ECLI:NL:RBMNE:2026:3141

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
C/16/601375 / FL RK 25-1071
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251 lid 1 BWArt. 1:253f BWArt. 1:253q lid 3 BWArt. 1:253q lid 5 BWArt. 1:253r lid 1 sub a en b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking voogdij en gezag over kinderen na overlijden moeder en verblijf onbekend vader

De rechtbank Midden-Nederland behandelde een zaak over de voogdij en het gezag over vijf minderjarige kinderen na het overlijden van de moeder en het onbekende verblijf van de vader. De rechtbank stelde vast dat er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk volgens Turks recht, dat voor erkenning in Nederland vatbaar is. Dit heeft gevolgen voor de afstamming van het jongste kind volgens Syrisch recht en het gezag over de kinderen volgens Nederlands recht.

De vader wordt als juridische vader erkend op grond van Syrisch familierecht, omdat het kind tijdens het huwelijk is geboren en aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. De ouders waren gezamenlijk gezagsdragers, maar door het overlijden van de moeder en het feit dat de vader sinds augustus 2025 wordt verdacht van het beroven van het leven van de moeder en sindsdien onvindbaar is, is het gezag van de vader geschorst.

De rechtbank belast daarom Stichting Nidos met de voogdij over alle vijf kinderen en verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de voogdij direct wordt toegekend aan de gecertificeerde instelling, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beslissing is gemotiveerd door de onmogelijkheid van de vader om het gezag uit te oefenen en het ontbreken van contact en verblijfplaats.

De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en informeert over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen drie maanden na de uitspraak of betekening.

Uitkomst: Stichting Nidos wordt belast met de voogdij over de kinderen en het gezag van de vader wordt geschorst vanwege zijn onmogelijkheid het gezag uit te oefenen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/601375 / FL RK 25-1071
Datum uitspraak: 27 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over de voogdij
in de zaak van
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
Lelystad,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 4] ,
[minderjarige 5], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 5] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
overleden te [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
STICHTING NIDOS,
gevestigd in Utrecht,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI).

1.Het verloop van de procedure

1.1.
In de beschikking van deze rechtbank van 31 december 2025 is het verzoek over de voogdij aangehouden en is de Raad verzocht om binnen vier weken nadere informatie te verstrekken over wie op dit moment met het gezag over de kinderen is belast en daarmee in ieder geval over:
  • het huwelijk van de ouders;
  • de geboorteplaats van [minderjarige 5] , [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] ;
  • de erkenning van [minderjarige 1] ;
en indien mogelijk daarbij een rapport van de IND of andere stukken te overleggen.
1.2.
De kinderrechter heeft daarna ontvangen:
  • het uitstelverzoek van de Raad van 1 december 2025;
  • de brief met bijlagen van de Raad van 19 januari 2026, ontvangen op 20 januari 2026.

2.De feiten

2.1.
Deze rechtbank heeft in de procedure met zaaknummer C/16/603361 / FL RK
25-1213 op 9 december 2025 Samen Veilig Midden-Nederland ontslagen van de voorlopige voogdij en Stichting Nidos met de voorlopige voogdij over de kinderen belast.
2.2.
Uit de door de Raad overgelegde Turkse geboorteaktes van [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] blijkt dat er andere schrijfwijzen van voor- en achternamen en andere geboortedata bekend zijn:
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] , [geboorteplaats] (Turkije);
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] , [geboorteplaats] (Turkije);
  • [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] (Turkije);
  • [minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] (Turkije).
Uit de geboorteaktes van de kinderen volgen ook andere oudergegevens, namelijk:
  • de vader: [de vader]
  • de moeder: [de moeder] .
2.3.
Uit de door de Raad overgelegde documenten van zowel de vader als de moeder bij de IND gedateerd 30 december 2024 ten behoeve van inschrijving in de BRP staan de volgende oudergegevens:
  • [de moeder] , geboren op [geboortedatum] 2001 [geboorteplaats] (Syrië);
  • [de moeder] , geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] (Syrië);
  • [de vader] , geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats] (Syrië).
2.4. (
( [minderjarige 3] ), [minderjarige 4]
( [minderjarige 4] ), [minderjarige 2]
( [minderjarige 2] )en [minderjarige 5]
( [minderjarige 5] )en de vader hebben de Syrische nationaliteit. [minderjarige 1] heeft geen bekende nationaliteit.
2.5.
Voor de overige feiten verwijst de rechtbank naar de beschikking van
31 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt de GI te belasten met de voogdij over [minderjarige 1] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 2] en [minderjarige 5] en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
De Raad heeft naar aanleiding van de vorige beschikking een brief met nadere stukken toegestuurd. Om te bepalen wie er met het gezag over de kinderen is belast, is het van belang dat er eerst wordt vastgesteld of er naar Turks recht een rechtsgeldig huwelijk is gesloten en of dat huwelijk in Nederland erkend kan worden. [1]
Rechtsgeldig huwelijk en voor erkenning vatbaar?
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk naar Turks recht en zal hierna uitleggen waarom.
4.3.
De Raad heeft geen Turkse huwelijksakte overgelegd en het huwelijk van de ouders staat niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen van de gemeente. In het Turks Burgerlijk Wetboek staat dat mannen of vrouwen die de leeftijd van 17 jaar niet hebben bereikt niet kunnen trouwen. In uitzonderlijke gevallen is het toegestaan dat een man of vrouw trouwt als hij/zij de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. [2] De rechtbank constateert dat er verschillende geboortedata van de vrouw worden genoemd en het daardoor niet duidelijk is welke leeftijd zij had op het moment dat het huwelijk plaatsvond. De rechtbank gaat er echter wel vanuit dat er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk naar Turks recht om de volgende redenen:
  • in de stukken van de IND staat dat partijen hebben aangegeven dat zij gehuwd zijn op 2 augustus 2016, zowel religieus als officieel;
  • [de vader] staat als vader vermeld op de Turkse geboorteaktes van de vier in Turkije geboren kinderen;
  • in Nederland is het vijfde kind van de ouders geboren;
  • vanwege de Syrische afkomst, het feit dat de ouders familie van elkaar zijn (neef en nicht) en uitgehuwelijkt en zij kinderen hebben gekregen.
4.4.
De rechtbank is van oordeel dat het huwelijk voor erkenning vatbaar is. [3]
Gevolgen voor de erkenning van [minderjarige 1]
4.5.
De Nederlandse rechter is bevoegd, omdat [minderjarige 1] (en de ouders) in Nederland woont. [4] Op de vraag of [minderjarige 1] in een familierechtelijke betrekking tot de vader is komen te staan, past de rechtbank het Syrische recht toe, omdat de ouders beide de Syrische nationaliteit hebben/hadden. [5]
4.6.
Op grond van de Syrische wet is de echtgenoot de vader van het kind dat tijdens het huwelijk is geboren, onder de voorwaarden:
de minimale zwangerschapsduur is verstreken sinds het huwelijk is gesloten;
als fysiek contact tussen de echtgenoten niet onmogelijk was. [6]
4.7.
Naar het oordeel van de rechtbank is aan deze voorwaarden voldaan en brengt dit met zich mee dat vanaf de geboorte van [minderjarige 1] de vader haar juridische vader is.
Gevolgen voor het gezag over de kinderen
4.8.
De Nederlandse rechter is bevoegd, omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is. [7] De Nederlandse rechter past het Nederlands recht toe. [8]
4.9.
De rechtbank erkent het huwelijk van de ouders en de kinderen zijn tijdens het huwelijk geboren. Dit betekent dat de ouders gezamenlijk zijn belast met het gezag over alle kinderen. [9] Door het overlijden van de moeder heeft de vader op dit moment alleen het gezag over de kinderen. [10]
Voogdij
4.10.
De rechtbank belast de GI met de voogdij over de kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 3]
( [minderjarige 3] ), [minderjarige 4]
( [minderjarige 4] ), [minderjarige 2]
( [minderjarige 2] )en [minderjarige 5]
( [minderjarige 5] ).De rechtbank legt uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.11.
In de wet staat dat de rechtbank een voogd benoemt als een ouder die het gezag over de kinderen uitoefent (al dan niet tijdelijk) in de onmogelijkheid verkeert om dit gezag uit te oefenen. [11]
4.12.
De rechtbank is van oordeel dat deze situatie zich voordoet. De vader verkeert in de onmogelijkheid om het gezag over de kinderen uit te oefenen én het is onbekend waar hij verblijft. De vader wordt er van verdacht de moeder in augustus 2025 van het leven te hebben beroofd. Sindsdien is het onbekend waar de vader verblijft en is er ook geen contact meer met hem geweest. De rechtbank zal de GI daarom belasten met de voogdij over de kinderen. Dit betekent dat het gezag van de vader wordt geschorst. [12]
4.13.
Deze beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [13]
Uitvoerbaar bij voorraad
4.14.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
belast Stichting Nidos met de voogdij over [minderjarige 1] , [minderjarige 3]
( [minderjarige 3] ), [minderjarige 4]
( [minderjarige 4] ), [minderjarige 2]
( [minderjarige 2] )en [minderjarige 5]
( [minderjarige 5] );
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. D. van Bloemendaal, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026, in aanwezigheid van mr. J.J. Terpstra als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 10:31 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 124 van Pro het Turks Burgerlijk Wetboek.
3.Artikel 10:32 sub C BW Pro.
4.Artikel 3 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
5.Artikel 10:92 lid 1 BW Pro.
6.Artikel 129 lid 1 Personenwet Pro van 1953.
7.Artikel 7 lid 1 Brussel Pro IIter.
8.Artikel 15 lid 1 Haags Pro Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV ’96).
9.Artikel 1:251 lid 1 BW Pro.
10.Artikel 1:253f BW.
11.Artikel 1:253r lid 1 sub a en b jo. 1:253q lid 3 BW.
12.Artikel 1:253q lid 5 BW.
13.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.