Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 januari 2026 in de zaak tussen
[verzoeker 1] ,
[derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2]uit [plaats] (vergunninghouders).
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren op 13 november 2025 heeft verleend voor een wijziging van een eerder verleende vergunning voor de uitbreiding van een woning. Zij vreesden onder meer geluidsoverlast, aantasting van privacy en bezonning, verstening en parkeeroverlast.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bouwwerkzaamheden die met de wijzigingsvergunning worden toegestaan niet onomkeerbaar zijn, omdat deze ongedaan kunnen worden gemaakt indien het college de vergunning zou herroepen na de bezwaarprocedure. Ook is er geen sprake van zodanige hinder dat een voorlopige voorziening noodzakelijk is.
Verzoekers stelden dat de eerdere vergunning van april 2020 vervallen zou zijn omdat niet binnen 26 weken met bouwen was gestart, maar de voorzieningenrechter stelt dat een vergunning onder de Wabo niet van rechtswege vervalt en dat het aan het college is om een eventueel verzoek tot intrekking te beoordelen.
Daarom is er geen spoedeisend belang en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de wijzigingsvergunning wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.