van schuld stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het rijgedrag van de verdachte kan worden gekwalificeerd als roekeloos.
De standpunten van de officier van justitie worden, voor zover van belang voor de beoordeling, besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank de verdachte vrij te spreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde.
Primair ten laste gelegde feit
De advocaat stelt zich primair op het standpunt dat sprake is geweest van een noodlottige samenloop van omstandigheden en dat niet zonder meer kan worden vastgesteld dat de verdachte daadwerkelijk onoplettend is geweest. Subsidiair voert de advocaat aan dat een tijdelijk, kort moment van onoplettendheid in het verkeer niet zonder meer schuld in de zin van artikel 6 vanPro de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) oplevert. Van zeer onvoorzichtig rijgedrag (ernstige schuld) is volgens de advocaat geen sprake.
Subsidiair ten laste gelegde feit
Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit stelt de advocaat zich op het standpunt dat het verwijt dat zijn cliënt kan worden gemaakt de ondergrens van artikel 5 WVWPro, althans artikel 5a WVW, niet haalt.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden, voor zover van belang voor de beoordeling, hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen feit 1 primair
De rechtbank oordeelt dat het feit is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
Het verkeersongeval op 25 maart 2025
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen en wat op de zitting is besproken het volgende vast.
Op 25 maart 2025 vond er op de Rijksweg A2 ter hoogte van Abcoude (hectometerpaal 37.8) een kettingbotsing plaats. Bij dit verkeersongeval waren vier voertuigen betrokken, twee personenauto's (een Kia en een Ford), een bedrijfsauto (Volkswagen Transporter) en een vrachtauto.
Op de plek van het ongeval bestond de weg uit zes rijstroken, waarvan vier in de richting van Amsterdam en twee in de richting van de A9 naar Schiphol/Amstelveen. De verdachte reed in zijn bedrijfsauto (Volkswagen Transporter) over de A2 op rijstrook 4 en wilde de uitvoegstrook (rijstrook 5) oprijden in de richting van Schiphol/Amstelveen. Op de uitvoegstrook was op dat moment sprake van langzaam rijdend verkeer en filevorming. Verdachte is bij het invoegen ter hoogte van hectometerpaal 37.8 met zijn bedrijfsauto tegen de achterkant van de Kia gereden, waarna een kettingbotsing ontstond. De inzittenden van de Kia, te weten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , hebben door het verkeersongeval letsel opgelopen.
De omstandigheden waaronder het verkeersongeval heeft plaatsgevonden
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of verdachte schuld in strafrechtelijke zin (artikel 6 WVWPro) heeft gehad aan het ongeval. Voor de beantwoording van deze vraag moet volgens de rechtspraak van de Hoge Raad worden gekeken naar het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en naar de overige omstandigheden van het geval. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën van schuld, namelijk (in oplopende mate) aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend, zeer onvoorzichtig of onoplettend, en roekeloos rijgedrag.
De rechtbank stelt voorop dat het besturen van een bedrijfsauto in het algemeen voortdurende voorzichtigheid en oplettendheid van de bestuurder eist. In de verkeerssituatie in deze zaak mocht daarnaast extra voorzichtigheid van de verdachte worden verwacht. Toen de verdachte met zijn bedrijfsauto over de snelweg reed, was het namelijk druk en was er op de uitvoegstroken sprake van langzaam rijdend verkeer en uiteindelijk filevorming. Dat weggebruikers extra voorzichtig moesten zijn werd ook aangeven op de matrixborden boven de snelweg, waarop een verlaagde maximumsnelheid werd weergegeven. Daarbij komt dat de verdachte op zitting heeft verklaard dat hij reed in een gesloten bestelbus, waardoor hij geen gebruik kon maken van een binnenspiegel. Hij verklaarde ook dat hij tijdens het invoegen vlak achter een vrachtwagen reed die zijn zicht beperkte. Dat zijn allemaal redenen waarom verdachte tijdens het invoegen extra oplettend moest zijn.
De verdachte heeft zijn aandacht niet genoeg op de weg gehouden
Ondanks deze verkeerssituatie, die de nodige voorzichtigheid en oplettendheid van verdachte verlangde, heeft de verdachte tijdens het rijden zijn aandacht niet (genoeg) op de weg gehouden. De rechtbank zal dit hieronder toelichten.
De maximale snelheid op de Rijksweg A2 is onder normale omstandigheden 100 km/u, maar op 25 maart 2025 in de ochtend bevonden zich op ongeveer 415 en 105 meter voor het ongeval elektronische signaleringsborden met een aangepaste maximum snelheid. Uit het dossier volgt dat de matrixborden op rijstrook 4, de rijstrook van waaruit de verdachte naar rechts is ingevoegd, die dag vanaf 08:10:31 uur op beide locaties een maximumsnelheid van 70 km/u aangaven, afgewisseld met 50 km/u. De matrixborden van rijstrook 5, waar het verkeersongeval heeft plaatsgevonden, gaven vanaf hetzelfde tijdstip een maximumsnelheid van 50 km/u aan. Het elektronische signaleringsbord op 105 meter voor de plaats van het ongeval heeft vanaf dit tijdstip geen andere snelheid meer aangegeven dan 50 km/u.
Uit de pre crash data van de door de verdachte bestuurde bedrijfsauto kan worden opgemaakt dat zijn auto ongeveer vijf seconden voor de aanrijding een snelheid had van 102 km per uur en dat het rempedaal niet werd bediend. De geregistreerde snelheid nam in de vijf seconden daarna geleidelijk af tot 94 km/u waarna de botsing plaatsvond en het crash algoritme werd gestart . Gedurende de volledige vijf seconden voor de botsing werd geen bediening van het rempedaal geregistreerd en ook geen activiteit van het antiblokkeersysteem (ABS) of stabiliteitscontrole. Het stuur stond gedurende deze vijf seconden in een stuurhoek tussen de 0 en 4 graden (de rechtdoor stand).
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte al ongeveer 415 meter voor de plaats van het ongeval werd gewaarschuwd door de matrixborden. Op 105 meter voor het ongeval werd deze waarschuwing nogmaals herhaald. Desondanks heeft de verdachte zijn snelheid niet aangepast en zich niet gehouden aan de aangepaste maximumsnelheid. Ook heeft de verdachte niet op tijd gezien dat er op de invoegstrook een file was ontstaan en het verkeer hier langzaam reed of al stilstond. De verdachte is ondanks de matrixborden met een snelheidsbeperking van 50 kilometer per uur met een veel te hoge snelheid, namelijk met een snelheid tussen de 102 en 94 kilometer per uur, tegen de achterkant van de Kia voor hem gebotst.
De verdachte is langer dan een kort moment onoplettend geweest
De verdediging heeft subsidiair aangevoerd dat alleen sprake is geweest van een kort moment van onoplettendheid en dat dit onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van artikel 6 WVWPro te komen. De rechtbank volgt de verdediging hierin niet.
De politie heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van de telefoon van verdachte direct vóór het ongeval,. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de verdachte vanaf het moment dat hij die ochtend in de auto is gestapt (rond 09.05 uur) tot het moment van de botsing veelvuldig bezig is geweest met zijn telefoon. Zo heeft de verdachte tijdens het rijden betalingen verricht via de Knab bank app en heeft hij WhatsApp berichten getypt en verzonden. Ook enkele minuten voor het ongeluk heeft de verdachte diverse apps geopend en afgesloten, op safari dingen opgezocht, zijn e-mail bekeken en gebeld. Het ongeval heeft naar schatting kort tussen 09:30:45 en 09:31:05 uur heeft plaatsgevonden Slechts enkele seconden hiervoor, om 09:30:39 uur, was de verdachte nog bezig met het typen en verzenden van een Whatsappbericht.
Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat de verdachte door het langdurige en veelvuldige gebruik van zijn telefoon was afgeleid en daardoor volstrekt onvoldoende aandacht had voor het besturen van zijn bedrijfsauto en het verkeer om hem heen. Dit vindt steun in de door hem gereden snelheid, het feit dat hij niet op tijd heeft gezien dat het verkeer voor hem langzaam reed of al stilstond, en de omstandigheid dat hij voorafgaand aan de botsing niet heeft geremd of heeft geprobeerd om uit te wijken.
Gelet op het bovenstaande moet de verdachte voor een langere tijd afgeleid zijn geweest. Anders dan door de verdediging subsidiair is bepleit, is er dus geen sprake geweest van een kort moment van onoplettendheid.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 6 WVWPro
De rechtbank komt tot het oordeel dat de verdachte vanwege de hiervoor genoemde aard en de ernst van de verkeersfouten schuld aan het ongeval heeft gehad in de zin van artikel 6 WVWPro. Voor wat betreft de mate van schuld oordeelt de rechtbank dat het rijgedrag van de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend is geweest. Bij de in aanmerking te nemen omstandigheden van het geval acht de rechtbank de verkeerssituatie van belang zoals hiervoor omschreven, waarin van hem extra voorzichtigheid mocht worden verwacht, en wat hierboven is omschreven over het overschrijden van de maximumsnelheid en het gebruik van de telefoon van de verdachte kort voor het ongeval. Door met een dergelijke snelheid te rijden, terwijl de verdachte op dat moment handelingen verrichtte met zijn telefoon en hij daardoor volstrekt onvoldoende aandacht had voor het besturen van zijn bedrijfsauto en het verkeer om hem heen, heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank, zeer onvoorzichtig en onoplettend gehandeld.
De verdachte wordt vrijgesproken van roekeloos rijgedrag
Juridisch gezien kan het rijgedrag van de verdachte niet worden aangemerkt als roekeloos, zoals de officier van justitie stelt. Roekeloosheid is de zwaarste gradatie van schuld. Hiervan is sprake als iemand zich buitengewoon onvoorzichtig heeft gedragen waardoor een zeer ernstig gevaar is ontstaan, en hij zich daarvan ook bewust was of had moeten zijn. Om vast te stellen dat sprake is van roekeloos rijgedrag, is onder andere nodig dat de verdachte de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden én dat hij dit opzettelijk heeft gedaan. Daarvan is sprake bij ernstig gevaarlijk verkeersgedrag, bijvoorbeeld het opzettelijk meerdere keren of voor langere tijd schenden van een of meerdere verkeersregels, waarbij het bewijs daarvoor moet worden afgeleid uit feiten en omstandigheden die wat kunnen zeggen over de algehele instelling van verdachte over zijn deelname aan het verkeer in dit geval. De rechtbank komt tot het oordeel dat het rijgedrag van de verdachte deze juridische lat niet haalt. De verdachte wordt daarom vrijgesproken van roekeloos rijgedrag.
Letsel van de slachtoffers
Beide slachtoffers hebben aan het ongeval letsel overgehouden. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat aan zijn rechterzijde al zijn spieren zijn gekneusd en dat hij erg veel last heeft van zijn schouder, schouderblad, onderrug, bekken en rechterbeen. Door de pijn in zijn nek zou de rechterzijde van zijn gezicht verlamd zijn geraakt. Hij verklaarde op het moment van het verhoor, ruim één maand na het ongeluk, nog ziek thuis te zitten en niet te kunnen werken. De geneeskundige verklaring vermeldt dat de geschatte duur van genezing 6 maanden is. Zijn broer, [slachtoffer 1] , heeft verklaard dat hij aan het ongeval een hersenschudding, een gebroken sleutelbeen, hoofdpijn, nek-, rug- en maagklachten heeft overgehouden. Hij kon op het moment van zijn verhoor op 5 mei 2025 (bijna 6 weken na het ongeval) zijn werk als taxichauffeur nog steeds niet uitoefenen. De geneeskundige verklaring bevestigt dit letsel en vermeldt dat het slachtoffer een sling moet dragen en vier werken niet mag autorijden.
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of dit letsel in juridische zin kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad moet bij de beoordeling hiervan (in ieder geval) worden gekeken naar de aard van het letsel, de noodzaak en de aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. Hoewel vaststaat dat de slachtoffers lichamelijk letsel hebben opgelopen, bevat het dossier onvoldoende medische informatie om te kunnen oordelen dat juridisch gezien sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij (één van) de slachtoffers. In het dossier zitten geen stukken waaruit blijkt dat de slachtoffers zijn geopereerd. Ook lijkt uit het dossier te volgen dat er bij beide slachtoffers uitzicht is op (volledig) herstel binnen vier weken tot zes maanden. Dat betekent dat de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken.
Wel vindt de rechtbank op basis van de opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat de slachtoffers dusdanig letsel hebben opgelopen door het ongeval dat hieruit tijdelijke ziekte of
verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
Conclusie: verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 6 WVWPro
Uit het voorgaande volgt dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
op 25 maart 2025 te Utrecht als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de A2 ter hoogte van Abcoude, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend, - gebruik te maken van zijn telefoon tijdens het rijden en - de op de matrixborden aangegeven maximumsnelheid te overschrijden, waardoor anderen genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
4.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
overtreding van artikel 6 vanPro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
4.2.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
5.Straf en maatregel
5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
een gevangenisstraf van 10 weken;
een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 1 jaar.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank, indien zij tot een veroordeling komt, een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. Daartoe voert de advocaat aan dat het ongeval en de gevolgen daarvan een grote impact hebben gehad en nog steeds hebben op het leven van de verdachte. Hierbij verwijst de advocaat naar hetgeen verdachte hierover heeft verklaard tijdens zijn verhoor bij de politie. De verdachte heeft zijn zelfstandigheid verloren en kampt met schulden.
Tot slot verzoekt de advocaat om geen rijontzegging, of uitsluitend een geheel voorwaardelijke rijontzegging, op te leggen. Daartoe voert hij aan dat de verdachte zich in een traject bevindt om weer aan het werk te gaan en deelneemt aan een schuldhulpverleningstraject. Een onvoorwaardelijke rijontzegging zou deze trajecten doorkruisen. Bovendien zullen de belangen van zijn dochter hierdoor worden geschaad.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft door zijn handelen een ernstig verkeersongeval op de snelweg veroorzaakt. Door langdurig en veelvuldig met zijn telefoon bezig te zijn en enkele seconden voor het ongeval Whatsappberichten te typen en te versturen, heeft verdachte volstrekt onvoldoende aandacht gehad voor het besturen van zijn bestelbus en voor het verkeer om hem heen. Door het gebrek aan deze aandacht heeft hij de matrixborden waarop een aangepaste maximumsnelheid was aangegeven gemist en heeft hij ook geen oog gehad voor de file was ontstaan. Hierdoor is hij bij het invoegen met een veel hogere snelheid dan ter plaatse was toegestaan op langzaam rijdend verkeer ingereden, als gevolg waarvan een kettingbotsing is ontstaan.
Naast de materiële schade aan de betrokken voertuigen hebben de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] als gevolg van het handelen van de verdachte lichamelijk letsel opgelopen. Dit letsel was van dien aard dat daaruit tijdelijke ziekte dan wel verhindering in de uitoefening van hun normale bezigheden is ontstaan. [slachtoffer 2] heeft als gevolg van het ongeval gedurende enige tijd ziek thuis gezeten en was niet in staat zijn werkzaamheden als machineoperator uit te oefenen. [slachtoffer 1] heeft aan het ongeval onder meer een gebroken sleutelbeen overgehouden, waardoor hij gedurende ten minste vier weken zijn werkzaamheden als taxichauffeur niet heeft kunnen verrichten. In verband met dit letsel moest hij een sling dragen en pijnstillende medicatie gebruiken.
De verdachte heeft met zijn handelen in meer algemene zin de verkeersveiligheid ernstig in gevaar gebracht. Voor de verdachte, andere verkeersdeelnemers en de samenleving moet duidelijk zijn dat dergelijk risicovol gedrag in het verkeer onaanvaardbaar is.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 28 april 2026. Voorafgaand aan onderhavige zaak was de verdachte niet eerder veroordeeld voor een verkeersdelict. Wel volgt uit zijn strafblad dat de verdachte op 27 april 2025 onder invloed van drugs heeft gereden en dat hij daarvoor een strafbeschikking van € 850,- heeft gekregen. Dit feit heeft slechts één maand na de onderhavige aanrijding plaatsgevonden. Het ongeval op 25 maart 2025 heeft er kennelijk niet toe geleid dat de verdachte zijn rijgedrag heeft aangepast.
Strafkader
Bij het bepalen van de soort straf en de hoogte daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op de ernst van de gedragingen van de verdachte en op uitspraken in vergelijkbare zaken. Er wordt bij de strafoplegging gekeken naar de gevolgen van het ongeval, maar de straf moet ook in verhouding blijven met de ernst van de gemaakte verkeersfout en de mate van schuld van verdachte aan het ongeval.
De rechtbank heeft de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. In de gevallen waarin zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedrag bewezen is verklaard, kan aansluiting worden gezocht bij de categorieën ‘ernstige schuld’ en ‘zeer hoge mate van schuld’. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval met ‘ernstige schuld’ waarbij het slachtoffer lichamelijk letsel of tijdelijke ziekte oploopt, wordt een taakstraf van 120 uur en een rijontzegging van 6 maanden als uitgangspunt genomen. Wanneer er sprake is van ‘zeer hoge mate van schuld’ met hetzelfde soort letsel is het uitgangspunt een gevangenisstraf van 2 maanden en een rijontzegging voor de duur van 1 jaar onvoorwaardelijk.
Op basis van de ernst van het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt en de gevolgen daarvan is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 150 uur een passende straf is.
Voor de bescherming van de verkeersveiligheid vindt de rechtbank het daarnaast nodig aan de verdachte een rijontzegging van 9 maanden op te leggen. Een rijontzegging is een sanctie die past bij onvoorzichtig rijgedrag. Verdachte moet zijn rijgedrag aanpassen. De rechtbank is zich ervan bewust dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk, maar vindt in dit geval de verkeersveiligheid een zwaarwegender belang. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte op zitting heeft verklaard dat hij de avond voor dit ongeluk ook betrokken was bij een verkeersongeval, waarbij hij ook op een voor hem rijdende auto is gebotst. Daarnaast is gebleken dat de verdachte één maand na dit ongeluk een motorrijtuig heeft bestuurd onder invloed, waarvoor aan hem een strafbeschikking is opgelegd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte wel aanleiding om, in afwijking van de oriëntatiepunten, een gedeelte van de rijontzegging, te weten zes maanden, voorwaardelijk op te leggen. Aan dit voorwaardelijk deel zal de rechtbank een proeftijd van 2 jaren verbinden. Deze voorwaardelijke straf dient de verdachte er van te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
In dit geval komt de rechtbank tot een andere bewezenverklaring (zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedrag) dan de officier van justitie (roekeloosheid), waardoor zij aan verdachte ook een andere en lagere straf oplegt dan door de officier van justitie geëist.
6.Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en maatregel zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;
6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
7.De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf en maatregel
veroordeelt verdachte tot
beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 75 dagen hechtenis;
ontzegtverdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden;
bepaalt dat van de ontzegging een gedeelte, groot
als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
stelt daarbij een
Dit vonnis is gewezen door mr. L.L. Veendrick, voorzitter, mr. L.C. Michon en mr. S.E. Garvelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. van Veenschoten als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 25 maart 2025 te Utrecht als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de A2 ter hoogte van Abcoude, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - gebruik te maken van zijn telefoon tijdens het rijden en/of - de op de matrixborden aangegeven maximumsnelheid te overschrijden, waardoor een/meer ander(en) (genaamd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gezichtsverlamming, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 25 maart 2025 te Utrecht als bestuurder van een voertuig (Volkswagen Transporter, kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de weg, de A2 ter hoogte van Abcoude, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door - gebruik te maken van zijn telefoon tijdens het rijden en/of - de op de matrixborden aangegeven maximumsnelheid te overschrijden, door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
De verklaring van de verdachte op de zitting van 28 mei 2026, voor zover inhoudende, weergegeven:
Ik reed die dag ( de rechtbank begrijpt 25 maart 2025) op de A2. Ik reed in een gesloten bestelbus zonder binnenspiegel. Het was erg druk op de weg. Het kan dat ik rond de 100 km/u reed. Ik ging invoegen van rijbaan 4 naar rijbaan 5. Ik ben daarna op de achterkant van de Kia gebotst. Mijn telefoon was verbonden met de CarPlay van de auto.
Een proces-verbaal van aanrijding misdrijf, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Locatie ongeval
Datum/tijd: 25 maart 2025 om 09:33 uur Plaats: Abcoude Maatregelen ter plaatse: matrix
Bij het ongeval hebben onderstaande personen letsel opgelopen.
[slachtoffer 2]
Bestuurder van personenauto [kenteken] (2)
[slachtoffer 1] Passagier van personenauto [kenteken] (2) [4]
Een proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 25 maart 2025 had op de linker rijbaan van de Rijksweg A2, gelegen buiten de als zodanig aangegeven bebouwde kom van Abcoude een verkeersongeval plaatsgevonden. Bij dit verkeersongeval waren twee personenauto’s, (een Kia en een Ford), en twee bedrijfsauto’s betrokken (een Volkswagen bestelauto en een Iveco vrachtauto). Alle betrokkenen reden op de A2 komende uit de richting van Abcoude en gaande in de richting van Knooppunt Holendrecht. Hierbij zijn de Volkswagen en de Kia ter hoogte van hectometerpaal Li 37.8 met elkaar in botsing gekomen, waarna de Kia in contact kwam met de vrachtauto en de Ford. De inzittenden van de Kia zijn met onbekend letsel overgebracht naar het ziekenhuis. [5]
Wegsituatie
Wij zagen dat de A2:
ter hoogte van het verkeersongeval was verdeeld in 6 rijstroken;
rijstrook 5 en 6 uitvoegstroken betroffen;
rijstrook 1 tot en met 4 en rijstrook 5 en 6 onderling gescheiden werden door enkele onderbroken markering;
rijstrook 4 en 5 onderling gescheiden werden door blokmarkering;
voorzien was van elektronische signaleringsborden ter hoogte van hectometerpaal 38,510 en 37,912.
Uit de analyse van de pre crash data is gebleken dat op 5 seconden voor de start van het crash algoritme een voertuig snelheid was geregistreerd van 102 km/u. De geregistreerde voertuigsnelheid nam in de 5 seconden daarna geleidelijk af tot 94 km/u waarna het crash algoritme werd gestart (de botsing plaats vond). Over de gehele periode van 5 seconden werd geen bediening van het rempedaal geregistreerd en ook geen activaties van het ABS of stabiliteitscontrole. [8] Over de gehele periode van 5 seconden voor de start van het crash algoritme was een stuurhoek geregistreerd gelegen tussen de 0 en 4 graden (rechtdoor stand).
Elektronische signaleringsborden
Wij zagen dat de A2 nabij hectometerpaal Li 37.8 voorzien was van meerdere portalen met daarop elektronische signaleringsborden. Deze elektronische signaleringsborden bevonden zich op ongeveer 105 meter en 415 meter voor de plaats van het verkeersongeval.
Uit de data kon geconcludeerd worden dat de elektronische signaleringsborden op rijstrook 5, waar het verkeersongeval heeft plaatsgevonden, vanaf 08:10:31 op beide locaties op een maximumsnelheid van 50 km/u stond. Deze stonden afwisselend tussen wel en niet knipperen. Het signaleringsbord 37,912 op ongeveer 105 meter vóór de plaats van het verkeersongeval heeft vanaf dit tijdstip geen andere snelheid meer gegeven dan 50 km/h. [9]
Interpretatie van het onderzoek
Uit ons onderzoek is gebleken dat de toedracht van het verkeersongeval niet was gelegen in de lichtgesteldheid, de infrastructuur, een technisch gebrek aan één van de voertuigen of een combinatie van vorenstaande. Volgens het onderzoek naar de elektronische signaleringsborden zou de toegestane snelheid ter plaatse op rijstrook 5 een maximumsnelheid aangaf van 50 km/u. Uit de analyse van de pre crash data van de Volkswagen is gebleken dat op 5 seconden voor de start van het crash algoritme een voertuig snelheid was geregistreerd van 102 km/u. De geregistreerde voertuigsnelheid nam in de 5 seconden daarna geleidelijk af tot 94 km/u waarna de botsing plaatsvond. Over de gehele periode van 5 seconden werd geen bediening van het rempedaal geregistreerd. [10]
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het verkeersongeval vond plaats op hectometerpaal 37.8 1. Dat is na portaal 39.112. Ik heb gevraagd om data van de matrixborden ter hoogte van 39.710, 39.112, 38.510 en 37.912.
Vanaf 08.10.31 uur; "Portaal t.h.v. 38.510 > rijstrook 1 t/m 4 matrixbord op "70" (Vast) en op rijstrook 5 "50" (vast) en 6, "30" (knipperend) Portaal t.h.v. 37.912 > rijstrook 1 t/m 4 matrixbord op "70" (vast) en op rijstrook 5 en 6, "50" (vast)
Om 08.24.55 uur, 08.36.27 uur en 08.57.14 uur, Portaal t.h.v. 38.510 > rijstrook 1 t/m 4 matrixbord op "50" (vast), alle deze keren voor een korte duur, hierna veranderd de opschrift in "70" (vast)
Kort samengevat, op 25 maart 2025 vanaf 07.35 uur werd al op portalen 38.510 en 37.912 een snelheidsmaatregel op de matrixborden boven de rijstroken aangegeven van '70" en "50". [11]
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik reed zelf op rijstrook 4. Ik zag dat ik ongeveer 110 km/u reed. Ik zag dat op een afstand van ongeveer 150-200 meter voor mij, met gelijke snelheid, een zwarte bedrijfsbus reed. Ik zag dat de bus voor mij met dezelfde snelheid, ongeveer 100 km/u doorreed. Ik zag dat de bus richting de uitvoegstrook reed, waar het verkeer sinds enkele seconden volledig stil stond. Ik heb niet op de remlichten gelet, maar naar mijn idee heeft de bus volledig niet geremd. Ik had direct door dat het flink fout zou gaan. [12] Op dat moment zag ik dat de bus met volle snelheid op een stilstaande auto reed. [13]
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik deed onderzoek naar drie telefoons die in beslag waren genomen voor onderzoek van
Ik zag in de unified logs dat de telefoon om 09:05:06 uur detecteerde dat er waarschijnlijk
een verplaatsing middels een auto werd gestart. Vanaf dit moment zijn er verschillende
aanrakingen in verschillende applicaties op het toestel. Ik zag dat er om 09:05:07 uur connectie werd gemaakt met een Bluetooth apparaat genaamd 'GT 6060'. Het is aannemelijk dat er verbinding is gemaakt met de bluetooth van de auto.
Ik zag dat er vanaf ongeveer 09:05:18 uur werd gereden vanaf de [adres] naar
de Esso aan de Vaartweg. Ik zag dat er gedurende deze rit verschillende handelingen
waren gedaan op de telefoon, zoals het betalen via de Knab app en het typen en
09:29:43 WhatsApp geopend 09:29:49 Start typen 09:29:54 WhatsApp bericht verzonden 09:30:05 WhatsApp bericht verzonden 09:30:11 WhatsApp bericht verzonden 09:30:12 Stop typen 09:30:13 Start typen 09:30:15 WhatsApp bericht verzonden (bericht is verwijderd) 09:30:17 Stop typen 09:30:19 WhatsApp bericht verzonden (bericht is verwijderd) 09:30:21 Start typen 09:30:24 WhatsApp bericht verzonden (bericht is verwijderd) 09:30:39 WhatsApp bericht verzonden (bericht is verwijderd) 09:30:58 Bluetooth GT 6060 disconnected 09:30:58 Telefoon merkt dat verplaatsing per auto is GESTOPT 09:32:17 112 gebeld
Ik deed onderzoek naar de snelheid van de telefoon kort voor het ongeval. [17] Ik zag dat de Snelheid om 09;30:45 uur 108,04 KM/u was. Ik zag dat de snelheid om 09:30:56 uur 16,56 KM/u was. Ik zag dat de snelheid 0,13 KM/u was om 09:31:05 uur. Kennelijk is het toestel vanaf 09:30:45 uur afgeremd tot stilstand om 09:31:05 uur. Het is aannemelijk dat het ongeval tussen deze tijdstippen heeft plaatsgevonden. [18]
Een proces-verbaal van verhoor van het slachtoffer [slachtoffer 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
A: Terwijl wij op de rijstrook voor rechtsaf rijden zag ik voor dat er file was. Ik zag boven mij op die zwarte bordjes met witte cijfers dat er een snelheid van 50 km per uur werd aangegeven. Ik moest afremmen voor het verkeer voor mij. Ik reed heel langzaam omdat de auto's voor mij ook heel langzaam reden.
V: Welke letsel heb je overgehouden aan het ongeval? A: De hele rechter zijde daar zijn mijn spieren gekneusd. Ik heb heel erge last van mijn schouder, schouderblad, onderrug, mijn bekken en mijn rechterbeen. En met erge last bedoel ik veel pijn. Ik had zoveel last van mijn nek dat ook de rechterzijde van mijn gezicht verlamt raakte omdat mijn zenuwen gingen ontsteken .Ik zit nu echt alleen maar thuis. Ik ben nu ziek thuis. Ik had fysiek werk. Ik ben van beroep machine operator en dat kan ik nu niet doen. [19]
De geneeskundige verklaring van [slachtoffer 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Naam: [slachtoffer 2]
Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 25/3/25
Een proces-verbaal van verhoor van het slachtoffer [slachtoffer 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Wat voor letsel heb jij opgelopen bij het verkeersongeval: A: Hersenschudding, sleutelbeen breuk, hoofdpijn, nekklachten, rugklachten en maagklachten. [21]
De geneeskundige verklaring van [slachtoffer 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Patiënt [slachtoffer 1] bezocht 25-3-25 om 10:21 de Spoedeisende Hulp.
Conclusie Laterale claviculafractuur rechts
Beleid - Sling - 4 weken niet autorijden - Pijnstilling middels PCM en zn Ibuprofen [22]