Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- de advocaat;
- [A] , casemanager.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 11 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, wonende in Utrecht. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, maar was wel op de hoogte van de oproep en koos bewust niet te verschijnen. De advocaat van betrokkene voerde aan dat de huidige woonvorm en depotmedicatie zorgen voor stabiliteit en dat de zorg vrijwillig wordt toegepast, waardoor een zorgmachtiging niet langer noodzakelijk is.
De casemanager pleitte voor toewijzing van het verzoek, stellende dat het contact met betrokkene beperkt is en dat zonder zorgmachtiging het contact waarschijnlijk zal verminderen. De rechtbank oordeelde echter dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, omdat betrokkene de zorg vrijwillig accepteert en er geen verplichte zorg wordt toegepast.
De rechtbank verwees naar een eerdere zitting op 8 december 2025, waar toen werd geoordeeld dat het te vroeg was om de zorg vrijwillig te verlenen. Inmiddels is de situatie veranderd en is onvoldoende onderbouwd waarom het nu opnieuw te vroeg zou zijn. Daarom krijgt betrokkene de kans om te laten zien dat hij vrijwillig zorg accepteert. Het verzoek tot zorgmachtiging werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlening van een zorgmachtiging wordt afgewezen wegens voldoende vrijwilligheid van betrokkene.